Verachting voor de volledige mensheid

Er is wel eens nagedacht over een wereldkaart met schaal 1:1 (alles op ware grootte). Aan die gedachte zitten haken en ogen, zoals productietechnische kleinigheden – waar zou je hem neer moeten leggen? Een vergelijkbaar probleem is de vraag of iemand zijn volledige autobiografie ooit kan voltooien. Eén op één, leven en schrijven hand in hand: komt er een dag wanneer je kan zeggen `zo, nu heb ik de laatste punt gezet, klaar'? De filosoof Bertrand Russell noemde dit probleem naar het boek van Laurence Sterne De paradox van Tristram Shandy. Je stelt je ondanks dit gedachte-experiment toch eerder een bestaan voor, waarin de pen buiten adem achter het leven aanholt.

Bij het voltooien van zijn autobiografische roman Woensdag gehaktdag ondervond de Nederlandse schrijver Richard Klinkhamer (1937) problemen die hier erg aan doen denken. Het boek behandelt de afwikkeling van een moordzaak. Het slachtoffer was zijn eigen vrouw, de auteur zelf de verdachte. Maar deze zaak was toen nog niet afgewikkeld, het lijk was spoorloos en bleef dat jarenlang. Zonder lijk geen moordzaak.

Dit is fascinerende stof voor een biograaf. Martijn Meijer schreef dan ook het buitengewoon boeiende Klinkhamer. Een leven tussen woord en moord. We hebben te maken met een bestaan waarin langzaam naar een drama wordt toegewerkt. Je kunt het bijna niet anders zeggen, al begint het boek Klinkhamer al meteen als dramatische avonturenroman, met een getourmenteerde held.

Kort door de bocht: Klinkhamers moeder is Oostenrijkse, komt naar Nederland als dienstmeisje, trouwt met een groenteman (Klinkhamer), wordt zwanger van een eveneens getrouwde veldwachter die niets van het kind (Richard) wil weten. Moeder scheidt (1941), Richard wordt naar Oostenrijk gestuurd (4, alleen), moeder gaat om met Duitsers en wordt als moffenhoer in de gevangenis gezet. Richard keert (8, alleen) terug naar Nederland en verhuist met zijn intussen vrijgelaten moeder naar Zwitserland waar hij haar voor de voeten loopt in haar verhouding met een joodse zakenman, naar Nederland wordt teruggestuurd, waar hij wordt opgenomen in het gezin van de barmhartige groenteboer Klinkhamer. Ondanks de stabiliteit die daar heerst komt Richard in kwade kringen terecht (gokclub, helers), de grond wordt hem te heet onder de voeten en hij neemt dienst in het vreemdelingenlegioen (executies), deserteert, is terug in Nederland enige tijd werkeloos, leert het echte zuipen als koksmaat op een stoomschip, wordt barman in de Amsterdamse Warmoesstraat, trouwt met de dochter van een man met een oorlogstrauma die zijn vrouw – haar moeder – met een hamer heeft doodgeslagen. Klinkhamer begint een slagerij, steelt vlees bij het abattoir en wordt voorwaardelijk veroordeeld. Volgt gedeeld ondernemerschap in de horeca (hotel) dat afbrandt voor de verzekering, en verliefdheid op de zuster van zijn vrouw, die na een kort ménage à trois het veld ruimt: Klinkhamer is nu samen met Hannie, zijn grote liefde.

In 1978 gaan ze in Oost-Groningen wonen, in 1983 publiceert Klinkhamer zijn eerste, rauwe, Célineske roman Gehoorzaam als een hond. Een cynisch boek met een hoofdpersoon die dicht bij de schrijver staat – zijn naam Kamer is de legioensverbastering van `Klinkhamer'. Kamer is, schrijft biograaf Meijer, `een explosief individu, opgesloten in zijn eigen denken, de druk neemt toe en plotseling is daar de uitbarsting, een daad van geweld.' Trefwoorden voor Gehoorzaam als een hond: rancune, nihilisme, geweld, overleven.

Klinkhamer werd beroemd met het boek. Vele interviews, recensies, en een gesprek bij Sonja Barend, die hem de (antisemitische) uitspraken van zijn protagonist verweet. Klinkhamer stapte op en zijn naam was gemaakt. Martijn Meijer kan enig begrip voor Barend opbrengen, schrijft hij. Klinkhamer en Kamer lijken wel heel veel op elkaar. Toch geeft hij Sonja geen gelijk, ze heeft het slecht begrepen: `Klinkhamers verachting geldt de hele mensheid, zonder onderscheid op basis van ras of geaardheid'.

In 1984 werd Klinkhamers tweede boek uitgegeven: het mild door de kritiek ontvangen De hotelrat en andere verhalen, opgedragen aan eega Hannie. De zieke moeder van de auteur, die hij ondanks zijn jeugd altijd een warm hart is blijven toedragen, meldt intussen een einde aan haar leven te willen maken. Ze kiest voor de trein, Klinkhamer reist naar Zwitserland en wijst haar een geschikt baanvak. Terug in Groningen gaat hij door met zijn aandelenopties, hij houdt er een flink kapitaal aan over (Meijer: `Hij was goed voor negen ton') en zijn huwelijk lijkt gelukkig. `Hannie is het mooiste dat mij is overkomen', zegt Klinkhamer, hij zal dit zijn leven lang blijven volhouden. Hij werkt in die dagen aan zijn `meesterwerk' – hij brengt zich in de juiste stemming met Wehrmachtliederen en veel bier. Maar de roman Losgeld wil niet vlotten, de optiebeurs slokt veel tijd op. De koersen dalen, Klinkhamer speelt va banque en verliest. Dan gaat zijn Monopoly terug naar af. Hij grijpt naar de fles, zijn vrouw maakt veel ruzie, kennelijk slaat hij haar soms. Klinkhamer wordt in arren moede nachtportier in een hotel, wordt overvallen, en zal later een verhaal schrijven waarin hij suggereert dat het om een fake-overval ging. Was het misschien Klinkhamer zelf?

Hier komen we terug bij de kwestie waar Sonja Barend over struikelde. Zijn de Klinkhamer-protagonisten gelijk aan Klinkhamer, één op één? In die zin is Klinkhamer, geen literair grootmeester, misschien wel een van de meest intrigerende auteurs uit het Nederlandse taalgebied. Vooral als het om de verhouding fictie-werkelijkheid gaat. Het spannende aan Klinkhamer is namelijk dat hij ook zelf heeft begrepen dat fictie als schuilplaats kan dienen voor de werkelijkheid. Je kunt net zo goed een moord beschrijven die niet heeft plaatsgevonden, als een moord die je zelf hebt gepleegd. De intelligente biograaf Martijn Meijer beseft dit en ziet ook literaire parallellen – met name met Edgar Allen Poe's beroemde verhaal `The Mystery of Mary Roget'. Het punt waar Klinkhamer aanvankelijk op strandde heeft Poe opgelost door een literaire truc: als detective-hoofdpersoon Dupin de naam van de moordenaar wil onthullen onderbreekt Poe het verhaal met de mededeling dat de uitgever het slot heeft afgekeurd. Mocht Poe de moord hebben gepleegd (en volgens Meijer zijn daar `indirecte aanwijzingen' voor) dan is dit een even geslepen als humoristische truc. Mooi in dit verband is overigens Meijers gebruik van de term `bekentenisliteratuur'. Over parallellie en werkelijkheid gesproken: toen Hannie's stoffelijke resten werden ontdekt bleek haar schedel ingeslagen, zoals haar moeder ook was gebeurd.

De moordgeschiedenis in Woensdag gehaktdag (Klinkhamer verwerkte er de roddel in dat hij het lijk van zijn vrouw door de gehaktmolen zou hebben gedraaid) is uiteindelijk voltooid. Lijk gevonden, Klinkhamer veroordeeld, hij heeft zijn straf uitgezeten. Woensdag gehaktdag is ook voltooid Meijer verwijst er in zijn boek op een aantal plaatsen naar maar het is nooit gepubliceerd. Kennelijk heeft hij inzage gehad. Waarom is het niet als boek te koop? Niet goed genoeg? Of is publicatie tegengehouden door de Sonja Barends onder ons?

Grote en kleine vragen: van levens en levensbeschrijvingen die dat oproepen moeten we het hebben. We hebben meelij, en we zijn blij dat we er part noch deel aan hebben.

Martijn Meijer: Klinkhamer. Een leven tussen woord en moord. De Prom, 255 blz. €17,50