De Franse staat bezorgt de Parijse burger kopzorgen

De gasten hadden het naar hun zin, maar sommigen werden ook zenuwachtig. Parijse mores, Parijse sores. Gastheer Philippe stelde ze gerust. Inderdaad, de dj die hij had ingehuurd om zijn lentefeest auditief luister bij te zetten, draaide de volumeknoppen tegen middernacht behoorlijk open, maar, heus, gegarandeerd, niemand had er last van. Hij had het feest tevoren aangemeld bij de politie en ook de mede-eigenaren in zijn appartementengebouw op de hoogte gebracht. Volgens gebruik had hij de laatsten bovendien uitgenodigd, maar die hadden het aanbod vriendelijk afgeslagen. Eventuele geluidsoverlast kon hun niet schelen, om de simpele reden dat ze slechts kantoorhouden in het gebouw en er niet wonen.

Ook omwonenden, voorzover aanwezig in deze kantoorbuurt, konden onmogelijk overlast ondervinden. De Rue la Fayette is een brede doorgangsweg, waar het dag en nacht langsdenderende verkeer heel wat meer decibellen veroorzaakt dan wat muziekflarden die door de open ramen op de vijfde etage naar buiten waaien. De situatie, zo luidde Philippes conclusie, was dus ideaal. Geniet nu maar, zei hij, en dans, en daar staat de champagne.

Toch stonden ze even later op de overloop: twee tot op de tanden bewapende politie-agenten. Ze blikten zwijgend naar binnen, maar bleven buiten staan. Naar hun grimmige gezichten te oordelen ging het dan wel om niet minder dan een misdaadsyndicaat dat ze kwamen oprollen, toestemming tot huiszoeking hadden ze niet en die wettelijke beperking werd zorgvuldig gerespecteerd.

Hun dreigende aanwezigheid was hoe dan ook erg genoeg. Hevig geschrokken stond Philippe ze te woord. Hij somde alle verzachtende omstandigheden op, opperde voorzichtig dat hij de politie toch verwittigd had, informeerde onderdanig of er onverhoopt klachten waren binnengekomen.

Nee, zeiden de dienders kortaf, waarop ze ongenaakbaar een bekeuring van driehonderdvijftig euro overhandigden.

,,C'est la France.'' De aanwezigen stelden het bijna in koor en gelaten vast. De politie is niet de beste vriend van de Franse burger – dat is waar de anekdotes minimaal op neerkwamen. We mochten nog van geluk spreken dat de agenten niet in het trappenhuis waren blijven wachten. Menigmaal had menigeen zich bij het verlaten van een feest moeten legitimeren. Ook was men wel gefouilleerd. ,,Geen groter plezier voor ze dan om in de zakken van feestgangers een restje weed aan te treffen, en zeker nu rechts het voor het zeggen heeft'', zei Valérie, die net een trek van een joint nam.

Nicolas, psychotherapeut, was het niet helemaal met haar eens. Met links of rechts heeft het niets te maken, het is een mentaliteit: de Franse mentaliteit. De Staat, daar gaat het om. Is elders de Staat dienaar van de burger, in Frankrijk dient de burger de Staat.

Dat wordt die burger constant ingepeperd. Die agenten hadden toch gewoon vriendelijk kunnen verzoeken de muziek zachter te zetten? En ze waren niet komen opdagen ondanks maar dankzij het feit dat Philippe het feest had aangemeld. Iedere gelegenheid om de burger dwars te zitten en te tonen wie de baas is, is er één.

Principes zijn heilig, pragmatisme taboe, en willekeur het middel om de angst levend te houden, zo besloot Nicolas zijn getergde betoog.

Zonder het te beseffen gaf hij een analyse van het incident dat zich vorige week voordeed in de Frans-Nederlandse betrekkingen. Weekblad Le Point publiceerde vorige week een verhaal over het Nederlandse beleid ten aanzien van de uit Suriname en de Antillen afkomstige bolletjesslikkers. Er werd weliswaar vastgesteld dat de sinds december op Schiphol ingestelde honderd procent-controle van de passagiers op de gewraakte vluchten de drugssmokkel aanzienlijk heeft doen afnemen, maar de nadruk lag toch op het feit dat de Nederlandse autoriteiten drugskoeriers die minder dan drie kilo drugs bij zich hebben ongestraft terugsturen.

Drie kilo! Ongestraft! De verontwaardiging liet niet op zich wachten. Journaals en kranten gaven blijk van hun verbazing. Een vriendin belde direct op en schoot de bal recht in het doel: ,,Als Nederland eens wat minder onschuldige probleemkinderen in de gevangenis stopte, zou daar misschien wat plaats overblijven voor echte misdadigers!''

En ook de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken Dominique de Villepin liet zich niet onbetuigd met een verbeten: ,,Onacceptabel!''

De zaak werd weer gesust. Christiaan Kröner, de Nederlandse ambassadeur in Parijs, legde in een ingezonden stuk in de rechtse Le Figaro (26 april jl) uit, dat Nederland er de voorkeur aangeeft de drugssyndicaten daar te raken `waar het pijn doet', dat dank zij die aanpak zo goed als een eind is gekomen aan de smokkel en dat het niet nodig is arme sloebers in een cel te stoppen.

Nicolas vond het voorbeeld `perfect'.

,,Een land als Nederland is geïnteresseerd in oplossingen, Frankrijk niet. Zolang de Staat zich maar kan laten gelden, mag het probleem, van bij voorbeeld overvolle en mensonterende gevangenissen, blijven bestaan. Dit is gewoon geen democratie.''

Iedereen knikte ernstig. Om zijn feestje te redden hief Philippe nog maar eens het glas.