Vrees voor antisemitisme in grotere EU

De strijd tegen antisemitisme in Europa wordt met de uitbreiding van de Europese Unie nog taaier, waarschuwen deelnemers aan een groot congres over antisemitisme.

In de stad van waaruit in de vorige eeuw de uitroeiing van de Europese joden georganiseerd werd, breken zich deze week 600 congresgangers het hoofd over de vraag hoe antisemitisme in Europa bestreden kan worden. Jodenhaat is een ,,besmettelijke ziekte'', zei Nobelprijswinnaar Elie Wiesel gisteren in Berlijn. ,,Als Auschwitz het antisemitisme niet kon uitroeien, wat dan wel?''

Toch willen vertegenwoordigers van 55 landen en organisaties, onder wie de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell, in het kader van een tweedaagse conferentie van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) maatregelen ter bestrijding van antisemitisme opstellen. Een eerste stap is in de ogen van veel deelnemers de conferentie zelf, omdat er het signaal van uit gaat dat antisemitisme serieus wordt genomen.

De bijeenkomst in Berlijn is het antwoord op een toename van het aantal antisemitische incidenten en uitlatingen in Europa sinds 2000. Joodse organisaties, onder andere uit de Verenigde Staten, hebben er in het recente verleden op gewezen dat Europa een probleem had en dat niet onderkende. ,,Veel Amerikaanse joden zagen de passiviteit van de Europeanen met groeiend frustratie en verwondering'', blikte Andrew Baker van het American Jewish Committee gisteren in de Süddeutsche Zeitung terug.

In vijf EU-lidstaten is, aldus nieuw onderzoek van het Europees waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat (EUMC) in Wenen, het aantal antisemitische voorvallen gestegen: in Frankrijk, Duitsland, België, Groot-Brittannië en Nederland. Het onderzoek heeft vooral betrekking op 2002 en leunt voor Nederland onder andere op het jaarverslag van het CIDI dat in dat jaar 337 incidenten telde.

Het aantal Europeanen dat antisemitische vooroordelen koestert is sinds 2002 afgenomen, maar een groot aantal Europeanen denkt nog steeds in klassieke clichés over joden. Dat bleek uit onderzoek van de Amerikaanse Anti Defamation League (ADL) dat deze week in Berlijn werd gepresenteerd.

ADL hield voor de tweede keer een telefonische enquête onder 5.000 Europeanen in tien landen. Ze konden reageren op stereotype stellingen als: `joden hebben te veel invloed in het zakenleven' en `joden zijn sneller bereid de boel op te lichten dan anderen om hun doel te bereiken'. De meeste steun kregen de stellingen in Duitsland (36 procent) en België (35 procent). In Nederland was 9 procent van de ondervraagden het met de stellingen eens. Opmerkelijke dalingen deden zich voor in Spanje (van 34 procent in 2002 naar 24 procent in 2004) en Frankrijk (van 35 procent naar 25 procent.) De directeur van ADL, Abraham Foxman, ziet in de dalende tendens het bewijs dat antisemitisme valt in te dammen met een duidelijke veroordeling door de regering, strenge wetgeving en actieve voorlichting.

Onderzoekers en politici maken onderscheid tussen drie `soorten' antisemitisme. De traditionele variant is de rassenwaan die teruggrijpt op het nazisme en voortleeft in rechtse extremistische splintergroeperingen. Daarnaast hebben in sommige Europese landen, zoals Frankrijk, extremistische moslims zich tegen joden en joodse instellingen gekeerd. Antisemitisme in Europa weerspiegelt dan de oplaaiende haat in het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Het aantal antisemitische incidenten was in Europa uitzonderlijk hoog in april 2002, toen het Israëlische leger een aantal Palestijnse steden bezette.

De meest controversiële variant ontstaat als kritiek op Israël zich niet langer op Israël als entiteit richt, maar op joden en zich bedient van de aloude clichés. ,,Achter menige kritiek op Israëlische regeringen van de afgelopen decennia school massief antisemitisme'', zei de Duitse president Johannes Rau. Kritiek op joden is net zo goed mogelijk als kritiek op elke ander burger, aldus Rau, maar het is opvallend dat die kritiek vaak komt van mensen die ,,doordrenkt zijn met vooroordelen''.

Opvallend veel deelnemers aan het congres waarschuwden dat de strijd tegen antisemitisme met de uitbreiding van de Europese Unie hardnekkiger en moeizamer zal worden. Zo wees Paul Spiegel van de Centrale Joodse Raad in Duitsland erop dat in veel nieuwe lidstaten van de Europese Unie nog een begin moet worden gemaakt met verwerking van de collaboratie met de nazi's. Beate Winkler, de Duitse directeur van het EUMC in Wenen, zei een opleving van klassiek antisemitisme te verwachten na 1 mei. Ze verwees naar de opkomst van rechtsextremisme en aanslagen op buitenlanders in de voormalige DDR in de eerste jaren na de val van de Muur.