Gematigd en voorzichtig

Hij is nog pas 41, maar Branko Crvenkovski, gisteren tot president van Macedonië gekozen, heeft al een indrukwekkende staat van dienst achter de rug. Hij was 29 toen hij in 1992 premier werd van Macedonië. Toen kon de sociaal-democraat Crvenkovski nog in hoge mate leunen op de grijze vos Kiro Gligorov, de eerste president van het land. Maar toen Gligorov na een bloedige moordaanslag wegviel, moest hij het alleen redden.

De in Sarajevo geboren Crvenkovski komt uit een communistisch geslacht. Zijn vader was een officier in Tito's Volksleger en zoon Branko, in 1986 afgestudeerd als ingenieur computerwetenschappen, maakte snel carrière in de communistische, later de sociaal-democratische partij. Parlementariër werd hij bij de eerste vrije verkiezingen, in 1990, partijleider werd hij een jaar later en nog een jaar later was hij premier.

Een informele premier: tijdens een interview met deze krant nodigde hij de journalist en de fotograaf uit zich samen met de tolk (nu minister) achter zijn computer te zetten om in zijn naam een brief aan een toenmalige West-Europese premier te schrijven over de lelijke boycot waarmee Griekenland zijn land ruïneerde. De Balkan stond in brand, maar de Grieken namen (en nemen nog steeds) aanstoot aan de naam die Macedonië zich had aangemeten en hadden kwaad de grens gesloten. Het bracht Macedonië op de rand van de afgrond, want de grens met Servië zat ook dicht en de mogelijkheden om handel te drijven via Albanië en Bulgarije waren klein; Macedonië was dus door de Grieken volledig geïsoleerd. De op Crvenkovski's aanwijzingen door het journalistieke bezoek geformuleerde brief bleef overigens zonder resultaat: de naam Macedonië is dankzij de Grieken tot de dag van vandaag taboe in het diplomatieke verkeer.

Premier bleef Crvenkovski tot 1998. De ervaring kwam vanzelf: bij en na zijn afzwaaien, en vooral sinds de periode voor en tijdens de opstand van de Macedonische Albanezen in 2001, stond Crvenkovski bekend als een gematigd, voorzichtig politicus, die nadenkt voor hij spreekt. In die zin is hij de tegenpool van zijn grote rivaal in de Macedonische politiek, de nationalistische dichter Ljupco Georgievski, die hem in 1998 als premier opvolgde. Onder Georgievski's bewind verslechterden de relaties met de Albanese minderheid snel. Dat Crvenkovski gisteren is gekozen heeft hij in hoge mate te danken aan de Albanese minderheid (een kwart van de bevoling), die in de eerste ronde op haar twee eigen kandidaten stemde, maar in de tweede op de premier: Crvenkovski kreeg in de eerste ronde 42 procent van de stemmen en gisteren ruim 62 procent; zijn rivaal Saško Kedev (van Georgievski's partij) kreeg gisteren met 37 procent van de stemmen maar drie procentpunt meer dan in de eerste ronde.

De tweede termijn van Crvenkovski als premier begon in 2002, toen zijn sociaal-democraten de nationalisten versloegen. De afgelopen twee jaar is hij een deel van zijn populariteit kwijtgeraakt – enerzijds wegens zijn ijveren voor de implementatie van het (onder Macedoniërs impopulaire) vredesakkoord met de Albanezen (2001), anderzijds omdat het de economie niet goed gaat: het werkloosheidspercentage van 35 is hoger dan ooit en de economie stagneert.

Hoe wijs Crvenkovski's overstap naar het presidentschap is, is de vraag. De sociaal-democratische partij moet nu een nieuwe leider vinden, die vervolgens premier moet worden. Dat proces gaat een paar maanden duren. In die periode ligt het werk van de regering goeddeels stil en wordt er niet hervormd – een impasse die het land zeker geen goed zal doen.