`Gewone criminelen' met een missie

De Thaise premier Thaksin gelooft dat het geweld in het zuiden van Thailand een ,,criminele oprisping'' is. Hoe lang kan de uitgesproken premier zijn volk en de wereld voor de gek houden?

Toen Thaise moslims begin jaren zeventig een beperkte opstand begonnen voor een zelfstandige staat appelleerde hun strijd vooral aan gevoelens van grote ontevredenheid onder de zes miljoen islamieten in het land. Het was een gevecht voor erkenning, gelijke bedeling en tegen de discriminatie die hen al generaties ten deel was gevallen.

Er werd gevochten, er vielen doden en de toenmalige Thaise regering sloeg hard terug. Het islamitische achterland bleef gekwetst achter zonder dat de oorzaken van het verzet – de armoede en grote ongelijkheid – werden opgelost.

Al die tijd heeft de ontevredenheid gesluimerd. De discriminatie door de boeddhistische meerderheid bleef en Bangkok reageerde nog altijd onbekommerd op de roep uit het zuiden.

Het is dié kennis die het moeilijk maakt te geloven dat de aanvallen gisteren op politieposten in de islamitische provincies in het zuiden van Thailand, het werk zijn geweest van ,,gewone criminelen''. Maar dat is wel wat de Thaise premier Thaksin Shinawatra de wereld wil doen geloven. De merendeels jonge jongens, op brommers en gewapend met hakmessen, die gisteren op 35 na allemaal werden gedood, riepen islamitische leuzen, droegen hoofdbanden met religieuze teksten in het Arabisch en hadden het vooral voorzien op Thaise politieposten. Maar Thaksin weet zeker dat hier geen sprake is geweest van moslimextreme.

Het is bij de Thaise premier maar net hoe de wind waait. Begin deze maand haalde Thaksin zich nog de woede van Maleisië op de hals door te zeggen dat Thaise moslimextremisten zich in het aangrenzende Maleisië schuilhielden. Die beschuldiging trok hij twee weken geleden weer in na een ontmoeting met de Maleisische premier Abdullah Badawi. Opeens stemde Thaksin in met de analyse van Badawi die de onrust in de regio vooral zag als het gevolg van achterstand en armoede. De Thaise regering erkende dat de provincies Pattani, Yala en Narathiwat al jarenlang tekort werd gedaan en beloofde hulp en beterschap.

Dat was niet voor het eerst dat Bangkok die conclusie trok. Een van de Thaise vice-premiers, de linkse Chaturon Chaisaeng, werd begin dit jaar in opdracht van Thaksin naar de opstandige regio gestuurd om een oplossing te vinden voor het groeiende probleem. Daarbij was de grootste zorg van Thaksin, die van snelle oplossingen houdt, dat de onrust de belangrijkste inkomstenbron van Thailand, de toeristenindustrie, dreigde te beschadigen. Het aantal hoofdzakelijk Maleisische toeristen naar de regio was die eerste maanden van het jaar al teruggelopen met dertig procent.

Maar waar Chaturon mee terugkeerde zorgde voor grote beroering binnen de Thaise regering. De ex-communistische vice-premier vroeg om opheffing van de noodtoestand, gratie voor de vermeende moslimseparatisten, economische steun en een einde aan het buitenproportionele politiegeweld. Defensie en politie waren fel tegen, en ook Thaksins eigen neef, generaal Chaiyasidh Shinawatra, die verantwoordelijk is voor het leger, keurde het plan af.

Want wat Chaturon ook in zijn plan had gezet was dat leger en politie geen gratie zouden krijgen voor het geweld dat zij hadden aangericht in het Thaise zuiden: meer dan de helft van de inmiddels 160 slachtoffers en meer dan honderd verdwijningen zouden op het conto komen van leger en politie.

Thaksin heeft dat deels erkend, en ook nu roept het keiharde optreden van het Thaise gezag veel vragen op. Met name de slachting in een eeuwenoude moskee in de stad Pattani, waarbij na een wilde schietpartij en traangasaanval zeker dertig doden vielen, is door velen gekritiseerd.

Thaise mensenrechtenactivisten en vooral moslimleiders vragen zich af of een dergelijke mate van grof geweld wel nodig was. En veel moslims in Pattani en elders hebben gevoelens van sympathie uitgesproken over de omgekomen moslimstrijders.

Het vredesplan lijkt definitief van de baan en onderzeker is of de Thaise moslims de door Thaksin beloofde financiële steun van 300 miljoen euro en een eigen islamitische universiteit nog wel zullen krijgen. Wat wel zeker is, is dat de ontevredenheid blijft. En zolang dat het geval is, zal Thailand van zijn moslimminderheid blijven horen.