EU-akkoord terugsturen asielzoekers

De Europese ministers van Justitie hebben gisteren overeenstemming bereikt over een gemeenschappelijke, Europese lijst van `veilige landen' waar asielzoekers naartoe kunnen worden teruggestuurd.

Ze kunnen daar besluitvorming over hun asielaanvraag afwachten. Binnen twee jaar bepalen niet meer de afzonderlijke lidstaten binnen de Europese Unie welke landen daarvoor `veilig' zijn, maar de Europese Unie.

Asielzoekers krijgen daardoor naar verwachting minder gelegenheid om bij hun aanvraag te `shoppen' tussen Europese landen. Een eerste gemeenschappelijke lijst wordt het komende half jaar verwacht tijdens het voorzitterschap van Nederland.

Besluitvorming over die gemeenschappelijke landenlijst wordt gezien als een belangrijke stap voor harmonisatie van het Europese asielbeleid. Volgens Europees Commissaris António Vitorino (Justitie en Binnenlands Beleid) geldt het gisteren bereikte akkoord als een doorbraak voor een gemeenschappelijke benadering die geldt voor alle 25 lidstaten van de Europese Unie. De Duitse minister van Binnenlandse Zaken, Otto Schily, noemde het een ,,belangrijke stap'' om het shoppen van asielzoekers te voorkomen.

De afspraak over zo'n gemeenschappelijke landenlijst maakt deel uit van een reeks maatregelen in Europees verband waarbinnen de lidstaten zich verplichten om een minimumpakket aan garanties op te nemen voor asielaanvragers. Daartoe behoren onder meer het recht op rechtsbijstand en het recht op bijstand door tolken als een asielprocedure wordt aangevraagd.

De toekomstige lijst van veilige landen behelst niet alleen veilige landen van herkomst, maar ook veilige derde landen (in de regio) of veilige zones in de landen van herkomst. Het akkoord kwam onverwacht en op het laatste moment. Met name België, Ierland en Groot-Brittannië lagen lang dwars. In het Verdrag van Amsterdam (1997) was als uiterste datum opgenomen dat de lidstaten voor 1 mei 2004 overeenstemming moesten hebben bereikt.

Volgens de Nederlandse minister van Justitie, Piet Hein Donner (CDA), zullen met name nieuwe lidstaten hun asielopvang ,,naar een hoger niveau moeten tillen''. Voor het Nederlandse asielbeleid zal het akkoord weinig uitmaken. Het enige nieuwe is de conformering aan de Europese landenlijst. Nu bepaalt Nederland zelf welk land of regio veilig genoeg is om asielzoekers naar terug te sturen.

De lidstaten van de EU hebben nog twee jaar de tijd om op nationaal niveau een `veilige landenlijst' te handhaven. Maar volgens Donner is afgesproken dat lidstaten nog maar beperkte mogelijkheden hebben om hun wetgeving dienaangaande te veranderen en is de lijst van `veilige landen' die lidstaten individueel mogen aanwijzen in de praktijk bevroren. Individuele asielzoekers houden volgens Donner altijd nog het recht om te procederen als zij vrezen dat ze worden terug gestuurd naar een land of regio waar zij toch het risico lopen van vervolging, marteling of anderszins schending van mensenrechten.

Definitieve goedkeuring van de bereikte afspraken is nog afhankelijk van parlementaire goedkeuring van een aantal lidstaten, waaronder Nederland. Een meerderheid in de Tweede Kamer is, voorafgaand aan de ontmoeting van de Europese ministers van Justitie al akkoord gegaan. De Eerste Kamer maakte een voorbehoud.