Predikanten mogen kerken niet meer in

De Katwijkse predikanten A. Vlietstra en W. van Vlastuin, die de oprichting van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en het opgaan van hun hervormde kerk daarin bestrijden, mogen de komende twee zondagen niet preken in de Oude en de Nieuwe Kerk in Katwijk aan Zee. Wel krijgen zij tot 11 mei hun traktementen doorbetaald. Dat heeft de voorzitter van de rechtbank in Den Haag gisteravond in kort geding besloten.

De Katwijkse wijkkerkenraden De Noord en Morgenster, waarvan Vlietstra en Van Vlastuin predikant zijn, hadden een kort geding aangespannen tegen de centrale kerkenraad van de hervormde gemeente van Katwijk. Zij vochten voor de rechter het besluit van de centrale kerkenraad van Katwijk aan om de bezwaarde predikanten het gebruik van de Oude en Nieuwe Kerk te ontzeggen.

Dat besluit kwam nadat de predikanten en hun gemeenten hadden aangegeven vanwege geloofsbezwaren niet te kunnen meegaan in de oprichting van de PKN, een fusie van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken en de Lutherse Kerk, op 1 mei aanstaande. Daarop paste de centrale kerkenraad van Katwijk het preekrooster aan, waardoor Vlietstra en Van Vlastuin niet meer in de Oude en de Nieuwe Kerk mogen preken, maar voorlopig alleen nog in de Pniëlkerk en de Ichtuskerk terecht kunnen. Daarvoor moeten zijn dan wel een vergoeding betalen. Ook besloot de centrale kerkenraad tot het stopzetten van de traktementsbetalingen voor de twee predikanten. Deze eisten voor de rechter het terugdraaien van beide maatregelen.

In heel Nederland hebben leden van de Hervormde Kerk, maar ook van de Gereformeerde Kerken zich tegen de fusie uitgesproken, en gedreigd met een scheuring. Ruim vijftig bezwaarde hervormde gemeenten hebben in een bodemprocedure de rechter verzocht uit te spreken dat zij niet verplicht zijn toe te treden tot de PKN.