Koken met een kanonskogel

`Abdelkader Benali is niet Yusef el Halal. Mijn vrienden moeten lachen als ze mijn werk lezen. Ze moeten niet denken: Wat mankeert hem nou? Waarom schrijft hij over tapijten en moskeeën van vroeger als hij zijn vriendin mist? Ik gebruik niet als Benali in elke achtste zin een metafoor. Ik houd meer van hyperbolen.'

Aan het woord is Yusef el Halal, winnaar van de Hollands Maandblad Schrijversbeurs 2004 én hoofdpersoon van de verhalenbundel Man zoekt vrouw om hem gelukkig te maken. Wie al vermoedde dat `Joost de Reine' een pseudoniem was, weet sinds gisteren (na een bericht op de kunstpagina van deze krant) wie er achter de vermeend Marokkaans-Nederlandse auteur schuilgaat: de Rotterdammer Ernest van der Kwast, die later dit jaar ook nog eens onder zijn eigen naam zal debuteren. Het sop zou de kool niet waard zijn – nauwelijks bekende schrijver blijkt onbekende schrijver! – als Man zoekt vrouw niet een verrassende bundel was die de gimmick overstijgt. Yusef el Halal mag dan een Hollander zijn die voor Marokkaan speelt; z'n zogenaamde verhalen van de straat en z'n satirische kanttekeningen bij de multiculturele samenleving zijn er niet minder trefzeker en vermakelijk om.

Yusef El Halal houdt inderdaad van hyperbolie, en van het spelen met vooroordelen. Als hij zijn oom in Marokko vertelt dat hij door zijn grote liefde is verlaten, krijgt hij te horen: `Je moet vrouwen vastbinden, dan kunnen ze niet weggaan.' Als ze daarna bij oom Oulilidad thuis komen, noteert Yusef terloops: `Zijn vrouw [staat] te koken. Ze heeft een ketting met een kanonskogel aan haar been.' In de boekenkast van Yusefs ouders staan `alleen de koran en de gebruiksaanwijzing van de schotelantenne'. En in het surrealistische verhaal `Marokkaanse culturele avond' ontdoen drie vandalen Museum Boijmans Van Beuningen van de oude meesters. `Een schrijver verzint dingen,' legt Yusef uit aan een sullige vriend die een van zijn verhalen heeft gehoord, en hem vraagt of hij écht met Saadia, Houda, Esma, Karima, Samira, Rachida, Yasmina, Asmaa, Aisha, Amina, Sonu, Jannah, Zehra, Rahma, Nadia, Soenja, Aliyah en Miriam naar bed is geweest. `De Yusef in mijn verhalen is iemand anders dan ik.'

Het is niet de enige keer dat Yusef el Halal, de worstelende would-be-schrijver uit de verhalen van Man zoekt vrouw, speelt met zijn valse identiteit. `Ik wil het leven beschrijven zoals het is, maar dat het mijn leven niet is, wordt wel eens veronachtzaamd,' schrijft hij in een serieuze (en bijna literair-programmatische) brief aan zijn moeder. `Het beeldscherm is mijn lachspiegel. Ik moet deze spiegel aan iedereen voorhouden totdat niemand meer weet wat ze moeten geloven.' Wat Yusef niet wil, is doen wat Nederlandse lezers van jonge Marokkaanse schrijvers verwachten: `[De mensen] willen allochtonen dresseren,' schrijft hij in `Geef jezelf uit', waarin de op twee-culturenschrijvers beluste uitgevers belachelijk worden gemaakt. `Ze geven ons subsidie en wij moeten kunstjes doen die ze graag willen.' Yusef heeft andere literaire voorbeelden: W.F. Hermans bijvoorbeeld, en zijn daadwerkelijke mentor Ronald Giphart, de auteur van de in het titelverhaal geparodieerde roman Ik ook van jou. En de belangrijkste invloed wordt niet eens genoemd: Arnon Grunberg, wiens laconieke dialogen, goed getimede herhalingen en hilarische staccatozinnetjes in meer dan de helft van de verhalen terugkomen. Als je niet beter wist, zou je denken dat Grunberg het masker van de perverse Wener Marek van der Jagt heeft verruild voor dat van een allochtone rouwdouw.

Negentien verhalen telt Man zoekt vrouw, gegroepeerd rondom een dozijn slechte gedichten (waarin onder meer een flauwe aanval wordt gedaan op `Jihad' Bouazza). De kwaliteit wisselt. Tussen geestige schelmenverhalen, over het leven als drugskoerier of een bezoek aan een fundamentalistische moslimbijeenkomst, staat een flauw verhaal over interculturele liefde met een snackbarhoudersdochter; en tegenover de prachtig gestileerde `Brief naast een lichaam gevonden' (waarin de Marokkaanse Droom tegen de werkelijkheid wordt afgezet) staat een flauwe pornografische stijloefening die poogt de macht van de schrijver te illustreren. Maar het tempo is in alle verhalen hoog, de humor is hard en absurdistisch, en zelfs in de afzwaaiers vind je mooie oneliners als `Proza en gevoel kunnen goed samengaan, zeker op het gebied van harde seks met meerdere vrouwen' en `In bed droom je, in coffeeshops praat je over je dromen en op straat gebeurt niets.'

De humor van Yusef el Halal herinnert aan de Marokkaanse zelfspot van de recente succesfilm Shouf shouf habibi (zoon: `Ma, ik heb geldproblemen'; moeder: `Zal ik meer kinderen maken?') maar zet tegelijkertijd de politiek correcte lezer aan het denken: mag je de grappen van Yusef el Halal wel leuk vinden als je weet dat auteur geen Marokkaan is? Het is dezelfde kwestie die speelde bij de VPRO-televisiesatire 100% Ab, waarin de Spaans-Nederlandse cabaretier Javier Guzman vermomd als Marokkaanse lefgozer de draak stak met de integratie. Net als bij Guzman treft de kritiek en de sick jokery bij Yusef el Halal de Hollanders evengoed als de Marokkanen. Maar nog belangrijker is dat er zelfs zonder de harde grappen en met aftrek van de zwakke passages een goed boek overblijft: een picareske verhalenbundel over een allochtone branieschopper die bezeten is van seks, geweld, de Grote Liefde en het kunstenaarschap – kortom een pseudo-islamitische kloon van Ik Jan Cremer.

Yusef el Halal: Man zoekt vrouw om hem gelukkig te maken.

Nijgh & Van Ditmar, 192 blz. €15,95