Motie: voor oogst grenzen toch open

Seizoensarbeiders uit nieuwe lidstaten moeten makkelijker aan het werk kunnen in de land- en tuinbouw. Daartoe nam de Tweede Kamer gisteren een motie aan van Kamerlid Bruls (CDA).

De Kamer wil de procedure voor een werkvergunning voor arbeiders in de land- en tuinbouw verkorten naar twee weken. De vergunning zelf is geldig voor maximaal twee maanden. Op die manier komt de Kamer de tuinders die nu moeten oogsten tegemoet. Zij kunnen zo snel Polen en andere arbeidskrachten uit de nieuwe lidstaten inzetten bij de oogst van aardbeien en asperges.

Het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI), dat onderzoekt welke arbeidssecotoren in aanmerking komen voor een versnelde procedure, wil de seizoenswerkers niet snel toelaten. Het wil de vacatures gebruiken om Nederlandse werklozen en bijstandsgerechtigden weer aan het werk te krijgen. De Tweede Kamer is bang dat het CWI hier niet in slaagt en denkt dat de seizoensoogst gevaar loopt. Eerder besloot het CWI OK-assistenten, radiotherapeutisch- en radiodiagnostisch laboranten, uitbeners en slachters wel versneld toe te laten tot de Nederlandse arbeidsmarkt.

Staatsecretaris Rutte (Sociale Zaken, VVD) toonde zich gisteren in de Tweede Kamer ontdaan over de motie van Bruls en noemde hem ,,inconsequent''. Eind 2003 was het een andere motie van Bruls en de VVD die hem dwong de grenzen voor arbeidskrachten uit de nieuwe lidstaten dicht te houden. Toen was de kamer bang voor verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt. Morgen treden tien landen toe tot de Europese Unie.

Omdat de oogst volgens Rutte geen gevaar loopt, vindt de staatssecretaris het onnodig om nu ineens weer arbeidskrachten toe te laten. Maar de motie van Bruls, die in de Kamer steun kreeg van alle partijen behalve de VVD, dwingt hem nu die stap te nemen. Rutte zal in het kabinet bespreken of de motie van Bruls ook wordt uitgevoerd.