Podium in het dennengroen

We kijken alledrie naar hetzelfde. Een grote ronde zandvlakte op de Goudsberg bij Lunteren, waar doordeweeks hard met graafmachines wordt gewerkt.

Toch zien de twee vrouwen naast me iets anders dan ik. ,,Kijk'', wijst de jongste van de twee. ,,Hier speelden de kinderen.'' Tot voor kort lag hier een groot grasveld en stond het terrein vol tenten. Ik zie iets heel anders voor me. Bijna zeventig jaar geleden hingen hier roodzwarte banieren en zaten op de vlakte tussen de bomen tienduizenden mensen naar één man te luisteren, Anton Mussert, de leider van de NSB.

De NSB was een politieke partij die niets zag in verkiezingen en een gekozen regering. Net als in Duitsland, waar Hitler aan de macht was, wilden ze een Sterke Leider. De meeste Nederlanders vonden dat maar een eng idee.

Eén keer per jaar kwamen de NSB'ers met zijn allen bijeen. Vanaf 1936 was dat in de open lucht op de Goudsberg, vlak bij het middelpunt van Nederland. Hier konden ze ongestoord en zonder bekogeld te worden door de `rooien' hun liederen over een Nieuw en Beter Nederland zingen, hier luisterden ze naar fanfares die marsmuziek speelden, hier luidden ze hun grote klok, hier sprak Mussert in zijn zwarte uniform de menigte toe.

De eerste jaren deed hij dat vanaf een eenvoudig houten podium, omgeven door dennengroen. In 1939 sprak hij zijn mensen toe vanaf het terras van het Nationaal Tehuis – het stenen gebouw met aan de voorkant een licht gebogen, bijna helemaal gesloten muur was er gekomen door schenkingen van de trouwe leden. Trots als een pauw ontving Mussert een jaar later, kort na de Duitse inval in Nederland, de Duitse bevelhebbers en schonk hun de grote klok. De Duitsers raadden hem daarna verdere massabijeenkomsten in de open lucht af, omdat ze een mogelijk doelwit voor Engelse en Amerikaanse bommenwerpers konden zijn.

Het gebouw is na de oorlog blijven staan, eerst toen de padvinderij het terrein betrok en ook later, toen hier een grote camping met zwembad, tennisbanen, stacaravans, tenten en bungalows kwam. De eigenaren willen niets meer met het `foute' verleden te maken hebben. ,,Het staat in de geschiedenisboeken; dat is genoeg'', zeggen ze. De vlakte voor het gebouw bouwen ze vol met stacaravans. Cameramensen en fotografen sturen ze weg. Ik heb er toch een kijkje genomen. Pal voor het gebouw staan grote coniferen en een tuinhuisje, compleet met gedrapeerde gordijnen, een luifel en twee vogelhuisjes. `Verboden honden uit te laten' zegt het bordje op het voorste vogelhuisje.