Een souvenir van Muqtada Sadr

De radicale shi'itische geestelijke Muqtada al-Sadr zit nog steeds verschanst in de Iraakse heilige stad Najaf. Veel Najafi's zijn daarover niet tevreden, maar zij kunnen weinig doen tegen Sadr en zijn militie.

In het steegje voor het kantoor van Muqtada al-Sadr in de heilige Iraakse stad Najaf verkopen slimme winkeliers allerlei parafernalia van de opstandige shi'itische geestelijke. Het is er allemaal; video-cd's met zijn toespraken, posters van Sadr met priemende ogen en goudkleurige horloges met zijn portret. De radicale shi'itische geestelijke zelf wacht binnen een confrontatie met de Amerikanen af. Die willen hem ,,dood of levend''.

Een lange rij gelovigen staat te wachten op een audiëntie met de zoon van de 1999 omgebrachte Mohammed Sadiq al-Sadr, destijds de belangrijkste groot-ayatollah van Irak en `bron van nabootsing' voor miljoenen shi'itische Irakezen. Anders dan zijn geleerde vader richt de jonge Muqtada Sadr zich niet op een traditionele carrière binnen de shi'itische geestelijkheid. Zonder enige officiële religieuze titel in zijn bezit vraagt Sadr de volgelingen van zijn vader om hem volgen. Dat terwijl het shi'itisch geestelijk leiderschap niet overgaat van vader op zoon.

Dit alles is mogelijk omdat een naar Iran gevluchte Iraakse ayatollah hem een soort religieuze machtiging heeft gegeven. Sadr eist, met deze vrijbrief in de hand, dat de Amerikaanse bezetters Irak zo snel mogelijk verlaten. Toen die een maand geleden bekendmaakten hem te willen oppakken wegens verdenking van een opdracht tot moord op een andere beroemde zoon van een geestelijke een jaar geleden, verschanste Sadr zich in zijn kantoor en namen de leden van zijn privé-militie, het Leger van de Mahdi, de macht over in Najaf en het nabijgelegen Kufa, waar Sadr zijn vrijdagpreken houdt.

De gelovigen voor zijn kantoor wachten gedisciplineerd langs de korte schaduw van een muur, in de gaten gehouden door in het zwart geklede mannen behangen met handgranaten en machinegeweren. De meeste van de leden van de militie zijn arme jongens uit de Bagdadse shi'itische sloppenwijk Saddam City die na de oorlog werd omgedoopt tot Sadr City.

Het steegje waarin ze staan is niet breder dan anderhalve meter. Het heiligdom van de eerste shi'itische imam, Ali, ligt letterlijk op een steenworp afstand. De Israëlische liquidatiemethode, waarbij raketten korte metten maken met opstandige leiders, hoeven de Amerikanen niet te proberen bij Sadr. De kans dat het heiligdom wordt geraakt, of de één steeg verderop wonende niet-radicale groot-ayatollah Ali Sistani is veel te groot. In dat geval zouden de Amerikanen tot ver over de grenzen van Irak de woede van shi'itische moslims over zich heen krijgen.

Binnen in het raamloze kantoor lopen geestelijken met witte en zwarte tulbanden nerveus heen en weer. Hun leider zit verschanst achter twee grote grijze deuren. ,,Sadr is constant in bespreking'', legt zijn directe woordvoerder Qais al-Kha'zali uit, net als Sadr een geestelijke, een mullah. Een serie evenwijdig opgehangen plafondventilatoren houden het atrium waar gasten en gelovigen worden ontvangen koel. Licht valt door het dakraam naar binnen. Vanaf de balustrades op de eerste en tweede verdieping kijken mullahs en lijfwachten naar beneden. De avond daarvoor is het bruggenhoofd van Sadrs leger in de stad Kufa aan de Eufraat een zware slag toegebracht.

Amerikanen probeerden de brug over te steken. Toen dat na felle tegenstand niet lukte werden de opstandelingen bestookt door straaljagers. Volgens het Amerikaanse leger vonden 64 rebellen de dood. Nu is de controlepost voor de brug in Amerikaanse handen.

Volgens de woordvoerder wordt er niet meer onderhandeld tussen beide partijen. ,,De Amerikanen eisen alleen maar'', zegt Kha'zali. Sadrs aanhangers is verteld dat ze Najaf moeten verlaten en hun leger ontmantelen en dat hun leider zich vrijwillig moet aangeven bij de Amerikaanse autoriteiten. ,,Daar zetten ze niets tegenover'', zegt Kha'zali. ,,Er valt dus niet te praten.'' De tientallen aanwezigen om hem heen knikken instemmend.

Volgens Kha'zali is Najaf het hele jaar niet zo veilig geweest sinds de Mahdi-militie de stad in handen heeft. Tijdens arba'een, een religieuze herdenkingsdag drie weken geleden, waren er tienduizenden mensen in de stad zonder noemenswaardige incidenten. ,,Dat is omdat wij die dag de beveiliging deden. Maar de Amerikanen willen dat niet. Zij willen juist chaos en bomaanslagen. Dat geeft ze een excuus om hier te blijven'', zegt de woordvoerder.

Maar voor de poorten van het heiligdom, de grote publiekstrekker in de stad, is het nu doodstil. De winkels eromheen zijn gesloten. De pelgrims en het geld dat ze meebrengen komen niet meer, uit angst voor een Amerikaanse strafexpeditie. ,,De zaken gaan slecht'', vertelt een textielverkoper. ,,Meer kan ik niet zeggen. We hebben een brief ontvangen dat iedereen die slecht praat over Muqtada Sadr wordt gedood.'' Een lid van diens militie bijt hem toe dat handelaren alleen maar aan geld denken in plaats van de islam.

De intimidaties zouden al hebben geleid tot een tegenactie van lokale inwoners, waarbij vijf van Sadrs aanhangers zouden zijn omgekomen. Voor het kantoor van de groot-ayatollah Ali Sistani, een stille tegenstander van de harde lijn van Sadr, staat diens persoonlijke bewakingsdienst klaar voor iedere aanval. Een groep die zich omschrijft als `intellectuelen uit Najaf' heeft Sadr gevraagd zijn strijd buiten de poorten van de heilige stad voort te zetten. Hoogstwaarschijnlijk zit de traditionele geestelijkheid, de hawza, achter de brief. Sadrs opstelling, waar ze openbaar niets over kunnen zeggen uit angst om als Amerikaanse collaborateurs te worden bestempeld, staat ieder compromis in de weg.

In het nabijgelegen Kufa wandelen leden van het Leger van de Mahdi rond met hun granaatwerpers. Geen partij voor de Amerikaanse vliegtuigen. ,,Maar we hebben de brug verdedigd'', zegt Abu Mathen (57) trots. ,,Niemand is er doorheen gekomen.'' Er zijn 13 doden gevallen in hun groep, en dat ligt aan verraders, zo leggen enkele strijders uit. ,,De Amerikanen hadden duidelijk informatie over onze posities. Al hun bommen troffen doel. Iemand heeft ons verlinkt'', zegt Abu Mathen. Toch zullen de mannen van de Mahdi-militie doorvechten. ,,Tot de dood'', zegt Abu Mathen trots. ,,Of tot ik moe ben, dat kan ook.''