Ex-gedetineerden

In hun artikel `Investeer in exgedetineerden' (Opiniepagina, 14 april) halen de heren Scholten en Verhoeven en passant enkele keren uit naar het gevangeniswezen. Hoewel zij over de reclassering een aantal behartigenswaardige dingen zeggen, scheren zij ten onrechte de bezuinigingen in reclassering en gevangeniswezen over één kam.

De in het artikel genoemde 30.000 jaarlijkse bajesklanten zijn geen eenvormige massa. Zij vormen een bijzonder divers gezelschap, met grote onderlinge verschillen in de mate waarin ze ontvankelijk zijn voor activiteiten gericht op reïntegratie. Dat heeft enerzijds te maken met persoonskenmerken van de gedetineerden, anderzijds met het feit dat veel straffen te kort zijn om iets van blijvende waarde tot stand te kunnen brengen. Het succes van de aangehaalde reclasseringsprojecten heeft ongetwijfeld voor een deel te maken met het gegeven dat voor dergelijke proefprojecten de meest kansrijke individuen geselecteerd kunnen worden.

Daarnaast gaan de schrijvers voorbij aan het feit dat detentie inmiddels zo duur is geworden dat we ons al niet meer kunnen veroorloven alle opgelegde straffen ten uitvoer te brengen. Een belangrijke reden dat de penitentiaire inrichtingen zo kostenverslindend zijn geworden, is gelegen in het feit dat de kosten van detentie nauwelijks verschillen tussen wel en niet `begeleidbaren'. Er kan daarom ook geen verband gelegd worden tussen bezuinigingen op gevangenisregimes en het afzien van reclasseringsinspanningen. Maatregelen als het plaatsen van twee gedetineerden op één cel hebben als hoofddoel het oplossen van het chronische capaciteitstekort.

Het afbrokkelend maatschappelijk draagvlak heeft veel meer te maken met de directe gevolgen van het capaciteitstekort dan met onvrede over vermeende luxe in programma's en begeleiding. Voor wie zich over die `luxe' eens een objectief oordeel wil vormen, houden de gevangenissen op 8 mei een open dag.