Alles is anders bij Harnoncourt

Nikolaus Harnoncourt staat dezer dagen voor het Koninklijk Concertgebouworkest en dus is weer bijna alles anders dan anders. Het orkest is anders opgesteld: bassen, celli en eerste violen op links, alten, pauken en tweede violen op rechts. En ook de romantiek van Schumann en Mendelssohn klinkt anders dan anders.

De romanticus Schumann – vorige maand was het 150 jaar geleden dat hij zich probeerde te verdrinken in de Rijn – is óók een geval vanwege diens vriendschap met de neoclassicus Brahms, de opvolger van Beethoven op aarde. Schumann componeerde veel vrijer dan Beethoven en Brahms, zijn Pianoconcert spot met de klassieke vorm.

Maar Schumann had natuurlijk ook een obsessie met Beethoven en Harnoncourt duwt de ouverture Manfred en de Eerste symfonie nogal hardhandig in de richting van de klassieke Beethovenstijl. Tussen de als zuilen neergezette monumentale akkoorden is nog wat plaats voor Schumanns lyriek en een enkele frivoliteit. Soms wringt het, Schumann is weerbarstig en tegen het slot van Manfred hoorde men de componist in curieuze samenklanken van blazers kermen.

Tussendoor krijgt het Vioolconcert van Mendelssohn een soortgelijke behandeling, al valt die wat milder uit. Al het gladde en gelikte, waartoe de meeste uitvoeringen zich beperken, is weg, wel hoort men tussen de Beethoveniaanse zuilen nog wat van Mendelssohns vloeiende elegantie. De voortreffelijke solist Thomas Zehetmair doet van harte mee: zeer veel accenten en fraseringen zijn anders dan anders, soms opwindend, zelfs zigeunerachtig.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest. Gehoord: 28/4 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 2/5. Radio 4: 2/5 14.15 uur.