Gemaakt door vele mensenhanden

Dirk Sijmons is de eerste officiële rijksadviseur voor het landschap. ,,Het gevoel van volheid wordt veroorzaakt doordat op veel plekken niks mag.''

Het Nederlands heeft een nieuw woord: luwtedam. Sinds 2002 ligt een luwtedam in het IJsselmeer voor de dijk van Waterland, ten noorden van Amsterdam. Hij bestaat uit een brede strook zand met een lengte van een kilometer of twee. Het hoogste punt van de luwtedam ligt net onder het wateroppervlak. ,,De luwtedam is een wonder'', legt landschapsarchitect Dirk Sijmons uit in een Amsterdams café. ,,Hij ligt als een krokodil in het water, met zijn ogen net boven het water uit. De luwtedam moet compensatie bieden voor de aanleg van de Amsterdamse Vinex-wijk IJburg in het IJmeer. Dat is een oude traditie bij Amsterdamse stadsuitbreidingen. Zo werd het Amsterdamse Bos in de jaren dertig aangelegd om de nieuwe wijken van het Algemeen Uitbreidingsplan te compenseren. De nieuwe eilanden van IJburg kun je niet compenseren door de Afsluitdijk te verleggen en het IJsselmeer te vergroten. De luwtedam moet daarom kwalitatieve in plaats van kwantitatieve compensatie bieden voor IJburg. Hij moet leiden tot een rijkere natuur langs de dijk van Waterland. Het IJmeer heeft heel `harde', kale dijken waar riet niet kan kiemen. De dam zorgt nu voor een rustig, ondiep watergebied tussen de dijk en de dam. Daar kunnen dan kranswieren en fonteinkruid groeien. Die trekken dieren aan die normaal gesproken niets te zoeken hebben in het ruwe water langs de harde dijken. Het is een succes: er zijn al zeldzame watervogels in het gebied gesignaleerd.''

De luwtedam is een van de middelgrote projecten waarmee landschapsarchitect Dirk Sijmons zich bezighoudt. Als een van de ontwerpers van het in 1989 opgerichte bureau voor landschapsarchitectuur H+N+S werkt hij op alle schaalniveaus. Het bureau ontwerpt niet alleen kleine achtertuinen, maar ook nieuwe rivierdijken of windmolenparken voor de kust van Friesland. Ook is Sijmons betrokken bij Vinex-wijken als IJburg. Voor heel Nederland deed H+N+S de aanbeveling om bij de ruimtelijke ordening de waterhuishouding voorop te stellen. Vervolgens moet hierin de infrastructuur van wegen, spoorwegen en kanalen worden ingepast om pas tot slot de locaties aan te wijzen voor woningbouw, bedrijven, landbouw en andere bestemmingen. Vreemd genoeg is de volgorde nu meestal omgekeerd en is de waterhuishouding, toch het wezen van het waterland Nederland, de sluitpost van de ruimtelijke ordening.

Taak

Onlangs werd Sijmons benoemd tot rijksadviseur voor het landschap. Dit is een nieuwe functie, vergelijkbaar met die van de rijksbouwmeester. Sijmons, die als rijksadviseur wordt betaald door het ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), gaat dan ook nauw samenwerken met de rijksbouwmeester Jo Coenen, die in dienst is van het ministerie van VROM. Sijmons zal deel uitmaken van het atelier dat Jo Coenen een paar jaar geleden in het leven riep.

Wat gaat de rijksadviseur voor het landschap precies doen?

,,Mijn belangrijkste taak is om de overheid zelf een excellente opdrachtgever te laten zijn, vooral bij de zogenaamde Grote Projecten. In de Architectuurnota van 2001 zijn negen Grote Projecten benoemd, zoals het ontwerp van de rijkswegen en de herinrichting van de zandgronden met al die varkensfokkerijen. Rijksbouwmeester Jo Coenen kwam tot de conclusie dat veel van deze projecten niet alleen een architectonische en stedenbouwkundige kant hebben maar ook een landschappelijke. Hij pleitte daarom, net als zijn voorganger Wytze Patijn, voor een rijksadviseur voor het landschap. Het is trouwens ook de bedoeling dat er een rijksadviseur voor de infrastructuur komt.

,,Ik zie het als mijn taak de overheid steeds te wijzen op de ambities die ze zelf moet hebben, niet alleen bij de Grote Projecten maar ook bij andere ingrepen. Ik wil daar debatten over beginnen. Ik denk aan ontwerpateliers en studiedagen met ontwerpers. Of aan een `vliegende brigade' van ontwerpers die eens goed gaan kijken naar bijvoorbeeld al die projecten voor de ontwikkeling van nieuwe natuur. De ontwikkeling van de nieuwe natuur wordt nu vaak heel technocratisch en mechanisch benaderd door de overheid. Alsof het leegkieperen van een boek met natuurtypen vanzelf leidt tot mooie natuur. Natuur wordt in de Nederlandse ruimtelijke ordening heel ambtelijk behandeld. Het is een voorspelbare grootheid met afrekenbare doelen: je wordt dan ook nergens door natuur verrast in Nederland. Ik zou natuurontwikkeling graag ook als culturele opgave benaderen.''

U hebt een raar vak. Veel van uw studies en voorstellen hebben niet direct resultaat, maar lijken bedoeld om het denken te veranderen. En als uw ontwerpen wel worden uitgevoerd, zijn zij vaak zo grootschalig en ingrijpend, dat het lange tijd duurt voordat ze af zijn.

,,Een gebouw neerzetten duurt minimaal een jaar of vijf. Een landschap maken duurt nog veel langer. Als landschapsarchitect werk je met levend materiaal waar je niet even de schaar in kan zetten. Je hebt ook te maken met maatschappelijke processen die je als ontwerper niet kunt en ook niet moet willen controleren. Vaak hebben de projecten zo lang nodig om te volgroeien, dat je zeker weet dat je ze tijdens je leven niet in voltooide staat zult zien. Dat heeft ook te maken met de complexiteit. Met de `reconstructie van de zandgebieden' zijn bijvoorbeeld zoveel verschillende belangen gemoeid – van Europa, rijksoverheid, gemeentes en boeren – dat deze minstens dertig of veertig jaar gaat duren.

,,Het duurt ook vaak lang voor er überhaupt iets in gang wordt gezet. Landschapsarchitectuur is vergelijkbaar met driebanden: vaak komt iets via een omweg tot stand. Dikwijls gaat het zo: je houdt ergens een lezing of een verhaal en dan hoor je niks. Maar na twee jaar word je benaderd door een opdrachtgever die die lezing heeft gehoord en nu iets wil. Zo waren we met ons bureau al tien jaar bezig met ontwerpstudies van dijken alvorens de overheid en waterschappen, die met de dijkverzwaring bezig waren, tegen ons zeiden: `Jullie hebben altijd zo'n grote bek gehad, laat nu maar eens wat zien.' Vervolgens hebben we nieuwe dijken langs de Waal ontworpen, met een niet zo steile onderkant en een kruin die juist wel steil en nauw is. Zo krijg je, net als bij veel oude dijken, weer het gevoel dat je over het landschap zweeft als je erover rijdt of loopt. Dit soort werk gebeurt in betrekkelijke anonimiteit. Het sterrengedoe dat de architectuur kent, bestaat niet in de landschapsarchitectuur.''

Toch is de landschapsarchitectuur in opkomst. In 2001 kreeg uw bureau de oeuvreprijs voor toegepaste kunst van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Een jaar later kreeg u de Maaskantprijs, de belangrijkste Nederlandse architectuurprijs. En nu bent u dan `Reichslandschaftsarchitekt'. Is dit niet toch een erkenning van de landschapsarchitectuur?

,,De landschapsarchitectuur heeft een periode van emancipatie achter de rug. Landschap mag dan een Nederlandse uitvinding zijn en een woord dat in allerlei talen is overgenomen, maar van de landschapsarchitectuur is niet Nederland, maar Amerika de bakermat. Daar werd landschapsarchitectuur al aan het einde van de negentiende eeuw als vak geïntroduceerd aan de Harvard Universiteit. In Nederland gebeurde dat pas na de Tweede Wereldoorlog, het eerst aan de Universiteit Wageningen.

,,Tot diep in de jaren tachtig werkten bijna alle landschapsarchitecten bij Staatsbosbeheer, ze waren onderdeel van de overheidsmachine. Ik ook. Maar toen begon het tijdperk van de terugtredende overheid. Het geloof in de maakbare samenleving verdween en daarmee ook het geloof in het maakbare landschap. Het was ook de tijd dat je kon horen dat `Nederland af was'. Toen heb ik, samen met Lodewijk Nieuwenhuijze en Dick Hamhuis, het bureau H+N+S opgericht.''

Glastuinbouw

Opvallend is ook dat landschapsarchitecten hun vak in de jaren negentig hebben verbreed. Landschapsarchitecten maken tegenwoordig bijvoorbeeld ook stedenbouwkundige ontwerpen. Hoe komt dat?

,,De verstedelijking van Nederland is een landschappelijk probleem aan het worden. Bebouwing gaat steeds meer het landschap bepalen. Daarom stuit je als landschapsarchitect vanzelf op verschijnselen als glastuinbouw of bedrijfsterreinen. Tot voor kort was glastuinbouw iets waar geen ontwerper zich mee bemoeide. Glastuinbouw gebeurde gewoon. Maar landschapsarchitecten hebben zich nu allerlei andere, vroeger ongebruikelijke, onderwerpen toegeëigend.

,,In Nederland bestaat nog steeds wel de fraaie en beroemde afwisseling van steden en landschap. Maar die dreigt te verdwijnen door de verrommeling van Nederland. Dit leidt tot het gevoel dat Nederland vol is. Wat mij betreft betekent dit niet dat Nederland ook echt vol is. Met goede planning en vooral een goed ontwerp kun je nog met gemak 65.000 woningen kwijt in het Groene Hart zonder dat dit gebied wezenlijk wordt aangetast. Het gevoel van volheid wordt ook veroorzaakt door het gegeven dat er in Nederland op veel plekken niks mag. Er zijn beperkingen wegens geluidsoverlast, stankoverlast, milieu-overlast, enzovoort, enzovoort. We hebben eens een studie verricht voor Halfweg naar de plekken waar deze gemeente nog mocht bouwen. Er loopt een drukke verkeersweg langs Halfweg, een spoorlijn, een kanaal en het ligt grotendeels binnen de geluidscontouren van Schiphol. Op zichzelf zijn er lege plekken genoeg, maar wegens allerlei wettelijke regels die hinder moeten voorkomen, mag er slechts 2,5 hectare worden bebouwd. Dat is niet meer dan vijf voetbalveldjes! Zo mag er in IJburg, de nieuwe Vinex-wijk in Amsterdam, wegens mogelijke stankoverlast geen croissanterie komen. In de oude, dichtbebouwde en ook druk bewoonde binnenstad van Amsterdam wemelt het van dat soort dingen, maar in een nieuwbouwwijk mag er wegens de hinderwet geen komen. Daar moeten we toch wat verstandiger mee omgaan.''

Dit lijkt wel een pleidooi voor een verder terugtredende overheid. Nu heeft de terugtredende overheid ook geleid tot een verlies van de openbare ruimte. Steeds meer wordt publieke ruimte omgezet in private ruimtes, zoals shopping malls, afgesloten parkeerterreinen en besloten binnentuinen van nieuwe woningbouwcomplexen. Doet dit verschijnsel zich ook voor in het landschap?

,,Het Nederlandse landschap wordt al bijna een halve eeuw steeds ontoegankelijker. Weilanden kun je nergens in of door. Door de ruilverkaveling van de jaren vijftig en zestig, toen het boerenland opnieuw werd ingedeeld, is 30.000 kilometer aan verharde paden door het land verloren gegaan. Vroeger had Nederland, net als Engeland, een uitgebreid stelsel van paden waarover landarbeiders naar hun werk en naar de kerk gingen. Maar door de rationalisatie van het landschap zijn die praktisch helemaal verdwenen. In Engeland is dit niet gebeurd: daar kun je nog langdurig over allerlei paden dwars door het landschap lopen. De toegankelijke countryside is voor veel toeristen reden om naar Engeland te gaan. Een van de opgaven voor de inrichting van Nederland is dan ook, wat mij betreft, dat het landschap weer openbaar wordt.''

Hoe zou het Nederlandse landschap weer toegankelijk kunnen worden?

,,Door de kansen te benutten die de komende, dramatische veranderingen in het Nederlandse landschap bieden. De boeren hebben het als beheerders van het Nederlandse landschap moeilijk. De landbouw wordt steeds intensiever. Binnenkort staat ook een groot deel van de koeien op stal. Dat heeft grote gevolgen voor het arcadische weidelandschap dat we nu nog kennen. Want koeien zijn levende grasmaaiers. Daar komt nog bij dat boeren niet alleen te maken hebben met de toenemende concurrentie van boeren uit Polen en andere nieuwe lidstaten van de EU, maar ook met de gestegen grondprijzen in Nederland. Op papier zijn ze hierdoor vaak heel rijk, zodat hun zonen en dochters die hen willen opvolgen onmogelijk hoge successierechten moeten betalen. Als de boeren willen overleven, moeten ze ook andere activiteiten ontplooien. Je zou kunnen denken aan activiteiten die aansluiten op toeristische en culturele verschijnselen. Daar is men bijvoorbeeld in Italië, in Toscane en Umbrië, druk mee bezig. Al decennialang zijn dit streken waar massa's toeristen naar toe gaan om het landschap en de cultuur. Omdat de boeren daar nauwelijks van profiteren probeert men dit te verbinden met culinaire geneugten: Toscane wordt nu gepresenteerd als een `slow region', als een gebied waar je kunt genieten van `slow food', bereid met traditionele, ambachtelijk landbouwproducten. Aan zoiets kun je ook denken in Nederland. Een andere mogelijkheid is dat boeren paden aanleggen en beheren voor wandelaars. Ze moeten er dan wel wat aan kunnen verdienen. Ik zie daar een rol voor de overheid weggelegd.''

Zeespiegel

Is dat wel realistisch? Het tijdperk van de terugtredende overheid is, zo blijkt ook uit de nieuwe `Nota Ruimte' van minister Dekker, nog lang niet voorbij.

,,Misschien is de instelling van de rijksadviseur voor het landschap het eerste teken van een terugkerende overheid. Maar zonder gekheid, er is ook om een heel andere, eenvoudige reden een terugkeer van de overheid nodig. De klimaatverandering en de stijgende zeespiegel vereisen veel inspanningen om de prothese die Nederland is en die ons in staat stelt hier te leven, te verbeteren. Hierbij is de overheid van essentieel belang; de markt en het bedrijfsleven doen het niet.

,,Ik geloof trouwens ook niet in het verhaal dat het westen in de twintigste eeuw alleen maar een steeds voortschrijdende individualisering heeft gekend. Zoals globalisering een hernieuwde belangstelling voor het streekeigene van bijvoorbeeld Friesland en Twente heeft opgeroepen, zo ging de individualisering gepaard met het ontstaan van allerlei nieuwe, complexe verbanden tussen mensen. De individualisering is grotendeels een mythe, de afhankelijkheid van elkaar is in de twintigste eeuw juist toegenomen. Bij de simpelste producten, zoals de BIC-pen die hier op tafel ligt, zijn producenten, vervoerders, handelaren en consumenten van elkaar afhankelijk. Of neem het huidige terrorisme: zowel aanslagen als het verweer daartegen zijn ondenkbaar zonder allerlei ingewikkelde collectieve arrangementen.

,,Landschap is bij uitstek een collectieve constructie. Ik denk dat de huidige erkenning van de landschapsarchitectuur ook te maken heeft met het toenemende besef dat het landschap is gemaakt door vele mensenhanden. Tot voor kort dachten veel mensen dat ze de natuur in gingen als ze buiten de stad een wandeling maakten. Maar nu beseffen ze steeds vaker dat ze zich dan altijd in een cultuurlandschap begeven en dat daar alles bedacht en gemaakt is. Het is mijn taak als rijksadviseur voor het landschap om bij de komende, grootschalige ingrepen in het Nederlandse landschap steeds aandacht te vragen voor de culturele, esthetische kant daarvan.''