Oranjegeluid

Guus Middag luistert naar Nederlandstalige liedjes. Vandaag naar Lee Towers `officiële' EK voetbal-lied `Allemaal achter Oranje'. Deze meezinger zal de kenners bekend in de oren klinken.

Enkele weken geleden hoorde ik ze voor het eerst, in Langs de lijn: Oranjegeluiden. Een bekende wijs, trompetgeschal, trommels, een aanzwellende stem, een groot koor, meezingbare tekst: allemaal vormen van Oranjegeluid. Je hoort ze tijden niet, net als de vogeltjes, maar als ze er eenmaal weer zijn weet je dat ze voorlopig niet zullen verdwijnen. Wat men in de natuur lente noemt, met de bijbehorende nesten, eieren, vliegbewegingen en fluitgeluiden, is in de cyclus der grote voetbaltoernooien het Oranjeseizoen, met de bijbehorende opblaasproducten, funpruiken en kampioensdeuntjes. Het eindigt allemaal op 4 juli, finaledag, Lissabon – of eerder, in geval van uitschakeling.

Wat ik hoorde was `Glory, glory, hallelujah' en de machtige stem van Lee Towers die op die melodie de woorden `Allemaal achter Oranje' losliet. Je kon meteen inhaken en meezingen. Rijmwoord: champagne. Dus: ,,Allemaal achter Oranje,/ aan het eind wacht de champagne/ en de cup voor Nederland.'' En nog een keer. Het ging hier, zo werd erbij gezegd, om het officiële EK-lied.

De kenners zullen even gefronst hebben, want kenden zij dit lied niet al van een eerder EK, in 1992, in Zweden, toen Lee Towers ook al zong van Oranje en aan het eind de champagne? Jawel, maar schrijver Peter Koelewijn heeft zijn eigen tekst van toen kritisch tegen het licht gehouden en drastisch gemoderniseerd. Zo herschreef hij de regels ,,Oh het wordt weer mooi in Zweden, alle ogen zijn gericht/ op het team van Nederland'' tot de minstens zo sterke regels ,,Oh het wordt weer mooi in Portugal, de ogen zijn gericht/ op het team van Nederland.'' Ook Koelewijn weet dat schrijven vooral schrappen is. Voor een epos van twaalf tekstregels is in het moderne voetbal geen tijd meer. Daar zijn er nog maar acht van over, verdeeld over twee coupletten.

Verder moesten de gouden beginregels ,,Ja, de Kuip, Galgewaard en ook De Meer/ zijn deze zomer even geen rivalen meer'' gewijzigd worden, omdat stadion De Meer inmiddels is afgebroken en vervangen door een leuke woonwijk. In de aanloop naar het EK zingen we nu met zijn allen: ,,Ja, de Kuip en de Arena met hun sfeer/ zijn deze zomer even geen rivalen meer.''

Toen het lied van Lee uitkwam waren enkele Ajax-supporters juist bezig enkele Feyenoord-spelers het ziekenhuis in te slaan, maar dat zal nu vast niet meer gebeuren. ,,Want'', zo zingt Lee, ,,we sluiten nu de rijen weer een keer/ voor het team van Nederland.'' Vooral dat `want' is sterk. Even later, in het tweede couplet, zegt hij het nog een keer, en al even stellig. Van de beruchte hooligans op de Waddeneilanden, wie kent ze niet, zullen we de komende weken even geen last hebben. En van de befaamde vechtjassen in het diepe zuiden van Limburg ook niet. Zo zegt Lee het: ,,Van Texel tot Maastricht,/ hebben de supporters de gelederen gedicht.''

Dat is mooi allemaal, maar het gaat in dit genre natuurlijk om het refrein. Vier keer klinkt het. Vier keer maakt Lee de borst breed. Vier keer geeft het Ulfts Mannenkoor onder leiding van Piet van der Sanden brede rugdekking. Ze dragen hem gezamenlijk naar zijn indrukwekkende slotuithaal, de laatste lettergreep van ,,Ne-der-land''. Die weet hij maar liefst acht seconden aan te houden. Zwaar tromgeroffel eronder. Zo moet het straks in Portugal ook klinken. Het zal de tegenstanders van Oranje dun door de broek lopen.