Lukraak het verzet in

Een ongehoorde gebeurtenis vertellen, dat wilde Heinrich von Kleist en dat wil, twee eeuwen later, ook zijn leerling Erich Hackl. Steeds komt deze Oostenrijker met onwaarschijnlijke verhalen die toch waar gebeurd zijn. Auroras Anlass (1987) behandelde de geschiedenis van een Spaanse feministe die, begin twintigste eeuw, haar eigen dochter doodschoot omdat het kind op een man verliefd werd. Abschied von Sidonie (1989) ging over een echtpaar dat een zigeunermeisje heel beschermend adopteerde en toch niet kon verhinderen dat de nazi's haar in 1943 naar de gaskamers sleepten. En in Sara und Simón (1995) zoekt de door de Argentijnse junta opgepakte Sara Mendez onophoudelijk naar haar zoontje Simon die zij bij haar arrestatie in 1973 moest achterlaten.

Hackls nieuwste boek berust ook op feiten en dit keer bevat de titel niet de ware personennamen maar alleen de plaats. Een plaats die het synoniem is voor massamoord en inhumaniteit: Auschwitz. En daar, te midden van alle gruwelen, laat Hackl een wonder herleven. Het had plaats op 17 maart 1944, de Oostenrijkse gevangene Rudi Friemel en zijn Spaanse schone vierden hun bruiloft. Margarita Ferrer mocht het kamp binnen en in het bordeel van dat kamp bracht het paar z'n huwelijksnacht door, met medewerking van de nazi's.

Haalden die nazi's een cynische grap uit? Of streken ze voor één moment hun hand over het hart? Hackl geeft geen antwoord. Hij schildert wel het vervolg. De gevangenen vatten de bruiloft op als een teken van normaliteit, een kiem van menselijkheid: ze putten er moed uit en beramen een vlucht – die mislukt. Friemel wordt opgehangen. Maar zijn vrouw en hun zoontje overleven de oorlog.

Dat alles horen we van veel vertellers. Bruiloft in Auschwitz heeft de strenge toon van een getuigenis en de rommelige vorm van een montage. Het is niet altijd duidelijk wie wanneer het woord voert en het duurt een tijdje voordat je de stemmen onderscheidt: die van Rudi's onconventionele schoonzus uit Madrid; van zijn steeds vergeetachtigere weduwe en hun kind Edouard; van twee vrouwen die in het kamp de administratie van de doden bijhielden – en van nog meer figuren, zoals de naamloze ik-verteller die anno nu in de archieven duikt. Een verwarrende constructie, te meer daar Hackl niet lineair vertelt maar rusteloos van het heden naar het verleden springt en vice versa. Maar krijg je eenmaal vat op de weerbarstige materie, dan ontvouwt zich een rijk panorama. Erich Hackl brengt een haast vergeten wereld in kaart, de wereld van het linkse activisme. Volgens hemzelf en een van zijn sprekers is dat een nobele soort: `Moeder was de dochter van een vooraanstaand socialist, vader was eerst anarchist en later communist. Wij zijn dus uit het goede hout gesneden.'

Hackls protagonisten zijn rechtschapen arbeiders die onversaagd het verzet in gaan – tegen de kapitalisten, de nationaal-socialisten, de overal aanwezige fascisten. Margarita en Rudi ontmoeten elkaar in hun Spaanse verzet tegen Franco en Rudi's kameraden in het Duitse kamp, stuk voor stuk politieke gevangenen, die boven de anderen staan. Maar dit keer voorziet Hackl zijn helden ook van mindere trekjes. Margarita is verwend en bovendien labiel en Rudi houdt te veel van vrouwen: dat hij al met een ander getrouwd is en bij haar zelfs een kind heeft, vertelt hij zijn Spaanse bruid aanvankelijk niet, net zomin als die iets weet van zijn geflirt met een vrouwelijke medegevangene vlak na Margarita's vertrek uit het kamp. Zulke onvolkomenheden doen hetzelfde als die merkwaardige bruiloft in Auschwitz: ze maken de personages menselijker en de vertelling minder streng.

Erich Hackl: De bruiloft van Auschwitz. Vertaald door Gerrit Bussink. Ambo, 176 blz. €17,90