Eén Schwalbe maakt nog geen historie

Het is deze zomer dertig jaar geleden dat de door Oranje verloren WK-finale West-Duitsland- Nederland (2-1) werd gespeeld. De Duitsers kijken liever terug naar een andere memorabele wedstrijd uit hun voetbalgeschiedenis.

Ze weten het nog en ze praten er nóg over: dat verschrikkelijke doelpunt tijdens de WK-finale voetbal op Wembley in 1966 waardoor Engeland wereldkampioen werd ten koste van die Mannschaft. Vraag een Duitse voetbalfan uit die dagen naar zijn gevoel van toen en hij krijgt acuut weer Kopfschmerzen.

Ze weten het nog, maar ze práten er niet over. In plaats daarvan beginnen oudere Nederlandse voetbalfans te kermen wanneer de WK-finale Nederland-West-Duitsland uit 1974 in herinnering wordt geroepen. Een finale die verloren werd ten gunste van West-Duitsland. Wim Jansen maakte een sliding, de Duitse speler Bernd Hölzenbein viel – en hoe. De scheidsrechter besliste dat sprake was van een forse overtreding door Jansen, een opvatting die dertig jaar later nog steeds door Hölzenbein wordt gedeeld: ,,Geen twijfel mogelijk, als een Engelse scheidsrechter het Duitse elftal een strafschop geeft, dan moet het een penalty zijn geweest.'' In Nederland was zijn reputatie gevestigd, niet zozeer als faire voetballer, meer als uitvinder van die Schwalbe. Een twijfelachtige eer. Ware roem viel tijdens de WK-finale in 1974 Gerd Müller ten deel. Hij schopte die Mannschaft naar een 2-1 overwinning.

Maar toch herinnert menige oudere Duitser zich dit jaar vooral het feit dat West-Duitsland in 1954 het wereldkampioenschap veroverde op Hongarije in het Zwitserse Bern.

Trouwens, het doelpunt van Müller is in de geschiedenis van het Duitse voetbal ook niet hét doelpunt. Dat werd op 22 juni 1974 gemaakt in het Volkspark-stadion in Hamburg door een andere Duitser, Jürgen Sparwasser. Zijn shirt was niet zwart-wit gekleurd en er stond ook geen machtige adelaar op. Sparwassers shirt was blauw, arbeidersblauw, met op zijn borst de hamer en sikkel. Hij kwam uit voor het nationale elftal van de DDR en was op die verregende dag in juni in het Hamburgse stadion verantwoordelijk voor het belangrijkste doelpunt in de Oost-Duitse sportgeschiedenis: met 1-0 versloeg de socialistische DDR de kapitalistische Bondsrepubliek. Klassenstrijd op een West-Duitse grasmat! Een triomf voor de eeuwigheid, die tot de dag van vandaag aan het Duitse geweten knaagt want de DDR is een van de weinige landen ten opzichte waarvan West-Duitsland een negatief doelsaldo heeft. En de West-Duitsers kunnen de geschiedenis in dit opzicht nooit meer corrigeren.

Dat geldt mutatis mutandis ook voor de door Nederland verloren finale in 1974, hoezeer amateur-historicus Harry Walstra dat ook probeert. Bijvoorbeeld door erop te wijzen dat Rainer Bonhof in 1974 helemaal niet voor Duitsland had mogen uitkomen.

De vroegere sterspeler van Borussia Mönchengladbach groeide op in Emmerich am Niederrhein als zoon van Nederlandse ouders. ,,Ik had als kind dat mooie zwarte Nederlandse paspoort'', zei hij ooit in een interview met deze krant. Dat paspoort had hij ook nog toen hij in september 1969 voor het Duitse juniorenelftal uitkwam – uitgerekend tegen Nederland.

De wedstrijd eindigde in een 1-1 gelijkspel. De Duitse treffer was van Bonhof, houder van een Nederlands paspoort. Hij besloot het snel om te wisselen en in het voorjaar van 1970 werd Bonhof, samen met zijn ouders, tot West-Duits staatsburger genaturaliseerd.

Zijn plaats in het West-Duitse team dat in 1974 Nederland versloeg, dankte hij aan het feit dat na de pijnlijke nederlaag tegen de DDR het West-Duitse elftal op de schop ging.

De wedstrijd uit 1974 wordt in juni voor de Nederlandse televisie herhaald. Over het `wonder van Bern' is in Duitsland een film verschenen. `Wembley 1966' wordt eenvoudig weggespoeld. Dat leidt ook weer tot Kopfschmerzen, maar daar helpen aspirines tegen.

Peter Riesbeck werkt voor de Duitse krant Berliner Zeitung en was begin dit jaar gastredacteur bij NRC Handelsblad.