Toch maar geen boekverbranding

De Kamer debatteerde gisteren over het boek De Weg van de moslim. Van de grote woorden van de afgelopen week bleef weinig over. Minister Donner spande zich in om de gemoederen tot bedaren te brengen.

De minister van Justitie kon zijn verontwaardiging niet bedwingen. Hadden in het debat alle partijen nu juist gezegd dat het niet om moskeeën, en niet om de islam als zodanig ging, en zelfs niet om wat er in dat gewraakte boek De weg van de moslim staat. Maar om de ontoelaatbaarheid van publicaties, die erop gericht lijken haat te zaaien tegen bevolkingsgroepen. Gaf de motie van de VVD'er Wilders, nota bene mede ondertekend door Donners' eigen CDA, toch weer aan dat het de Kamer om het uitwijzen van imams en het sluiten van moskeeën gaat!

Minister Donner (Justitie) liet er, op toornige toon, geen twijfel aan bestaan dat er met hem over die motie niet te praten viel. De gedachte alleen al, dat één overtreding en strafrechtelijke veroordeling in de toekomst zou moeten leiden tot het uitzetten van buitenlandse imams en het ontbinden van de stichting of andere rechtspersoon achter een moskee, stuitte de minister hevig tegen de borst, bleek uit zijn woorden.

Weliswaar nam Donner het fatale woord `onaanvaardbaar', dat van het debat over de Al Tawheed moskee in Amsterdam een kabinetscrisis in de dop zou hebben gemaakt, niet in de mond. Maar hij liet er geen twijfel aan bestaan, ook toen hij na het debat nog even met de Kamerleden Sterk (CDA) en Wilders (VVD) stond te praten, dat hij verwachtte dat – als hun motie vandaag in stemming komt in de laatste vergadering vóór het voorjaarsreces van de Kamer – de tekst drastisch zou zijn aangepast.

Aan grote woorden was geenszins gebrek, toen de Tweede Kamer gisteren op initiatief van Wilders sprak over het lectuuraanbod in de Al Tawheed moskee – en dan met name de homo- en vrouwonvriendelijke passages in De weg van de moslim. Die passages werden, zowel door Kamer als door de voor het debat opgeroepen ministers (die van Justitie, Integratie, Binnenlandse zaken, Constitutionele zaken) in alle mogelijke toonaarden veroordeeld.

Maar over de vraag wat het belang is van de zaak, en welke maatregelen er eventueel van overheidswege genomen moeten worden – daarover verschilden toch de analyses.

Wilders merkte op, dat vanuit dezelfde moskee de gewapende strijd van de Palestijnen wordt geprezen en zag het debat in de algemene context van strijd tegen het moslim-extremisme, zijn specialiteit. Hij meende dat de imam van de Al Tawheed het land moet worden uitgezet, net als andere imams met soortgelijke overtuigingen.

D66-fractieleider Dittrich meende dat de tijd is gekomen om de gelijkberechtiging van homoseksuelen nu eindelijk eens in de Grondwet op te nemen. Dan ook gehandicapten, betoogde zijn collega Rouvoet (ChristenUnie) bij interruptie - waartoe Dittrich bereid bleek. Ook voor D66 was uitzetting een optie. CDA'er Sterk meende dat de imam in kwestie nooit tot Nederland had moeten worden toegelaten, daar hij behoort tot de moslim-broederschap ,,die zelfs in Egypte is verboden''. In dit geval, zei Sterk, had de Nederlandse inburgeringscursus – door de betrokken imam `met een certificaat' afgesloten – duidelijk geen enkel heilzaam effect gesorteerd.

Het Kamerlid Nawijn (LPF) was vooral gebrand op intrekking van het Nederlands staatsburgerschap van imams die over een dubbele nationaliteit beschikken. In Nawijns analyse toont de zaak van de Al Tawheed moskee vooral de euvele invloed van het wahabisme aan, een stroming binnen de islam die vanuit Saoedi-Arabië met kracht wordt bevorderd, onder andere met financiering.

Toch waren in het Kamerdebat een aantal krachtige maatregelen die de afgelopen week, toen de storm opstak over het gewraakte boek, al uit beeld verdwenen. Zelfs een minister, Verdonk (Integratie), moest toegeven in het vuur van het moment te ver te zijn gegaan, toen zij dit weekeinde in een tv-programma voor een boekverbod had gepleit. Tot `boekverbranding' (Dittrich) moest het maar niet komen, meende ook de hele Kamer.

En ook het sluiten van de Al Tawheed als gebouw, eveneens door menigeen in de afgelopen dagen bepleit, bleek toch niet zo'n enorm idee. En dat niet zozeer omdat – zoals Kamerlid Azough (GroenLinks) betoogde – bejaarde, slecht ter been zijnde moslims uit de buurt door zo'n sluiting ernstig benadeeld zouden worden. Maar vooral omdat sluiting van een kerkgebouw, in de woorden van minister De Graaf, een daad zou zijn die rechtstreeks ingrijpt in de vrijheid van godsdienst. Wat wel kan, en de meeste partijen in het debat ook bedoeld bleken te hebben, is het ontbinden van de rechtspersoon achter de persoon – als kan worden aangetoond dat deze zich stelselmatig met strafbare feiten bezighoudt.

Het was vooral minister Donner die zich inspande de gemoederen tot bedaren te brengen, in een klein juridisch college: strafrechtelijke vervolging is mogelijk wegens publicatie van bepaalde teksten, niet vanwege de publicatie zelf, maar vanwege hun eventueel haatzaaiend of opruiend karakter.

,,De essentie hier hoort te zijn: hoe voorkomen we dat de mensen naar elkaar gewelddadiger worden, dat bevolkingsgroepen met de ruggen naar elkaar gaan staan'', zei Donner. Mocht vervolging in het onderhavige geval onmogelijk blijken, dan zal bekeken worden of het strafrecht aanpassing behoeft. Maar dat in dit Kamerdebat een bijdrage zou worden geleverd aan de integratie, waagde Donner te betwijfelen: ,,Integratie komt niet voort uit het strafrecht''.