Leerling opnieuw de dupe

,,Degenen die het eigenlijke werk doen zijn de leraren.'' Dat was de slotzin van het hoofdredactioneel commentaar in NRC Handelsblad van 27 april. En ,,Onderwijsgeld gaat op aan bureaucratie'', kopt de krant op de voorpagina van maandag 26 april. Wat ben ik blij, dat men dit eindelijk ontdekt heeft! En wat vind ik het jammer, dat zo'n bericht niets, maar dan ook niets aan schoolculturen in ontwikkeling zal veranderen. Want de jongste beleidskeuze van het ministerie is glashelder: scholen mogen hun eigen schoolbeleid helemaal zelf bepalen. Ieder voor zich. Geen gedetailleerde circulaires meer, maar de vrije hand voor elke individuele school. En iedere zichzelf respecterende schoolleider kiest nu eenmaal voor bureaucratische gedrochten als innovatie, overlegorganen, integraal personeelsbeleid, managementcursussen, teambuilding, persoonlijke ontwikkelingsplannen, ontwikkelgroepjes, competentieprofielen en veel, heel veel externe deskundigen die voor onbepaalde tijd worden ingehuurd als vleesgeworden overtuigingen om visie tegen heug en meug door de onwillige kelen van de uitvoerders-in-het-veld te duwen.

Want stel je voor, dat je alleen maar bezig zou zijn het bestaande in kwaliteit te doen toenemen en dan te worden uitgescholden voor ouderwets! En dus gaat er te veel geld naar ontwikkelings- en implementatieprocessen. Jammer.

De Onderwijsraad komt kennelijk wel met een paar aanbevelingen om bureaucratie wat behapbaarder te houden, zoals door beter toezicht te houden op fusies en monopolieposities van schoolbesturen en bij invoering van nieuwe ideetjes eerst een kosten-batenanalyse te maken. Kan de Onderwijsraad in zijn beschouwingen ter vermindering van bureaucratie misschien ook even het nieuw te ontwikkelen functiewaarderingssysteem tegen het licht houden? Ik leg het uit.

Het salarisgebouw gaat op de schop, in een poging voor docenten een mogelijke carrièrelijn uit te zetten. Het vermoeden bestaat namelijk, dat een baan als docent onaantrekkelijk is, omdat er geen of onvoldoende mogelijkheden zijn om carrière te maken. Docenten kunnen daarom straks ingeschaald worden in een 10-, een 11- of een 12-schaal ongeacht hun vooropleiding. Voordat de nieuwe systematiek ingaat, zijn echter eerst de hogere en de middenmanagers in salaris gestegen: alweer een stap naar meer geld voor bureaucratie. Wat het belangrijkst is, moet immers het hoogst betaald worden? Tja. Zaten kortgeleden de middenmanagers in schaal 11, nu zitten ze in schaal 12. In riante kamers, voorzien van de modernste apparatuur. En wat nu met de docenten in hun krap bemeten, achtergebleven werkruimte: het klaslokaal? Op grond van welke criteria kan iemand doorstromen naar een hogere schaal? Elke school mag ook dit zelf beslissen, na hun personeel te laten solliciteren op de nieuwe functies, wat weer een impuls geeft aan nog meer bureaucratie. De tendensen zijn echter duidelijk. Om in de 11-schaal te komen, dient iemand zich ook beleidsmatig nuttig te maken voor locatie- of vakgroepbelang en om in de 12-schaal te komen, dient er schoolbreed iets aanstuurderigs te worden gepresteerd door de betreffende docent. Hoe verder van de werkvloer en hoe schijnbaar belangrijker, des te hoger het salaris. Opnieuw een bevoordeling en bevordering van bureaucratie. Nergens in de inschalingsvoorstellen die ik her en der lees, onder andere in het Onderwijsblad van mijn vakbond de AOB, wordt gewezen op het belang van de persoonlijke kwaliteiten van de individuele docent in relatie tot zijn vakgebied en zijn vakkennis. Voor de invoering van de HOS-nota kreeg diegene de 12-schaal die een eerstegraads opleiding had afgerond en dus kon worden beschouwd als een specialist op zijn vakgebied, bevoegd en bekwaam om onze toekomstige academici op te leiden. Tegenwoordig is het maar al te gangbaar dat een tweedegraads docent les geeft in de bovenbouw van het vwo. Waarom zou iemand immers nog een opleiding afronden als je ook met een halve opleiding wordt aangenomen? Elke prikkel om het beste uit jezelf en uit de leerling te halen vervalt. Niet zo gek dus, dat er voortdurend geroepen wordt dat het onderwijspeil daalt.

Zo zitten we straks met een onderwijssysteem, waar de loser gedesillusioneerd voor de klas staat, aangestuurd door een keur aan goed verdienende managers en specialisten op allerlei gebied.

De leerling die iets wil leren en daar gespecialiseerde en vakkundige hulp bij nodig heeft, zal opnieuw de dupe worden.

Drs. Anneke de Vries is docent Frans