`Ik bouw mijn figuren uit de modder op'

Schrijver Tim Winton grossiert in onderscheidingen, zet zich in voor behoud van koraalriffen en levert romans af waarin vrouwen het voor het zeggen hebben.

Australië heeft veel literaire prijzen, en Tim Winton lijkt ze allemaal te hebben gewonnen: van de Miles Franklin Award tot de Banjo Prize, de Australian/Vogel Award tot de Wilderness Society Environment Award. Zo viel hij opnieuw in de prijzen met zijn laatste roman Over de rand van de wereld – over twee buitenstaanders in een vissersdorp – deze keer maar liefst vier keer. Een daarvan was de West Australian Premier Award en het geld ging meteen naar milieuactivisten.

,,In West-Australië hebben we prachtige koraalriffen en die worden ernstig bedreigd omdat de regering plannen heeft voor luxe bebouwing. Toen ik een cheque kreeg van een regeringsvertegenwoordiger greep ik meteen de kans om dat bedrag door te geven aan zijn tegenstanders: de activisten die het rif wilden beschermen. Ze hebben hun doel bereikt: in die gebieden is nu alleen ecotoerisme toegestaan en het rif is tot beschermd gebied verklaard.''

Met een grote grijns legt Winton uit dat zijn boek Blauwrug (1997) hiermee werkelijkheid is geworden. In dit `sprookje voor alle leeftijden' vechten een moeder en zoon voor het behoud van de baai waaraan ze wonen. Ze slagen in hun missie: projectontwikkelaars halen bakzeil en de bijzondere vissen, zoals de reusachtige blauwruggen, kunnen ongestoord leven. ,,Mijn sprookje is profetisch gebleken. Life imitates art.''

Hoewel zijn romans vooral opvallen door de heldere stijl en goed uitgewerkte plots, is Winton ook een man met een boodschap. Het afgelopen jaar is hij milieuactivist geweest en heeft hij geen moment achter de schrijftafel gezeten. Een leerzame ervaring, maar Winton is blij dat het voorbij is. ,,Mijn handen jeukten om te gaan schrijven en ik was af en toe ook bang dat ik het niet meer zou kunnen. Het is wel goed voor me geweest dat ik me een jaar voor het milieu heb ingezet, want ik heb twee dingen geleerd: ten eerste hoe enorm machtig en opdringerig de media zijn. Ik kom niet graag voor camera's, maar afgelopen jaar heb ik dat vaker moeten doen dan in mijn hele schrijverscarrière. Het was een zeer vervelende ervaring en voorlopig blijf ik uit de buurt van elke camera. En wat ik ook heb gezien is dat er nog steeds mensen zijn die zich inzetten voor een goede zaak. Je kan daar cynisch over doen en dat deed ik ook, maar op die houding ben ik teruggekomen.''

Wat de leermomenten ook mogen zijn, één ding blijft overeind: zijn visie op het Australische landschap. Nog steeds heeft hij moeite met mensen die een romantisch beeld van de natuur hebben. ,,De natuur is prachtig, maar tegelijkertijd woest en genadeloos. Geen enkele blanke, ook de stroper Luther Fox in Over de rand van de wereld niet, lukt het om helemaal teruggetrokken in de natuur te leven. Australië is voor de ontdekkingsreizigers altijd een teleurstelling geweest. Kijk maar naar de landkaart: Bitter Creek, Lake Disappointment, Doubtful Island Bay... De hele kaart is een grote litanie van mislukking en bitterheid.''

Vreemdelingenhaat

In al zijn romans speelt de natuur een belangrijke rol, waarbij de personages lijken voort te komen uit het landschap: ,,Ik bouw ze als het ware uit de modder op.'' De rauwheid van de natuur slaat direct terug op de bewoners van vaak kleine gemeenschappen. In Over de rand van de wereld speelt het verhaal zich af in het vissersdorpje White Point in West-Australië. De gemeenschap laat zich dicteren door het verleden – wat zich uit in vreemdelingenhaat en in feestjes, waarbij de grootste lol bestaat uit het natspuiten van barmeisjes met een waterpistool gevuld met bier. Een dorp, waar je dus al snel opvalt wanneer je niet goed overweg kan met waterpistooltjes of op een andere manier afwijkt van de dorpsnorm. Een stroper en de vriendin van de lokale vissersheld voldoen daar niet aan. Ze blijven buitenstaanders tussen gevluchte criminelen en kortzichtige racisten. Wanneer bovendien een liefdesrelatie tussen de twee ontstaat, zijn de rapen gaar: de stroper wordt bedreigd en gedwongen te vertrekken, de vrouw geeft zich over aan nog meer wodka.

De buitenstaander, diens uitsluiting en het najagen van obsessies – vaak het achternagaan van een geliefde – komen vaker voor in Wintons werk. Opvallend is dat vrouwen daarin overheersend zijn en de knopen doorhakken. ,,Dat matriarchale karakter slaat direct terug op mijn persoonlijke ervaringen. Mijn grootvader was een goeiige man die veel gokte. Mijn grootmoeder nam alle beslissingen. Ze was even groot als dik en iedereen was als de dood voor dit vierkante blok. De trambestuurder wachtte altijd bij de halte totdat zij eraan kwam – bang als hij was voor haar woede-uitbarsting wanneer hij zou doorrijden. Ze was een intelligente, maar gefrustreerde vrouw, omdat ze op haar twaalfde al van school af moest. Ik was de eerste in mijn familie die naar de universiteit ging. Mijn ouders en grootouders waren daar erg trots op, hoewel mijn oma het nog mooier had gevonden wanneer ik een meisje was geweest dat doorgeleerd had.

,,Mijn familie en achtergrond zijn bepalend voor mijn werk. Ik schrijf over gewone mensen in de taal die ik thuis geleerd heb, en niet in Brits-Engels. Dat ik voor het Australische Engels kies heeft ook te maken met een groeiende algemene bewustwording: alsof mijn generatie de eerste is die niets meer met Engeland heeft. Mijn grootouders noemden Engeland, waar ze nog nooit waren geweest, hun thuis en ook mijn ouders stonden er nog melancholiek tegenover. Voor mij betekent Engeland helemaal niets. Onze cultuur is nog wel gericht op Europa en de Verenigde Staten, maar in de toekomst zullen we meer naar Azië moeten kijken. Niet zozeer omdat daar onze buurlanden liggen, maar omdat we allemaal post-koloniale maatschappijen zijn.''

Godvrezend

Dit laatste is een opvallende uitspraak voor een auteur die zelf twee jaar in Europa woonde en wiens voorlaatste werk De ruiters, genomineerd voor de Bookerprize in 1995, zich afspeelt in verschillende Europese landen. ,,Onzin'', verklaart Winton, ,,in Europa wist ik één ding zeker: dat ik per se zou teruggaan. Aan het eind van mijn verblijf had ik het gevoel dat ik zou doodgaan als ik nog een dag langer zou blijven. En over dat heimwee gaat het in De ruiters ook. Ik houd enorm van het rare eiland waar ik op woon en ben er ook trots op, we moeten er alleen wel zuinig op zijn en ons aanpassen aan de omstandigheden.''

Die aanpassing is een van de onderwerpen van zijn alom geprezen roman Cloudstreet uit 1991. Het verhaal speelt rondom een groot huis waarin twee uiteenlopende gezinnen wonen: de gokkende, goddeloze Pickles, en de christelijke, godvrezende Lambs. Het boek geeft vaak geestige beschrijvingen van de manier waarop de botsende karakters zich met elkaar weten te verzoenen.

Hoewel het in Wintons werk draait om de buitenstaander, die zich al dan niet kan aanpassen, en vooral om het landschap, is het hem niet te doen om de boodschap. ,,Hoe belangrijk ik de natuur en het behoud ervan ook vind, ik wil in de eerste plaats een goed verhaal vertellen. Politiek en literatuur gaan slecht samen, maar er mag wel meer ruimte zijn voor engagement. Literatuur moet geen verkapte therapie voor de auteur zijn, of een spelletje voor insiders. Uiteindelijk is het meest politieke wat een schrijver kan doen, zich realiseren dat er lezers zijn.''

Tim Winton: Over de rand van de wereld. Uit het Engels vertaald door Regina Willemse. De Geus, 444 blz. €24,50