Notarisambt dreigt te verloederen

Het marktdenken heeft ook het notariaat niet onberoerd gelaten. Over alle tarieven kan onderhandeld worden. In de onroerendgoedsfeer leidt dat tot koehandel en horig gedrag, de notaris onwaardig, meent M.J.A. van Mourik.

De notaris bekleedt een ambt. Hij dient in onze maatschappij het publieke belang van de rechtszekerheid. Zijn akten hebben dezelfde bewijskracht als een rechterlijk vonnis. Het is dan ook de bedoeling dat de functionaris zijn ambt onafhankelijk en onpartijdig uitoefent.

Anders dan de aannemer, de accountant, de makelaar en andere ondernemers wordt hij benoemd bij Koninklijk Besluit, heeft hij een plaats van vestiging, in beginsel een dienstverleningsplicht en in bepaalde gevallen een dienstweigerings- en verschoningsplicht.

Deze ambtelijke functionaris is georganiseerd in een Orde met bijbehorende verordeningsbevoegdheid, zijn boeken worden gevraagd en ongevraagd door een publiek orgaan financieel gecontroleerd, voor hem geldt een (als het goed is) stevig tuchtrechtelijk regime en hij wordt op zijn 65-ste verjaardag al dan niet eervol ontslagen. De kenmerken van een marktgerichte ondernemer worden hier niet herkend. De rechter is de meest verwante beroepsbeoefenaar.

Het in de jaren '90 heilig verklaarde marktdenken liet ook het notariaat niet onberoerd. De nieuwe Wet op het notarisambt (1999) draagt daar de sporen van. De diepste groef wordt gevormd door de tarievenparagraaf die ertoe leidde dat thans alle tarieven vrij onderhandelbaar zijn. De notaris werd daarmede in een ondernemersrol gedwongen.

Het ministerie van Economische Zaken liet het ministerie van Justitie in het stof bijten en de Tweede Kamer vond het in meerderheid prachtig. De notarissen lieten zich als een stel gezagsgetrouwe schapen naar de slachtbank voeren. Maar is het dan niet raar dat de tarieven van ambtelijke, in een monopoliepositie verrichte werkzaamheden onderhandelbaar zijn?

Meer dan 70 procent van de omzet van een gemiddeld notariskantoor wordt gevormd door opbrengsten van leverings- en hypotheekakten in de consumentensfeer. De handelingen die verricht moeten worden om dit rechtsverkeer ordelijk te laten verlopen, zijn in het algemeen helder te omschrijven.

De kostprijs kan haarfijn worden berekend. Het betreft vooral ambachtelijke arbeid die in overwegende mate verricht wordt door niet-juridisch geschoolde medewerkers. De notaris houdt toezicht en leidt de ondertekeningsceremonie. Het notariaat verricht de hier bedoelde taak naar behoren.

De toegevoegde waarde van de notaris op het gebied van dit ambachtelijk onroerendgoedverkeer is voornamelijk gelegen in het vertrouwen dat de samenleving heeft in de notaris als ambtelijke beroepsbeoefenaar. Hij wordt gezien als een onkreukbare, onafhankelijke en onpartijdige functionaris bij wie geld en goed in veilige handen zijn.

In dit opzicht verschilt het imago van de notaris nogal van dat van de ondernemer.

Met het feit dat de tarieven voor de diensten van de moderne notaris vrij onderhandelbaar zijn, valt te leven. Niet echter als het gaat over de werkzaamheden in de ambachtelijke onroerendgoedsfeer. Al was het maar omdat op dat gebied concurrentie op kwaliteit nauwelijks mogelijk is. De toegevoegde waarde van de notaris is hier beperkt. Concurrentie op kwaliteit is nauwelijks mogelijk. Vrije tarieven passen reeds om deze redenen niet bij dit soort uitvoerende werkzaamheden.

Doorslaggevend voor de verwerping van de vrije onderhandelbaarheid van de notariële tarieven in de consumenten-onroerendgoedsfeer is echter dat deze leidt tot verloedering van het ambt van het notaris en daarmede de bijl legt aan de wortel van het notariaat als publieke instelling.

Die verloedering openbaart zich in de concurrentieslag die in de praktijk van alledag wordt geleverd.

Het is een gênante vertoning dat notarissen zich moeten overgeven aan koehandel en handjeklap, zich verlagen tot horig gedrag jegens makelaars en projectontwikkelaars, en de eer en het aanzien van het ambt te grabbel gooien ten dienste van inhalig ondernemerschap en ten koste van de publieke geloofwaardigheid.

Op onroerendgoedveilingen en daarbuiten laten notarissen met zich sollen door de `vastgoedjongens' en andere vrijbuiters. De collegiale verhoudingen zijn in veel streken belabberd.

De paradoxale situatie doet zich voor dat naar mate een notaris deugdzamer is, de kans toeneemt dat hij het loodje legt. Let wel, als meer dan driekwart van de omzet wordt behaald door het verrichten van ambachtelijk onroerendgoedwerk, leidt een prijzenslag op dat gebied onvermijdelijk tot een strijd om het bestaan. Het verlies aan omzet is voor de meeste notarissen niet goed te maken op andere, meer juridisch-kwalitatieve terreinen.

De consument lijkt baat te hebben bij deze ontwikkeling. Hij kan echter behoorlijk op de koffie komen. De flankerende juridische advisering (huwelijk, echtscheiding, samenleven, erfrecht, belastingen) schiet er bij menige notariële handelsman bij in. Maar ook de maatschappij als zodanig is uiteindelijk de dupe als het notariaat een speelbal wordt op de ondernemersmarkt.

Een gezonde uitoefening van het ambt van notaris is slechts gediend met vrije tarieven op terreinen waarop de notaris op basis van juridische kwaliteit kan concurreren. En dat is niet het geval op het terrein van de leverings- en hypotheekakten.

De dreigende verloedering van het ambt dient snel tot staan te worden gebracht. De spagaatachtige spanning tussen ambtelijke dienstverlening en ondernemerschap op de consumenten-onroerendgoedmarkt moet worden opgeheven.

Daarvoor is nodig dat de overheid de tarieven voor de desbetreffende ambachtelijke diensten bindend vaststelt. Niet alleen het algemene belang van de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de notaris is daarmede gediend maar ook de keuzevrijheid en de advisering van de consument.

M.J.A. van Mourik, is hoogleraar notarieel- en privaatrecht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en notaris te Nijmegen.