Buit

Een picknickmand, een Chinese schaal, een opwindbaar nijlpaard met een lamme poot – op Koninginnedag zijn op de vrijmarkt mooie vondsten te doen. Maar ook grote missers...

Een kattensnorhaarverzamelegeltje. Mooi woord voor Ewoud Sanders. Ik kocht het op een Koninginnedag eind jaren negentig voor vijftig cent van een circa tienjarige die uit de knuffels gegroeid was en ze nu voor grof geld stond te verpatsen op het Frederiksplein.

Thuis stak ik voor de aardigheid een op de bank rondslingerende kattensnorhaar in de spitse snuit van mijn aanwinst, een paar dagen later nog een, en daarmee was een nieuwe verzamelobsessie geboren. Geen snorhaar belandt sindsdien nog bij mij in de stofzuiger of afvalbak, daarin ben ik heel fanatiek geworden; zelfs mijn man levert af en toe trouwhartig een gevonden exemplaar bij mij in. Ik ga nog net niet zover dat ik ze de katten uit de snoet trek, maar het is een haast pervers genoegen om het stevige, harde uiteinde van een nieuwe snorhaar in het zachte velours van die puntsnuit te steken. Het egeltje (dat overigens handjes en voetjes heeft en op zijn kont zit) torst nu een snor waar menige Turkse patriarch jaloers op kan zijn. Het is een van mijn mooiste Koninginnedagtrofeeën.

De rieten terrasstoel van vorig jaar was een miskoop – daar zakten we na een paar weken al doorheen maar naar de nostalgische picknickmand van twintig jaar geleden kijk ik nog met veel plezier, als ik hem in de berging tegenkom. Niet dat hij me ooit te binnen schiet bij gelegenheden waarbij gepicknickt zou kunnen worden, maar mocht ik nog eens uitgenodigd worden voor een romantisch glas wijn tussen hoog, kietelend gras bij een kabbelend stroompje, dan neem ik mooi die mand mee!

In het vinden van boeken heb ik geen gelukkige hand. Het gescharrel, gebuk en geblader op de vrijmarkt heeft nooit iets unieks opgeleverd. Ja, een bijzonder boek als Perrudja van Hans Henny Jahn, op de kop getikt voor een habbekrats, maar dat bleek van zo'n gruwelijke onleesbaarheid dat ik daarmee alleen maar de kwelling van de vorige eigenaar in huis gehaald heb.

Mooie eerste drukjes, niet meer in de handel zijnde titels van lievelingsauteurs... ho maar.

Een van de fraaiste aankopen is een Chinese schaal waarin een jongen van een jaar of zestien een collectie sleutelhangers uitgestort had. `Uitzoeken voor een kwartje.' Toen ik interesse toonde in de schaal, vroeg hij een tientje, omdat hij dan niets meer had om de sleutelhangers in te doen. Er staat bij mij nog steeds een plant in, maar het ding is ongetwijfeld een veelvoud van dat tientje waard. Arme ouders bij wie die schaal voor zoonliefs gemak even uit de kast gehaald is.

De goedkoopste aanwinst dateert van vorig jaar: één cent voor een plastic, opwindbaar nijlpaardje, met nog een glas wijn op de koop toe, waarbij aangetekend moet worden dat de verkoper, die al aardig teut was, aanvankelijk tien cent vroeg, maar zakte in prijs en zelfs tranen van aandoening in de ogen kreeg, toen bleek dat de linker achterpoot van het nijlpaardje lam bleek.

De grootste misser die me dwarszit, dateert ook van vorig jaar. In een plantsoen zat een oudere vrouw in regenjas nors te kijken op een klapstoeltje onder een boom, haar nering op een deken naast zich. Tegen de stam van de boom stond een groot schilderij waarvoor ik direct viel, hoe gehavend het ook was. Het verguldsel was rondom van de lijst gestoten en het behoorlijk vuile doek zelf vertoonde vier of vijf gaten, alsof het van flinke hoogte bovenop een hek met ijzeren punten gegooid was. De voorstelling bleef echter onverminderd charmant. Een dierentuinoppasser van rond 1900 haalt veelkleurige papegaaien van hun stok, gadegeslagen door een meisje in witte zomerjurk. `Max Liebermann' viel er als signatuur te ontcijferen. Dat zei me vaag iets.

,,Hoeveel vraagt u ervoor?'' vroeg ik.

,,Driehonderdvijftig euro'', zei ze unverfroren.

Zoveel? Voor een en al gat?! Dat viel te restaureren, zei de vrouw stug.

Het was veel meer waard. De schilder was beroemd om z'n papegaaien. Na wat ronddraaien en een quasi-deskundige blik op de achterkant – het schilderij werd intussen steeds mooier en echter, terwijl de vrouw en haar geschiedenis zich in mijn hoofd al als roman begonnen te destilleren bood ik, nog in de sfeer van `alles 50 cent', vijftig euro.

,,Lager dan driehonderd ga ik niet'', zei de vrouw heel beslist.

Toen ben ik maar afgedropen. Wel heb ik later Max Liebermann (1847-1935) opgezocht op internet. Hij is vrij zeldzaam. Bij Sotheby's was net een schilderij van hem voor twintigduizend euro geveild. Misschien is die stuurse regenjas het vorig jaar niet kwijtgeraakt en zit ze dit jaar weer in dat plantsoentje. Toch even kijken. Ik zeg niet waar. Als zij dit nu maar niet leest. En als ik maar eerder ben dan u.