Een broeinest van extremisten

De Algerijnse president Bouteflika zegt dat het terrorisme in Algerije definitief is verslagen. Maar ten zuiden van Algiers is de toestand voorlopig nog niet onder controle.

In de bergachtige streek tussen Medea en Blida ten zuiden van Algiers vind je vooral verlaten dorpjes en gehuchten en her en der een ruïne van een afgelegen boerderij – maar geen mens. Sinds de bloedige terreurcampagne van de jaren '90 is dit gebied door veel van zijn bewoners verlaten. En de douar ten zuiden van Blida is geen unicum: naar schatting 1,2 miljoen Algerijnen zijn toen voor het geweld op de vlucht gegaan, en ze lijken voorlopig niet bereid in groten getale naar hun dorpen terug te keren.

De meeste Algerijnen willen de blije boodschap van de herkozen president Bouteflika graag geloven dat het terrorisme in Algerije definitief is verslagen. Maar langs de weg die van Algiers naar het zuiden loopt vallen nog altijd opvallend veel gendarmes en soldaten te zien. Bij ieder knooppunt staan politievoertuigen; in de voorsteden staan ze wat verscholen opgesteld, maar eenmaal buiten de stad gaat het om militaire wegversperringen. Er doen zich nog geïsoleerde terreuracties voor in de bergen waarbij vooral reizigers en arme burgers in afgelegen dorpen het slachtoffer worden. De anti-terreurtroepen nemen kennelijk liever geen risico's, vooral in de omgeving van de luchtmachtbasis vlakbij Blida.

Blida is een aparte wilaya, een uitgestrekte provincie met 800.000 inwoners, in Blida-stad zelf leven meer dan 300.000 mensen. De stad en de omliggende dorpen hebben in de jaren na de militaire machtsgreep die de moslim-fundamentalisten van het FIS in 1992 van de macht hield een zware tol betaald. Na zware strijd zijn de steden en de vallei van de wilaya van extremisten vrijgemaakt, maar een kilometer de bergen in, ter hoogte van Chréa begint de `maquis'.

Mustapha werkt in de centrale bibliotheek van de universiteit van Blida. ,,Wij hebben hier 32.000 studenten en alle studierichtingen'', zegt hij trots. Hij is vader van vijf, maar al zijn kinderen zitten zonder werk. Hij beaamt dat het nog niet echt rustig is. ,,Ik kende al die zeven mensen die een paar weken geleden op weg naar Medea in een hinderlaag terecht kwamen en werden gedood. Het waren vrienden.''

Zijn vriend Mohammed is verpleger in het hospitaal van Blida. ,,Er waren geen overlevenden bij die aanslag. Het waren arme mensen die niets met de politiek te maken hadden.'' Volgens Mohammed zijn de daders het ,,bandieten, mafiosi, die alleen onrust willen zaaien''. Hij is ervan overtuigd dat zij geen lid zijn van een politieke beweging. ,,Ze doen wat hen opgedragen wordt door de emirs, leiders.''

Maar Mustapha is het niet eens met die visie: ,,Ze weten precies wat ze willen. Hun doel is duidelijk, maar ze werken er op indirecte wijze aan: ze willen ons hun politiek opdringen, het is een politieke mafia die door middel van terreur de macht van hun netwerk wil installeren. Het feit dat president Bouteflika stabiliteit wil scheppen, zien zij helemaal niet zitten. Zij hebben de steun van bepaalde clans in het leger die niets van verzoening of van stabiliteit willen weten.''

Abdelkader is scheidsrechter in de eredivisie van het Algerijnse voetbal en ook internationaal actief. Volgens hem is er wel degelijk sprake van een fundamentele verbetering die vooral het resultaat is van een verandering in de mentaliteit van de mensen – mede door al de gewelddadige en traumatiserende gebeurtenissen. ,,Het FLN dat na de onafhankelijkheidsoorlog de macht kreeg, had van de mensen klanten gemaakt; wij wachtten af tot er ons iets gevraagd werd. De eenheidspartij regelde toch alles. Je inzetten diende dus tot niets. Na de rellen van 1988 tegen het FLN-regime werden de mensen op soortgelijke wijze door het fundamentalistische Front van Islamitische Redding geïndoctrineerd waarvan de leiders hen wijsmaakten dat alleen de islam de oplossing brengt.''

,,Nu is dat alles veranderd, na 150.000 doden is het een bittere ontnuchtering, maar het helpt. Maar de `burgerlijke verzoening' die Bouteflika ons voorstelde toen hij aan de macht kwam in 1999, betekent niets als wij niet zelf in het reine komen met onszelf. De moordpartijen hier en in Larbaa of in Rais vormen nu het onderwerp van ieder gesprek, we praten erover in het openbaar. Sommigen beschuldigen de generaals, en mensen zoals ik maken zich daar dan weer erg druk om.'' Het komt soms tot hoogoplopende ruzies, maar dat vormt volgens Abdelkader juist de kern van de nationale verzoening. ,,We zijn nu duidelijk op de goede weg.''

Het gebergte ten zuiden van Blida staat echter nog altijd bekend als een broeinest van moslim-extremistische terreurgroepen. Volgens de krant Le Matin is het gebied deze maand intensief met gevechtshelikopters gebombardeerd alvoor troepen de bergen introkken. Er zijn naar verluidt grote hoeveelheden explosieven vernield en terroristen gedood – het leger spreekt van een vijftigtal.

In een rapport schat generaal Maiza van het Algerijnse leger dat er nu nog een kleine 700 moslimextremisten actief zijn, slechts een fractie dus van het cijfer van pak weg 27.000 terroristen dat eerder geciteerd werd door dezelfde bron. Het terrorisme lijkt daarmee – voor zover de officiële lezing betrouwbaar is – teruggebracht tot beheersbare proporties.

Beheersbaar, maar moeilijk uit te roeien. De Algerijnse ordediensten hebben niet alleen het terrein tegen, dat zich bijzonder goed leent voor een guerrilla-oorlog; ze kunnen helemaal niets inbrengen tegen de plaatselijke economische misère die als voedingsbodem dient voor de terreur. Studies wijzen uit dat de typische rekruut van de islamitische terreurgroepen ongeveer 25 jaar oud is, kansarm, en slecht opgeleid, iemand die slecht Arabisch en haast geen Frans spreekt. Hier in het gebied van Blida zijn genoeg jonge mannen die precies in dat profiel passen.