Gaddafi en de EU

De Libische leider Moammar Gaddafi is een lange weg gegaan. Voor het winnen van zijn achtenswaardigheid heeft hij een paar jaar uitgetrokken. Deze week kon hij genieten van een belangrijke triomf: een officiële ontvangst door de Europese Unie. Gaddafi liet zich filmen en fotograferen in gezelschap van een zo te zien verheugde voorzitter van de Europese Commissie, Romano Prodi. De boeman uit het verleden, die betrekkingen met terroristen had en verantwoordelijk was voor geruchtmakende aanslagen, deed zich voor als een vredesduif. Uiteraard stal hij de show met zijn persoonlijke voorkomen van bedoeïnenhoofdman, zijn vrouwelijke lijfwachten, zijn tent en alle andere parafernalia die het voor de camera goed doen. Gaddafi, die de laatste jaren wat in de vergetelheid was geraakt, is terug op het wereldtoneel.

Zo werkt het in de internationale politiek. Een beetje cynisch worden oude zonden vergeven. Ze maken plaats voor nieuwe realiteiten. In het geval van Libië houden die in dat het land de ontwikkeling van massavernietigingswapens staakt. Gesprekken over ontmanteling ervan onder supervisie van het atoomagentschap van de Verenigde Naties begonnen eind vorig jaar, toen Gaddafi de Britse premier Tony Blair van zijn voornemen op de hoogte stelde. Eerder al had zijn regering de verantwoordelijkheid op zich genomen voor de aanslagen op de verkeersvliegtuigen die eind jaren tachtig boven Lockerbie in Schotland en het Afrikaanse Niger ontploften. Honderden mensen kwamen daarbij om. De wereld reageerde geschokt. Gaddafi was de grote booswicht van die jaren.

En nu stond hij hand in hand met Prodi, als de vos die de passie preekt. De vraag luidt: wat hebben Gaddafi en de Europese Unie – en de afzonderlijke lidstaten daarvan; later ontmoette hij de Belgische premier Guy Verhofstadt – elkaar te bieden? Libië, op papier een rijke oliestaat, heeft dringend behoefte aan buitenlandse investeringen. Het land zit na jarenlange sancties economisch aan de grond, maar heeft dankzij zijn minerale rijkdom een groot potentieel. Modernisering van de olie-industrie is een kwestie van tijd en veel geld. Maar bovenal geldt dat in Libië stabiliteit moet heersen. Al is er nog zoveel te halen, het internationale bedrijfsleven is per definitie huiverig voor onberekenbaarheid van leiders en politieke en militaire onrust. Dat is er de belangrijkste reden van dat ondernemingen als Shell en Exxon bepaald nog niet staan te trappelen om te investeren in Irak.

Gaddafi heeft zijn goede wil getoond; hij heeft iets te vragen en te bieden. Het signaal van gematigdheid en boetedoening (zij het relatieve) dat hij als leider van een islamitisch land geeft, zal de regio niet ontgaan. Het zou van weinig realiteitszin getuigen niet op zijn avances in te gaan, hoe vals die misschien ook overkomen. Met hem mooi weer spelen, wat Prodi deed, is het andere uiterste. De EU kan en mag het verleden van deze man niet uit het oog verliezen. Hij is bovendien een dictator die met de mensenrechten in zijn land een loopje neemt. Aanhoudende druk om misstanden in Libië te bestrijden is een voorwaarde voor verder praten.