Strijd in Irak is goed voor omzet bij Boeing

De strijd in Irak is goed voor Boeing. De uitgaven van het Pentagon hebben de militaire divisie van het Amerikaanse bedrijf over het eerste kwartaal van dit jaar een winst bezorgd van 623 miljoen dollar, op een omzet van 13 miljard dollar. Het resultaat is veel beter dan was verwacht. Vorig jaar werd over dezelfde periode nog een verlies geboekt van 478 miljoen dollar, bij een omzet van 12,3 miljard.

De opbrengst uit wapens steeg met 1,1 miljard dollar (18 procent groei), terwijl de omzet uit fabricage van burgervliegtuigen met 370 miljoen dollar terugliep. Boeing maakt een grote hoeveelheid militaire producten, zoals de B52 bommenwerper, de Apache en Chinook helikopters, de F15 en F18 gevechtstoestellenen, alsmede raketten, defensieafweerssystemen etc. Ook de Space Shuttle is een Boeing-product. Vorig jaar wees Boeing de suggestie dat het flink verdiende aan de gevechten in Irak nog van de hand. Maar op het hoofdkantoor in Chicago wordt nu ronduit toegegeven dat de militaire inspanningen in het Midden-Oosten het bedrijf geen windeieren legt.

Ook in de burgerluchtvaart ziet Boeing, na drie jaar van neergang, weer een positieve tendens. ,,Alle lease-bedrijven melden vooruitgang. Zowel bij Airbus als bij ons zien we hernieuwde belangstelling van klanten'', zo zei Boeing topman Harry Stonecipher gisteren. ,,Het luchtverkeer is terug op het niveau vóór 11 september 2001 en de wereldeconomie gaat ook de goede kant op.''

Boeing maakte begin deze week de lancering van een nieuw vliegtuig bekend, de 7E7 Dreamliner, nadat het Japanse All Nippon Airways vijftig toestellen had besteld. De komende drie jaar verwacht Boeing een toename van zijn totale output aan burgervliegtuigen: 285 toestellen dit jaar, en 300 in 2005.

Stonecipher hield over de nabije toekomst nog één slag om de arm. Een order voor tankervliegtuigen ter waarde van 17 miljard dollar wordt door het Pentagon heroverwogen wegens een omkoopschandaal. ,,Als die deal niet doorgaat moeten we de omzetcijfers bijstellen'', aldus de topman.