Daar gaat de blik weer naar binnen

Op vrijdag 14 mei aanstaande wordt voor de elfde maal de VSB Poëzieprijs uitgereikt. Vijf vorig jaar verschenen bundels zijn genomineerd en voor de achtste keer verschijnt een door de juryvoorzitter geselecteerde bloemlezing uit de inzendingen voor de prijs. Aan de hand van die bloemlezing, De 100 beste gedichten van 2003, is straks op te maken welke bundels de jury bij de nominaties passeerde. Maar ook nu al zijn er vragen te stellen. Waarom werden bij voorbeeld Wat het licht doet van Hans Tentije en Kat van Sneeuw van Marjoleine de Vos niet genomineerd?

Het kapittelen van jury's lijkt een verplicht onderdeel van de literaire folklore. De VSB-nominaties nodigen ook uit tot commentaar. De keuze laat zich het beste omschrijven als `intellectueel'; er is in minstens drie gevallen niet voor het middenrif gekozen, maar voor het brein. Het lijstje lijkt ook een doodverklaring van oude conventies in de poëzie. Dit geldt voor de bundels van Wouter Godijn en Henk van der Waal, maar ook het werk van René Huigen en Mustafa Stitou heeft een experimenteel karakter. Alleen Stemtest van de vorig jaar overleden C.O. Jellema is ouderwets herkenbaar als poëzie.

Dirk van Bastelaere, Marjolijn Februari, Martin Reints. Thomas Vaessens en Ad Zuiderent zetten een duidelijk stempel. Van gedacht naar gedicht is voor hen geen onmogelijke weg. Dus was een filosofisch schijntraktaat als Geen muziek & geen mysterie van René Huigen nominabel, en dat is winst. Niet alleen voor de dichter, maar ook voor lezers die deze poëzie over het hoofd zagen. Er wordt in Huigens gedichten uitsluitend gedacht, maar de manier waarop dat gebeurt noodt tot meedenken. Lees een gedicht als `Metafoor':

In een verhandeling over

het gebruik van de metafoor

bij de oude vedische dichters

lezen we dat voor hen

de poëzie nog geen poëzie was

zoals wij die kennen

[...]

Zij wisten niet dat

ze een oude vorm

van wetenschap

De wetenschappers niet

dat ze een oude vorm

van poëzie bedreven

Wat zij aanvankelijk

aan de hardheid van rotsen,

het zoete van bloemen toeschreven

De aard en gesteldheid

hunner materie

Is wat wij nu gevoeglijk

buiten beschouwing laten

Waarmee, voorzover het de aard

en gesteldheid van metaforen betreft,

De kunst van het weglaten verklaard is

Geen muziek & geen mysterie bevat slechts tweeëntwintig gedichten, maar de inhoud strekt van `Het onbeduidende' tot `Het sublieme'. Daarbij valt telkens het woord `poëzie', en dat is ook het eigenlijke onderwerp van Huigens bundel. Taal over taal, en het verveelt geen tel.

Hoeveel anders dan is Stemtest van C.O. Jellema. Waar Huigen de lyriek en het persoonlijke schuwt, bepalen `jij', `we' en `me' de toon in het poëtisch testament van Jellema. Er wordt veel naar buiten gekeken in Stemtest, maar de blik is uiteindelijk inwaarts. Proeven en voelen zijn hier sleutelwoorden. Niet het brein, maar de zintuigen doen het werk. Daarin verschilt Jellema van de andere genomineerden. Ook hij is bovenal taalsmid, maar de woorden zijn niet bedacht maar doorleefd – zoals in `Zomernacht':

Doe nu eens even die gedachten dicht van je.

Denk nu eens liever niet na over morgen.

Kijk niet steeds weer die bosrand van gisteren

na, bramenplukker die je bent zoals vroeger

maar nu. Maak even geen onderscheid tussen

een wie en hoezo en de kans op anders.

Bij leven en welzijn zou ik Jellema de VSB-prijs gunnen, maar de jury is hopelijk wijs genoeg om een andere keuze te maken.

Henk van der Waal bijvoorbeeld, wiens bundel een door Jellema vertaald Rilke-citaat als motto heeft. De aantochtster heet die bundel, en zo raadselachtig als die titel zijn de gedichten. Zoals in zijn twee vorige bundels experimenteert Van der Waal niet alleen met de taal, maar ook met de vorm die taal op de pagina krijgen kan. Opvallend daarbij is dat hij per reeks een vast model kiest. Zo heeft elk van de gedichten in de cyclus `Toebereidselen' de vorm van twee koffiezakjes op een basis van drie slotregels. De reeks `Nomenclatura' toont minder experimenteel, maar ook hiervan zijn de regels geteld, dus gesteld. Binnen die regels echter heerst volstrekte vrijheid van onderwerp en idioom. Het is poëzie met een hoog filosofisch gehalte, maar wie bereid is de sleutel te zoeken krijgt toegang tot een eigenzinnige beeldentuin. Het gedicht `de onthutster' is exemplarisch voor wat hier in taal gebeurt:

mogelijk hangt de onthutster morgen al haar

windsels over het afdruiprek

aan het balkon: zo goed als naakt wil zij

afgaan op de wijtelingen om

het dartele dat door ze heen tintelt als ze

sterven optimaal aan

te blazen, want opener dan doodgaanders

zijn er

niet, wat dat betreft heeft de inrichter van

het mensenpark het goed gedaan

die wroeter in de teloorneiging van levenden

die betweter

die zelf te laf is om uit stof te bestaan

maar de leedwezens

wel vastketent aan hersenschors

en verslaaft aan het ongewone dat de

gewoonte heeft als een zeepbel uit elkaar te

spatten, waarna je niets anders

rest dan te wachten tot de raadselontwerpster

je strikt met engelenhaar

Van de twee overige genomineerden lijkt Wouter Godijn het meest aan Van der Waal verwant. Maar Godijn is speelser, stoeit met woorden en schuwt geen meligheid. Zijn baaierd van indrukken en uitvluchten heeft dan ook geen vaste vorm.

De regels in De karpers en de krab meanderen over de pagina's en de afloop van de gedichten is onvoorspelbaar. Zo laat in `Boven het teiltje' een kind het hoofd hangen `en voelt/ hoe haar ontbijt zich als een vliegtuig klaarmaakt om op te stijgen/ en weer omlaagzakt,/ voelt zich een ballon geladen met onheil/ en hagelslag.' Nog in dezelfde regel als de hagelslag verschuift het beeld naar de vader, die vaststelt dat de gewaarwordingen van het kind de zijne worden, en dan rijzen er vragen:

Er komt geen antwoord maar de vragen

vervagen,

in de tuin zuigt het konijn aan de zuigfles,

voor de gebeurtenissen in de trein

een paar kilometer verderop

kan geen plaats worden gemaakt

in dit gedicht

en de sneeuw valt teder en onverschillig

`Alles is zoals altijd: ijlings op weg naar ver weg,' stelt een ander gedicht van Godijn, en dat is wat er in zijn verzen gebeurt. Niet is zeker, niets is wat het lijkt. De zoekende formulering is een kenmerk van Godijns poëzie; kenmerkend ook is dat er zelden iets gevonden wordt.

Rest nog één genomineerde: Mustafa Stitou. Sinds zijn debuutbundel Mijn vormen laat Stitous poëzie zich moeilijk typeren. Ook in zijn derde bundel, Varkensroze ansichten, blijkt alles materiaal voor een gedicht. De briefjes van een bovenbuurvrouw, een senioren-enquête, een praktijkboek over schapen, krantenstukjes of fragmenten van een beluisterd gesprek – niets is onbruikbaar. Er is geen dwingende compositie; elke pagina biedt een eigen nieuwe hap uit de werkelijkheid. En ook de stijl is losjes, `praterig' (zegt Stitou zelf) maar niettemin precies.

Een mooi voorbeeld is het eerste gedicht van de reeks `Avondlandse anekdoten, openbaringen':

Namen op een mooie

dag een hap van een mooie

raarmooie eigenlijk plant. Sindstoen

jeuken onze monden gruwelijk.

Waar Roos leeft mag ik niet komen.

Tegen niemand zeggen dus, beloofd?

We vonden het konijn in het bos overal

lag bloed op de vacht Roos zei

gekust door een wolf

grapje! gebeten door ons!

We groeven een kuil. Aaiden de zachte

dooie oren.

Ik weet nog precies waar het is!

Er is een bobbel op de grond.

En we hebben een mooie tak

in de grond gestoken.

Stitou heeft het perfecte oor voor dit soort straattaal, en ook anderszins is hij een volstrekt onbevangene. Dat maakt hem wat mij betreft tot de interessantste dichter van de vijf genomineerden. Als de jury intellectuele, of zelfs filosofische bevrediging zoekt, gaat de prijs naar De aantochtster van Henk van der Waal. Zijn bundel is er goed genoeg voor. Maar als poëtische lenigheid, vitaliteit en betrokkenheid de criteria zijn, kan Stitou de prijs niet ontgaan.

Wouter Godijn: De karpers en de krab. Contact, 54 blz. €14,50

René Huigen: Geen muziek & geen mysterie. L.J. Veen, 50 blz. €13,50

C.O. Jellema: Stemtest. Querido, 38 blz. €14,95

Mustafa Stitou: Varkensroze ansichten. De Bezige Bij, 85 blz. €16,–

Henk van der Waal: De aantochtster. Querido, 56 blz. €15,95