Knikkerronde, zwarte ogen

Stanley Kubrick liet zijn filmscripts bewaken als staatsgeheimen. Nu liggen ze ter inzage op een tentoonstelling in Frankfurt, met foto`s, veel foto`s: die man met die boze ogen heeft toch plezier gekend.

Zou er iemand zijn die denkt dat Stanley Kubrick nog leeft? Toen de filmmaker op 7 maart 1999 overleed, dachten de meeste mensen dat hij al lang gestorven was, zo teruggetrokken had hij de laatste jaren voor zijn dood doorgebracht. Hij hield zich afzijdig van de wereld, althans van de wereld van feestjes en trivialiteiten. Want in werkelijkheid legde hij op dat moment de laatste hand aan Eyes Wide Shut – zijn filmische testament – en had hij dagelijks contact met tien tot honderd verschillende mensen. Dat is meer dan bij de meeste van ons.

Dat schrijft zijn weduwe Christiane in het voorwoord bij de Kubrick-tentoonstelling die zij in samenwerking met het Deutsches Filmmuseum in Frankfurt samenstelde. Het is de eerste grote expositie die aan de filmmaker gewijd is. Tientallen setfoto's, filmstills, schetsen, brieven, geannoteerde scripts, posters, boeken volgekrabbeld met aantekeningen, kostuums en rekwisieten zijn er per – gerealiseerde of gedroomde – film verzameld. Een artistieke erfenis in dertien en nog wat hoofdstukken. Het moet nog maar een klein deel van zijn nalatenschap zijn. Dat verraden de foto's die zijn opgenomen in het boek Stanley Kubrick, a Life in Pictures dat Christiane Kubrick-Harlan samenstelde, toen in 2001 de gelijknamige documentaire werd uitgebracht van Jan Harlan, haar broer en sinds A Clockwork Orange Kubricks vaste producent.

Bladerboek en documentaire laten zien dat Kubricks landhuis Childwick Manor in het Engelse St. Albans, even buiten Londen in Hertfordshire, is volgestouwd als een archief, een bibliotheek, een geheugenpakhuis. Kubrick bleef er tot zijn dood wonen. Een klein voorbeeld van die verzamelwoede, in Frankfurt: een kabinetkastje met 250.000 archiefkaartjes met aantekeningen over Napoleon. Voor een film die hij nooit zou maken.

Kluizenaar

Stanley Kubrick was al bij zijn leven een legende – de legende van de kluizenaar-kunstenaar. Toen een van de belangrijkste filmmakers uit de filmgeschiedenis stierf, wist niemand meer hoe hij eruitzag. Daar had hij zelf ook het nodige aan bijgedragen. Uit verlegenheid, sociale onhandigheid, mensenhaat, of gewoon omdat hij het alternatief doodvermoeiend vond. Hij gaf zelden interviews, werd nooit zomaar in het openbaar gesignaleerd. Zijn geboorteland Amerika had hij in de jaren zestig verruild voor Engeland, dat hij naar men zegt nooit meer verliet. Zelfs niet voor zijn film Full Metal Jacket, waarvoor hij de slagvelden van Vietnam in een Londense studio liet nabouwen.

Kubrick deed steeds langer over zijn films. Eerst twee jaar, tussen Lolita en Dr. Strangelove or: How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb uit 1964, toen drie, tussen 2001: A Space Odyssey en A Clockwork Orange in 1971, toen vier voordat hij Barry Lyndon maakte. Daarna duurde het vijf jaar voordat The Shining in 1980 uitkwam, zeven voor de première van Full Metal Jacket en maar liefst twaalf jaar voor die van zijn zwanenzang Eyes Wide Shut.

Perfectionist? Faalangst? Hij liet medewerkers aan zijn films een geheimhoudingsverklaring tekenen. Genie of paranoïde gek.

Geruchten voedden de geruchten. Was zijn laatste film wel echt af? Was het porno? Zag je het toenmalige echtpaar Tom Cruise en Nicole Kidman er echt de liefde in bedrijven? Iedereen wist alles en niets van Stanley Kubrick.

Met een foto van de overleden regisseur kwam de Amerikaanse nieuwszender CNN pas vele uren na de bekendmaking van zijn dood op de proppen. Tot die tijd werden in bulletin na bulletin, krantennecrologie na in memoriam, dezelfde portretten en anekdotes gerecycled. De jonge Stanley met fotocamera waarmee hij als scholier zijn eerste foto voor het tijdschrift Look maakte. Stanley Kubrick schakend op de set van Dr. Strangelove. Kubrick achter de camera tijdens de opnamen van A Clockwork Orange. Steeds dat vele zwarte haar. En die knikkerronde, zwarte ogen. Keken ze nu onderzoekend of op hun hoede de wereld in? Of was dit alleen maar de alerte blik van iemand aan wie niets ontging? Die beeld voor beeld zou blijven schieten (hij was berucht om zijn vele takes) totdat zijn filmwereld precies zo was als hij hem had gezien?

En toen was er een halve dag na zijn dood opeens die vriendelijke opa. Nog steeds met veel haar. En een enorme baard. En grote ronde brillenglazen. Allang niet meer strak in het pak, maar in comfortabele werkkleding. En keek hij nou een beetje spottend? Of was dat de schaduw van zijn montuur? Die man, dat was dus Stanley Kubrick.

Ik kan eindeloos naar die foto's van Kubrick kijken. Ik denk zelfs dat kijken naar Kubrick, kijken naar foto's is. Foto's die hij maakte voordat hij ze in films liet bewegen. Zoals die van een rijtje beenprothesen aan de muur. En de soldaat op de achtergrond, behendig door het kader op zijn middel afgesneden. En de man op de voorgrond, die eruitziet als een slager, maar de militair waarschijnlijk zojuist een nieuwe voet heeft aangemeten. Is hij nu nog een man?

Je kunt ook naar Kubrick luisteren op de tentoonstelling in Frankfurt, in de onvermijdelijke audiotour, als de vertelstem van Clockwork-ster Malcolm McDowell wordt onderbroken door een zeldzaam radiofragment. Daarin vertelt de jonge regisseur dat er niets mooiers, grootsers en bevredigenders was dan films maken. Die man met die boze ogen heeft dus plezier gekend. Laten we dan ook met plezier naar hem kijken, niet met dat vooropgezette idee dat hij een misantroop was. Waarschijnlijk was zijn plezier alleen maar van tijd tot tijd een beetje gemeen. Zoals de mensen die hem eindeloos fascineerden.

Hij is ook in bewegende beelden te zien. In A Life in Pictures op een monitor. Of de `making of' die zijn toen twintigjarige dochter Vivian maakte over de draaiperiode van The Shining, met de krankzinnige Jack Nicholson. Spaarzame, vage filmbeelden. De vele foto's die sinds zijn dood uit het familiealbum tevoorschijn zijn gekomen, passen hem beter. Nog meer Kubrick met de camera. Naast de camera. Achter de camera. Maar zelden betrapt. Altijd denkend, peinzend, kijkend. Geposeerd eigenlijk. Net zo bewust als de eerste foto die hij in 1945 aan Look verkocht, van de krantenverkoper in zijn kiosk, omringd door voorpagina's met grote koppen die melden dat president Roosevelt is overleden. Kubrick vroeg de venter voor de foto extra bedroefd te kijken. Extra is echt.

Zijn dertien speelfilms zijn een volmaakt oeuvre in verschillende genres en stijlen. Er zijn oorlogsfilms (Days of Glory, Full Metal Jacket), een film noir (The Killing), een kostuumdrama (Barry Lyndon), sciencefiction (2001), onderzoekingen naar de corrumperende werking van seksuele fantasieën (Lolita en Eyes Wide Shut). Het waren stuk voor stuk vernieuwende films, vreemd en vervreemdend in de manier waarop ze standvastig onderzoeken wat een mens een mens, een menselijk mens maakt. Over die films is inmiddels een kamer vol met boeken volgeschreven. Net zoveel als Kubrick er zelf over Napoleon had. Zou Kubrick al die boeken ook verzameld hebben? Dan kun je er zeker van zijn dat die kamer in St. Albans de enige complete Kubrick-bibliotheek ter wereld bevat.

Raadsels

Aan de aandacht van Kubrick mag dan nooit iets ontsnapt zijn, zoals we in zijn biografieën lezen, voor de gewone filmliefhebbende sterveling blijven er nog wat raadsels over. Raadsels die we, zoals zijn laatste filmtitel zegt, op moeten lossen met onze ogen wijd gesloten. Door naar zijn films te kijken en erover te fantaseren. En voor wie de films niet genoeg zijn, zijn er de aanwijzingen, de foto's, de objecten. Zoals de koffer met geld uit The Killing die tentoongesteld is. In de film die nu in Nederlandse bioscopen is heruitgebracht, is te zien hoe de bankbiljetten vervliegen in de wind. De bijl uit The Shining is er, waarmee Jack – `Here's Johnny' – Nicholson de deur van zijn verbeelding inhakt. En het masker uit Eyes Wide Shut is te zien, waarachter Tom Cruise zijn gezicht en erotische fantasieën verbergt.

Er zijn boeken vol aantekeningen en scripts vol aanwijzingen, die ooit als staatsgeheimen bewaakt moesten worden en nu voor filmvorsers studieobjecten zijn. Ze liggen er zomaar open en bloot.

De grootste winst is dat er eerst maar tien foto's van Stanley Kubrick bekend waren, en er nu honderden zijn. Waar hij tijdens het draaien van zijn films naar keek, dat hebben we allemaal al gezien. Dat waren zijn films. En dat kunnen we dankzij die films keer op keer herontdekken. Nu kunnen we oogopslag na oogopslag uit zijn gezicht proberen af te lezen wat hij dacht toen hij het zag. Die wonderlijke, wrede, tobbende, half gestorven, uit zichzelf verdwenen mens. Dichterbij kunnen we voorlopig niet komen.

De tentoonstelling `Stanley Kubrick' is te zien t/m 4 juli 2004 in het Deutsches Filmmuseum/Deutsches Architektur Museum, Schaumankai 42, Frankfurt am Main. Inl. www.stanleykubrick.de