Onbekende oosterburen

Met het beeld van Nederland in Midden-Europa is weinig mis. De Nederlander heeft de `zin van het compromis' begrepen, merkt een Hongaarse schrijver vol bewondering op. Maar hoe zit het met het beeld van de Midden-Europeaan in Nederland? Dat is niet-bestaand, vermoed ik. Als de Nederlander al een onderscheid maakt tussen Midden- en Oost-Europa, zal het voor zijn opvattingen weinig uitmaken. Oostelijk Europa is een vreemde, wrede wereld: communisme, etnische zuiveringen, corruptie, armoede en een vleugje romantiek.

Lange tijd hielden we het keurig op afstand; morgen is het deel van de Europese Unie. Renée Postma, zo'n tien jaar NRC Handelsblad-correspondent daar, wil in Midden-Europa achter de schermen een ander Midden-Europa laten zien: energiek, dynamisch en vitaal. Haar boek is goed en vlot geschreven, met intelligente, vaak grappige observaties. Postma heeft geen last van de valse `Midden-Europa'-sentimentaliteit die in het laatste decennium van de Sovjetmacht opgeld deed onder kritische intellectuelen in Praag, Warschau en Boedapest. Midden-Europa achter de schermen is nuchter en kritisch – maar stelt het ook ons beeld van de regio bij?

De aanduiding Midden-Europa neigt nogal naar Mittel-Europa, naar Duitse expansie. Centraal-Europa klinkt beter, neutraler. Centraal-Europa heeft geen duidelijke grenzen, het ligt tussen West-Europa, de Balkan en Rusland in. Centraal-Europa is verdeeld, in vrijwel alle opzichten: taal, religie, etniciteit en geschiedenis. En het heeft een vage zelfidentiteit – tegenover de ongeletterde Russen die Centraal-Europa hadden `ontvoerd' en het communisme hadden opgedrongen en de hedonistische West-Europeanen die het in de steek zouden hebben gelaten. Dit is verleden tijd. De Russen zijn terug achter hun oude grenzen. De Polen, de Tsjechen en de Hongaren zijn terug in Europa. Centraal-Europa is een mengeling van twee werelden. Bij alle ontmoetingen en vaak originele verhalen van Postma gaat het om die merkwaardige, soms fascinerende mix van Oost en West, van oud en nieuw. Waldemar Chmielak, een boer in het hart van Polen die kankert over de `dictatuur' van de Europese Unie, terwijl zijn vrouw met koffie en taart zeult, in tijgerleggings. Of de `stoere arbeiders' van de fabrieken van Kragujevac in Servië, platgegooid door de NAVO, die al jaren thuis zitten en `hun vrouwen gek maken'.

Het mooiste verhaal is dat van András Toma, de beroemdste Hongaarse krijgsgevangene van de Tweede Wereldoorlog. Tot eind 2000 zat hij in een psychiatrische inrichting in Rusland. Hij had geen papieren, geen familie en hij brabbelde een onverstaanbaar taaltje. Een Slowaakse arts, toevallig in de buurt, bracht redding: `die man is niet gek', merkte hij op, `die man spreekt Hongáárs'. En zo zette Toma na ruim een halve eeuw zijn ene been weer op vaderlandse bodem (het andere been was lang geleden door een Russische arts zonder verdoving afgezet). Postma zocht hem een jaar later op in het boerenhuisje waar hij samenwoonde met zijn zuster Anna. Een prachtig beschreven ontmoeting: liefdevol en op haar gevoel probeert Anna haar broer uit zijn isolement te halen. Ze heeft nooit een psychologisch handboek ingezien, schrijft Postma, maar ze weet dat vragen stellen geen zin heeft. `Vraag je hem iets dan is het altijd: weet ik niet. Maar als ik gewoon een bak aardappelen bij hem neerzet, begint hij meteen te schillen.'

Renée Postma: Midden-Europa achter de schermen. Van Habsburg naar Brussel. Prometheus/NRC Handelblad, 264 blz. €17,95