De eenvoud regeerde

Toen Prinses Juliana vorige maand overleed, lag de korte monografie Juliana. Maatschappelijk werkster met een kroon waarschijnlijk al bij de drukker, want in het boekje wordt geen melding gemaakt van haar dood. Dat is niet het enige waarin het zich onderscheidt van de inmiddels op gang gekomen stroom foto-herdenkingsboeken en herdrukken: het is een nieuw en tamelijk serieus werkstuk, geschreven door een voormalig redacteur van het Utrechts Nieuwsblad, oorspronkelijk bedoeld om vandaag Juliana's vijfennegentigste verjaardag luister bij te zetten.

Veel nieuwe feiten heeft Van Nieuwenhuizen niet boven tafel gekregen. Op zijn bronnenlijst prijken bekende werken als Fasseurs Wilhelmina-biografie en Juliana. Vorstin naast de rode loper van dra. M.G. Schenk en Magdaleen van Herk, een boek waarin de kwalificatie van de oud-vorstin als maatschappelijk werkster ook al opduikt. Exclusievere bronnen zijn enkele gesprekken met nazaten van politici en een gesprek met Prins Claus uit 1973. Helaas ontbreekt een notenapparaat, waardoor niet duidelijk is wat Van Nieuwenhuizen uit welke bron heeft betrokken. Zo beweert hij dat Juliana na de oorlog een `groot voorstander' van een rooms-rode coalitie was. Dat kun je wel beredeneren, maar hoe weet Van Nieuwenhuizen het? Ook keren anekdotes die vaak als apocrief gelden hier terug als feiten, zoals de opmerking die Juliana tegen minister van Buitenlandse Zaken (en voormalig bierbrouwer) Stikker gemaakt zou hebben naar aanleiding van haar te politiek (lees: pacifistisch) bevonden redevoeringen in de Verenigde Staten in 1952: `Zal ik dan maar zeggen dat ik vind dat de Amerikanen meer Heineken bier moeten drinken meneer Stikker'.

Tegenover de feilen (waartoe ook een slordige eindredactie behoort) staat een consistent betoog over het functioneren van Juliana als koningin en als kroonprinses. Van Nieuwenhuizen laat goed zien hoe Juliana zich al tijdens haar verblijf overzee gedurende de Tweede Wereldoorlog tot een sociale persoonlijkheid met diplomatieke gaven ontwikkelde. En hoe zij een netwerk opbouwde als `ambassadrice voor de Nederlandse, de Europese en de geallieerde zaak'. Ook toont hij hoe Juliana direct na de bevrijding nagenoeg náást haar oververmoeide moeder ging opereren, onder andere in twee perioden als regentes. In de bewoordingen van Van Nieuwenhuizen: uit de `bannelinge met een boodschap' groeide een `regentes met regeerlust'.

Van Nieuwenhuizen, die wat al te veel sympathie voor zijn onderwerp heeft opgevat, is wel erg summier over de Hofmansaffaire, maar is weer goed op dreef in zijn analyse van de relatie tussen de koningin en Joop den Uyl. Zo signaleert hij dat Juliana haar imago van eenvoud wel degelijk bewust inzette. Ondanks de weinig opzienbarende conclusie (`zij was de juiste Koningin op het juiste tijdstip') is Juliana. Maatschappelijk werkster met een kroon zo een verdienstelijke inleiding geworden in de studie naar een vorstin over wie een echte biografie, gezien het gesloten karakter van de archieven van het koninklijk huis, de komende jaren nog wel niet zal verschijnen.

Bert van Nieuwenhuizen: Juliana. Maatschappelijk werkster met een kroon. Aspekt, 118 blz. €12,95