Op 1 mei begint een nieuwe eeuw

Luister zaterdag naar de Slavische dansen van Dvorák en drink wodka. Want de uitbreiding van de EU is, ondanks wat er allemaal nog niet deugt, het waard om gevierd te worden, meent Timothy Garton Ash.

Op 1 mei zullen vele Europeanen de neiging voelen om een noodsignaal uit te zenden: `Mayday! Mayday!' Maar er is reden tot juichen. Zaterdag 1 mei 2004 is een grote dag in de geschiedenis van Europa. En niets – geen vrees, geen wrok, geen terroristen of demagogen – mag ons ervan weerhouden deze dag naar behoren te vieren.

Wat wij met de uitbreiding van de Europese Unie in oostelijke richting tot stand brengen is niet alleen de sloop van de laatste brokstukken van de Berlijnse Muur, die kunstmatige scheidslijn tussen `Oost' en `West'. Het is een ongekende stap naar een gaaf, een vrij Europa. Nooit eerder in de Europese geschiedenis hebben zoveel landen van Midden- en Oost-Europa een eenheid gevormd met hun westelijke buren, als democratieën in één politieke, economische en veiligheidsgemeenschap, met gelijke rechten en plichten. Eeuwenlang zijn zij tweederangsburgers geweest, arme verwanten, de speelbal van andermans plannen. Eeuwenlang zijn zij gebukt gegaan onder een complex van achterlijkheid, uitgeslotenheid, terwijl de West-Europeanen hen afschilderden als het exotische, excentrieke Ruritanië. Dracula. Het Syldavië van Kuifje.

De Duitse historicus Leopold von Ranke heeft, zoals hij het noemde, een geschiedenis van de Latijnse (`romanische') en Germaanse volkeren geschreven. Voor de Slaven was geen plaatsje ingeruimd. Zíj maakten geen geschiedenis. Een hoge Duitse politicus heeft mij eens, in het Engels met een sterk accent, gezegd dat de geschiedenis van Midden-Europa was gevormd door de ,,interactie van Duitsers, joden en slaven''. Het duurde een ogenblik voordat ik me realiseerde dat hij de Slaven bedoelde.

De Slaven, die nooit meer slaven zullen zijn, schuiven bij onze Latijnse en Germaanse leiders aan rond de toptafel in Brussel – maar eerst op een feestje in Dublin. (En natuurlijk de niet-Slavische Hongaren, Maltezers, Estlanders en Grieks-Cyprioten.) Eindelijk hervindt de derde grote grondtoon van het Europese karakter zijn plaats in de onvoltooide symfonie.

Dat zijn fraaie, grote woorden. Wat betekenen zij voor het leven van alledag? Allereerst dat meer Europeanen vrijer zijn dan ooit tevoren. Toen ik meer dan vijfentwintig jaar geleden voor het eerst naar die landen reisde, leefden mijn tijdgenoten daar in een andere wereld. Zij konden niet in het openbaar zeggen wat zij dachten zonder hun betrekking aan de universiteit of elders kwijt te raken. Zij konden niet vrijuit reizen. Zij konden niet lezen wat ze wilden. De etalages van hun winkels deden vaak denken aan lege lijkenhuizen.

Bittere grappen vertelden hun verhaal. ,,Rebbe, is het mogelijk om het Socialisme in Eén Land te realiseren?'' ,,Zeker, mijn zoon, maar dan moet je in een ander land gaan wonen.'' ,,Zijn de Russen onze broeders of onze vrienden?'' ,,Onze broeders – je vrienden kun je kiezen.'' Of deze, uit een door voedseltekort geplaagd Polen: een man stapt een slagerij binnen. ,,Mag ik een stuk varkensvlees, alstublieft?'' ,,Dat hebben wij niet.'' ,,Lamsvlees dan?'' ,,Nee.'' ,,Kalfsvlees?'' ,,Nee.'' ,,Runderworst misschien?'' ,,Nee.'' Teleurgesteld gaat hij de winkel weer uit. De slagersknecht zegt tegen zijn baas: ,,Wat een mafkees!'' ,,Jawel'', antwoordt de slager: ,,maar wat een geheugen!''

Nu hebben de zoons en dochters van de vrienden die ik toen heb gemaakt, in Warschau, Boedapest, Praag of Ljubljana, kansen in het leven die niet zo heel anders zijn dan de kansen die míjn kinderen in het leven hebben. Zij kunnen lezen en schrijven wat zij willen. Zij kunnen reizen waarheen zij willen, voor zover ons aller tiran, het geld, of liever het gebrek daaraan, het toelaat. Zij kunnen op het stadsplein roepen wat zij willen. Op deze eerste mei zullen er geen verplichte optochten zijn van geeuwende pubers met vaandels van Lenin, Brezjnev en de plaatselijke mini-Brezjnevs. In plaats daarvan zullen sommigen op straat de toetreding tot de EU vieren, omdat zij daar zin in hebben, terwijl anderen zich zullen aansluiten bij een anti-globaliseringdemonstratie.

Zeker, de Pool of Slowaak die je in Groot-Brittannië of Duitsland tegen het lijf loopt, zal eerder een bouwvakker of schoonmaakster zijn dan een manager of een professor. Maar dat verandert nog wel. In de jaren '50 van de twintigste eeuw waren au pairs in Groot-Brittannië Zwitsers, Duits of Frans. In de jaren '70 waren ze Spaans of Portugees. Nu zijn ze Pools of Slowaaks, maar over een jaar of tien zijn ze misschien wel Oekraïens of Turks. En daar knoopt het leven van alledag aan bij de grote politiek.

Deze uitbreiding is niet alleen het slot van een lang hoofdstuk, ze is ook het begin van een nieuw. We moeten niet denken dat het nu voorlopig gedaan is met de uitbreidingen. Roemenië en Bulgarije is het lidmaatschap al toegezegd. De rest van de Balkan zal stukje bij beetje ook toetreden, ook al is nog niet duidelijk hoe de grenzen daar uiteindelijk zullen lopen. In december valt de beslissing of de onderhandelingen met Turkije gaan beginnen – wat we beslist zouden moeten doen, om redenen waarop ik een andere keer nader zal ingaan. Een wanklank bij deze uitbreiding is de stem van de Grieks-Cyprioten tegen de hereniging van hun eiland, terwijl de Turks-Cyprioten ervoor hebben gestemd, met als bizar gevolg dat de Grieks-Cyprioten worden beloond met het lidmaatschap van de Unie, terwijl de Turks-Cyprioten worden gestraft met een gesloten deur.

Eén ding staat vast: met ingang van zaterdag is de Europese Unie niet alleen veel groter en gevarieerder, maar zal ze ook groter en gevarieerder blíjven worden. Ik voel wel enigszins mee met de eurosceptici in Groot-Brittannië en elders die bevreesd zijn voor bureaucratische gelijkschakeling. De waarheid is echter dat met deze uitbreiding de diversiteit al heeft gezegevierd. De vraag is niet meer: zullen onze individuele nationale identiteiten worden opgeslokt door een Europese superstaat, een land Europa, bestuurd door Brusselse bureaucraten? Nee, ze luidt: hoe kunnen wij voorkomen dat de Europese vergaderingen ontaarden in zeventiende-eeuwse sejmiki, die vaak zo tumultueuze landdagen van maar zelden volkomen nuchtere Poolse heren? Maar als wij dat voor elkaar krijgen, dan wordt Europa een buitengewone gemeenschap, uniek in de wereld, van 25 – over een poosje 35 – democratieën en 455 miljoen – later 600 miljoen – inwoners, die samenleven in elkaar wederzijds versterkende vrijheid, vrede en welvaart.

Dat is veel gevraagd, ik weet het. Ik weet ook dat er op dit feestje veel lange gezichten te zien zullen zijn, bij de oude zowel als de nieuwe leden van de Unie. Ik kan net zo goed als een ander opsommen wat er allemaal nog niet deugt. De nieuwe leden zijn, vergeleken bij het gemiddelde van de EU van 15 landen, merendeels arm, en zullen ondanks hun hogere economische groei nog tientallen jaren merkbaar armer blijven. Vele van die landen kampen met schandalige corruptie in het openbare leven, instabiele partijen en trouweloze kiezers.

De oude EU-lidstaten vrezen immigratie, chaos en concurrentie van goedkope geschoolde werknemers of gunstige belastingregimes. Veel West-Europeanen, vooral in de oorspronkelijke zes landen van de Europese Economische Gemeenschap, wensen heimelijk dat deze uitbreiding er maar nooit was gekomen. Niemand weet hoe de besluiten rond die reusachtige tafel voor 50 ministers in Brussel tot stand zullen komen. De huidge Europese Commissie zakt als een vermoeide pudding in elkaar. De politieke leiding in alle grote landen van Europa is zwak.

Maar laten wij al die zorgen ter zijde schuiven, totdat maandag het leven zijn gewone gang herneemt. Dit weekeinde vieren wij een grote verandering. Bedenk, tot slot, hoe het er twintig jaar geleden, in 1984, voorstond, om maar te zwijgen van 1944. Stop zaterdag Dvoráks Slavische dansen in de cd-speler, en trek een fles wodka open.

Timothy Garton Ash is schrijver. Zijn nieuwste boek `Free world: why a crisis of the West reveals the opportunity of our time' zal op 1 juli verschijnen bij Penguin.