Wat er verandert in de uitgebreide Unie

Door de uitbreiding morgen met tien nieuwe lidstaten wordt alles anders in de Europese Unie. Overzicht van enkele veranderingen.

Personenverkeer

Reizen naar de nieuwe EU-landen wordt wat eenvoudiger: een geldig paspoort is niet langer verplicht, volstaan kan worden met een wederzijds erkende identiteitskaart. De grenscontroles tussen de oude Europese Unie en de nieuwe lidstaten blijven bestaan. Ze worden pas opgeheven als de EU-landen het er unaniem over eens zijn dat de controles aan de nieuwe buitengrenzen in orde zijn. Dat zal naar verwachting nog jaren duren. Bij eerdere uitbreidingen was dat ook het geval. Bij Griekenland, dat in 1981 bij de EU kwam en in 1992 toetrad tot `Schengen' (het aparte verdrag waarin destijds het vrije verkeer van personen was geregeld), duurde het tot 2000 voordat de grenscontroles op personen uit andere EU-landen daadwerkelijk werden opgeheven.

Raad van Ministers

In de uitgebreide Europese Unie legt Nederland minder gewicht in de schaal. In de Raad van Ministers (het belangrijkste besluitvormende orgaan van de EU) en in de Europese Raad van regeringsleiders (die de algemene beleidslijnen vaststelt) van de oude Unie had Nederland 5 van de in totaal 87 stemmen (5,75 procent). In de EU-25 verwatert het Nederlandse `stemgewicht' tot 13 van de in totaal 321 stemmen (4,01 procent). Wanneer unanieme besluitvorming is vereist, maakt dit natuurlijk geen verschil. Maar in de EU wordt over steeds meer onderwerpen beslist met gekwalificeerde meerderheid. En dan maakt het wel wat uit. Voor gekwalificeerde meerderheid waren ten minste 62 van de 87 stemmen (71,26 procent) van ten ministe 10 (van de 15) lidstaten nodig. Vanaf morgen zijn daarvoor ten minste 232 van de 321 stemmen (72,27 procent) en een meerderheid van de lidstaten vereist.

Europese Commissie

De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, krijgt er in eerste instantie vijftien leden bij, uit elke nieuwe lidstaat één Commissaris. Dat brengt het totaal op dertig Commissarissen omdat de `grote vijf' (Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië en Spanje) in de oude EU elk twee Commissarissen leveren. Zij raken die voorkeurspositie kwijt op 1 november, als de nieuwe Europese Commissie aantreedt. Dan geldt als beginsel een Commissaris per lidstaat en zullen er dus 25 Commissarissen zijn. Daaronder is ook de voorzitter. Wie voorzitter wordt, beslissen de regeringsleiders op hun top in juni in Dublin. Een week daarvoor zijn de verkiezingen voor het Europees Parlement. Verwacht wordt dat de regeringschefs bij hun keuze rekening zullen houden met de uitslag, die volgens de prognoses een centrumrechtse meerderheid oplevert. Er wordt dan ook al druk gespeculeerd over kandidaten. De Belgische oud-premier Jean-Luc Dehaene en de Oostenrijkste kanselier Wolfgang Schüssel worden vaak genoemd.

Europees Parlement

Het Europees Parlement groeit door de komst van tien nieuwe lidstaten van 626 naar 732 leden. Het EU-land met de meeste inwoners, Duitsland, krijgt 99 zetels, gevolgd door Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië met elk 78 zetels, en zo verder afnemend tot 6 zetels voor Estland, Cyprus en Luxemburg, en 5 zetels voor nieuwkomer Malta, het kleinste EU-land. Dat lijkt niets, maar omgeslagen over de bevolking maken de Maltezers de grootste vuist: één europarlementariër op elke 80.000 inwoners. Daarbij valt het parlementaire gewicht van Duitsland in het niet: één zetel op meer dan 800.000 inwoners. Als gevolg van de uitbreiding krimpt het Nederlandse smaldeel in het Europarlement van 31 naar 27 afgevaardigden: een op de circa 555.000 inwoners.

Talen

Het aantal officiële werktalen in de Europese Unie gaat van elf naar twintig. Cyprus is de enige nieuwe lidstaat die geen eigen taal meeneemt. Dat elke lidstaat zijn eigen taal kan spreken is een gekoesterd principe in de Unie. De taalvaardigheid mag nimmer een beletsel zijn om in Europa actief te zijn. Aangezien elke officiële taal in een andere EU-taal moet kunnen worden omgezet zijn 380 combinaties mogelijk. Rechtstreekse vertalingen zijn hierdoor niet meer in alle gevallen mogelijk. Er zal meer dan tot nu worden gewerkt met `brugtalen'. Het Maltees, bijvoorbeeld, gaat dan eerst naar het Frans en dan naar het Nederlands. Behalve het gesprokene moeten ook alle officiële stukken worden vertaald. Dat luistert – wegens de juridische implicaties – nog nauwer.

Vergaderen

Europa blijft na de uitbreiding een rondreizend circus met drie dominante plaatsen: Brussel, Straatsburg en Luxemburg. De Europese Commissarissen krijgen in Brussel allemaal een eigen plek. Aangezien veel van hen toch al tijdelijk zijn gehuisvest, zijn de consequenties te overzien. Voor de 106 Europarlementariërs die er bij komen, verrijzen twee nieuwe kantoorpanden naast het bestaande gebouw. In Straatsburg, waar het parlement elf keer per jaar plenair moet vergaderen, zijn twee nieuwe conferentiezalen met elk 450 plaatsen gepland voor onder andere fractievergaderingen. Bij de bouw van de zalen voor de plenaire vergaderingen was al rekening gehouden met de uitbreiding. Wel zijn overal extra tolkencabines gebouwd.

Economie

De goederenhandel met de nieuwe lidstaten is nu al grotendeels vrij. Maar op verschillende deelmarkten zullen nog uiteenlopende en beperkte overgangsregels gelden. Zo mogen ruim duizend bedrijven uit de nieuwe lidstaten voorlopig niet naar andere EU-landen exporteren, omdat de voedselveiligheid nog niet op peil is. Ook gelden voor sommige toetreders tijdelijk afwijkende regels voor onder meer patentbescherming (onder andere medicijnen), verkoop van onroerend goed aan buitenlanders en staatssteun aan bedrijven. Nieuwkomers krijgen ook meer tijd om indirecte belastingen (btw, accijnzen) aan te passen, waarbij `sociaal gevoelige goederen' (levensmiddelen) extra worden ontzien. In het wegtransport zal de liberalisering in de meeste nieuwe lidstaten, waaronder Polen, Tsjechië, Slowakije en Hongarije, over twee of drie jaar volledig zijn.

Euro

De nieuwe EU-landen houden vooralsnog hun eigen munten – Polen zijn zloty, Slovenië zijn tolar, enzovoorts. Ze hebben zich verplicht te streven naar de `Maastricht'-criteria voor begrotingstekort (kleiner dan of gelijk aan 3 procent), overheidschuld (minder dan, of afnemend richting 60 procent), prijsstabiliteit en rentevoet (convergerend richting EU-niveau). Na toetreding beslissen de EU-landen met gekwalificeerde meerderheid of de betreffende munt mee kan draaien in het Europees Monetair Stelsel (EMS-II). Voldoet het land aan `Maastricht' en draait zijn munt ten minste twee jaar stabiel mee in dit EMS dan moet het de euro invoeren. De beslissing daarover is aan de Raad van Ministers met gekwalificeerde meerderheid.

Minderheden

De Europese Unie krijgt er vannacht tien meerderheden bij – maar ook veel minderheden. Voor het eerst maakt een substantiële Russische bevolkingsgroep deel uit van de Europese Unie: een half miljoen inwoners van Estland zijn Russen, Wit-Russen of Oekraïeners. Van hen hebben 163.000 zelfs niet het Estse staatsburgerschap. In Letland wonen alleen al 800.000 Russen, van wie een half miljoen niet het Letse staatsburgerschap hebben. In Litouwen wonen 260.000 Russen. De nieuwe Midden-Europese leden zijn het thuis van miljoenen Roma (zigeuners): in Slowakije wordt hun aantal geschat op een kwart tot een half miljoen, in Tsjechië wonen er 300.000 en in Hongarije tussen een half miljoen en 800.000.

Wachtkamer

Bulgarije en Roemenië zijn de volgende nieuwe toetreders tot de Europese Unie. Hun komst is, na finale onderhandelingen, voor 2007 voorzien. De Europese Commissie heeft Kroatië onlangs ook rijp bevonden voor aansluiting bij de Europese Unie. Hierover nemen de regeringsleiders in juni een beslissing. Een half jaar later zal hetzelfde gezelschap moeten besluiten of en wanneer toetredingsonderhandelingen met Turkije beginnen. Als potentiële kandidaten voor de Europese Unie gelden de overige Balkanlanden (Albanië, Bosnië-Herzegovina, Macedonië en Servië-Montenegro), en verder weg, drie voormalige sovjetrepublieken (Wit-Rusland, Moldavië en Oekraïne). Met de landen in het gebied rond de Middellandse-Zee (Libië, Marokko) zoekt de Europese Unie nauwere politieke en economische samenwerking. Ten slotte zijn er nog enkele landen die de Europese Unie er graag bij wil hebben, maar die om uiteenlopende redenen zelf (nog) niet willen, te weten Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en Zwitserland.

Met medewerking van Hans Buddingh', Mark Kranenburg, Joop Meijnen en Peter Michielsen.