Kinderen, bel de kliklijn

NEW YORK/MADRID/BRUSSEL. Twee lesbiennes zitten in mijn woonkamer, bezoek, voor het eerst sinds maanden, als ik de werkster, mijn assistent Mucho en mijn vroegere vriendin die nog steeds een beetje vriendin is niet meereken. Mucho en de werkster worden betaald, de vroegere vriendin krijgt een kind maar niet van mij. Wanneer de baby beweegt, kan ze haar buik zien golven.

De nieuwe lamp, aangeschaft in december maar pas afgeleverd in maart, hij moest uit Europa komen, brandt op volle sterkte, evenals twee kaarsjes. Daar zitten ze, de lesbiennes, op de witte, rieten stoelen die ik in de herfst van 1995 in Soho onder leiding van mijn toemalige vriendin heb aangeschaft. Het riet laat hier en daar te wensen over, maar op die plaatsen steek ik een lucifer in de stoel. Met behulp van de juiste belichting lijkt een lucifer riet.

De lesbiennes, respectievelijk zus en schoonzus van Aap, lijden aan smetvrees. Gespreksstof voor een half uur. Hoe vaak moet je je handen wassen voor ze gaan bloeden? Helpt het bloeden tegen bacteriën? De eindeloze en bij voorbaat verloren strijd tegen insecten en andere viezigheid, vooral de onzichtbare viezigheid is een ramp.

De angst als levensdoel, angst voor vliegtuigen, liften, het donker, de mensen. Het doel: leven om vliegtuigen, liften, donker en mensen te vermijden. De angst als minnaar, de angst die tegen je fluistert: ,,Neem mij'', maar ook: ,,Ik zal jou nemen'', de angst als vijand van de leegte, als verlosser, als een barmhartige God, als een vader in de hemel die je gebeden verhoort.

Als er niets meer over smetvrees gezegd kan worden, zet ik een nummer van Michael Jackson op en ontdoe mij op de maat van de muziek van mijn kleren. Dat is veel gezegd, van blouse en riem.

Ik strip niet vaak, maar als ik strip dan met overgave.

Een van de lesbiennes kijkt geïnteresseerd toe, de ander pakt een tuinschaar die om onduidelijke redenen, een cadeautje van een ex-vriend die aan lager wal is geraakt, voor mijn open haard staat. Zij roept: ,,Ik word misselijk.''

Er zijn dagen dat ik een verlopen vrouw zou willen zijn die het effect van haar naaktheid overschat, die stiekem weet dat haar lijf hangt en stinkt, maar die toch doorgaat naakt te zijn voor mannen die niets beters kunnen krijgen.

Dit is voor lezers die niets beters kunnen krijgen.

De manicure, Irina, is naar San Francisco verhuisd, voor drie maanden, haar dochter krijgt een tweede kind. Ik ben uitbesteed aan Galina uit Kazachstan. Ze zegt: ,,Als Irina terugkomt uit San Francisco geef ik je aan haar terug.''

Galina heeft twee dochters, de jongste is zestien. Na moeilijkheden op school werd Galina's jongste dochter naar een militaire academie in het noorden van de staat New York gestuurd.

Vijf keer liep de dochter weg. Zij heeft een verhouding met een drugsdealer op leeftijd. Naar school gaan doet ze niet meer. In plaats daarvan zit ze op haar kamer en belt met de desbetreffende autoriteiten om door te geven dat haar moeder haar mishandelt. Ze beweert dat alleen de drugsdealer haar begrijpt.

Ik ken dat soort verhalen van mijn vorige werkster die inmiddels wegens hoge bloeddruk en een zwangerschap geen werkster meer is. Ook zij werd door haar dochter aangegeven bij de politie.

Galina zegt: ,,Het Bureau voor Kindermishandeling gelooft niet de ouders, maar het kind. Ze zijn drie keer komen kijken, ook in de koelkast, maar ze vonden geen sporen van mishandeling. Het dossier is nu gesloten.''

Galina besprenkelt mijn vingers met desinfecterende vloeistof. Haar nieuwe man is taxichauffeur.

In Amerika geven steeds meer kinderen hun ouders bij de politie aan, vaak zijn de klachten niet gegrond, maar waar de opvoeding eindigt en de mishandeling begint is onduidelijk.

Voor mij is het te laat, maar als je nog inwonend bent en dit leest: bel de kliklijn en geef je ouders aan.

Je kent ze als geen ander, ze hebben vast wel iets gedaan wat niet door de beugel kan. Belasting ontdoken, doorgereden na een ongeluk, misschien een oudtante iets te veel morfine gegeven. Of ze mishandelen je omdat je een heksje schijnt te zijn.

Galina is naar de rechtbank gegaan om te verklaren dat ze niet langer de verantwoordelijkheid kan nemen voor de daden van haar minderjarige dochter.

Aarzel niet. Wat heeft het voor zin medelijden te hebben met schepselen met wie verder niemand anders medelijden zal hebben? Dat zou pas een gruwelijke vorm van bedrog zijn.

Mijn Franse leraar, Michel, die ik kort na Galina bezoek, begint te huilen terwijl hij vertelt over de politie van de sjah die in '79 het vuur opende op demonstranten. Zou hij mensen gekend hebben die daarbij zijn omgekomen?

Ik stel die vraag niet. ,,Je spreekt te snel'', zeg ik.

Het heeft de sjah niet meer mogen baten. Ik vlieg naar Madrid.

Een avond in een Italiaans restaurant in de Spaanse hoofdstad. Laura's oom is tandarts.

Zapatero trekt zijn troepen terug uit Irak, maar geen hond die zich daarvoor interesseert. Mijn Madrileense vriend zegt tegen Laura: ,,Mag ik een afspraakje maken met je oom? Mijn gebit verlangt naar een tandarts.''

Dat vindt Laura goed.

Ik noteer de hoogtepunten. Net als bij de erotische film: je spoelt door tot je het vlees ziet. Vanwege het verhaal kun je het beter laten.

Dan nog Brussel.

Adriaan van Dis is sinds mijn ontmoeting met hem in Tokio (2000) iets dikker geworden, maar ziet er verder blakend uit. Hij verzekert me dat hij gelukkiger is dan ooit. Ondanks, of misschien wel dankzij, zijn geluk schijnt hij veel over de dood te praten en overweegt hij een pistool aan te schaffen.

Na middernacht ontmoet ik Saadia die ik ontmoet heb bij mijn vorige bezoek aan Madrid, begin april 2004.

Saadia ontpopt zich in Brussel als moeder van een negenjarige zoon.

In Madrid had ze nog geen zoon.

De zoon heet Yahya (spreek uit: Jagija), genoemd naar de gelijknamige Palestijnse bommenmaker die in '95 is geliquideerd.

,,Luister , zeg ik, ,,ik geloof niet in ongelukjes.''

Saadia zegt: ,,Ik vergeet van alles, dus waarom niet de pil?''

Iets klopt er niet. Ze beweert in Belgisch Limburg te zijn opgegroeid, maar ze spreekt Vlaams alsof een computer haar dat heeft leren spreken.

Ze zegt dat de buurman vaak op haar zoon past, soms zelfs een paar dagen achter elkaar, maar dat hij daar niets voor terug hoeft.

Dat soort buurmannen bestaat niet.

Saadia zegt: ,,De buurman werkt veel met kinderen.'' En ook: ,,Hoeveel alleenstaande moeders ken jij eigenlijk?''

Yahya's vader heet Jeroen, maar die is verdwenen. Yahya heeft halflang blond haar, is nieuwsgierig, verlangt naar een vader en lijkt op een meisje. Hoewel hij niet religieus wordt opgevoed, bezoekt hij regelmatig een koranschool. Besneden is hij nog niet. Ik zeg: ,,Daar zou ik mee opschieten.''

Ik meld mij aan als stiefvader, als je met één stiefzoon begint, kan er wel een tweede bij.

Misschien heeft Saadia geen zoon, misschien heet ze geen Saadia, misschien is haar buurman bommenmaker van beroep of is het bij hem meer een uit de hand gelopen hobby. Misschien doet ze geheimzinnig en interessant uit hoofde van haar functie.

,,Wanneer kan ik Yahya zien?'' vraag ik.

The New York Times bericht dat vrouwelijke studenten in Saoedi-Arabië Bin Laden bijzonder aantrekkelijk vinden, zeg maar gerust een stuk. Onze duivel is de Che van de buren.

Peer, Abe, Rafaël, vriendelijke namen voor vriendelijke kinderen, geen bommenmakers.

Bepaalde literatuur noem je goed, andere slecht, daar wordt literatuur, over het algemeen, beter van.

Bepaald menselijk gedrag heet goed, ander gedrag slecht. Daar knapt de mens niet van op.

Je kunt ook voortdurend refereren aan melk als een zuivelproduct, maar lekkerder wordt die melk daar niet van.

Alleen al om hem naar een bommenmaker te noemen zou ik wel een kind willen krijgen.

Het kind is een literair experiment.