Bewaard

Zes losse kasten staan er in de hal van het Verzetsmuseum Amsterdam, gelegen tegenover Artis. Het zijn geen gewone kasten, ook al zien ze er op het eerste gezicht wel zo uit. Als je ze opent, waait een hopeloos verleden je tegemoet.

Je ziet een kinderservies, een fotoalbum, een koffertje, paspoorten, flesjes, glaasjes. Allemaal voorwerpen die joodse Nederlanders aan vrienden of buren hebben gegeven voordat ze gedeporteerd werden.

Samen vormen ze een kleine tentoonstelling, getiteld In bewaring gegeven, die een poosje geleden in Westerbork begon. Wat deze tentoonstelling zo hartbrekend maakt, is het contrast tussen al die nederige voorwerpen en het onderkoelde, dramatische commentaar in de begeleidende teksten.

Het zijn korte monologen, opgetekend uit de mond van de (naamloze) mensen die deze voorwerpen in de oorlog ter bewaring hebben gekregen. Een voorbeeld.

Op een kastplank staan enkele spulletjes van Elisabeth Hekster: een portretfoto en enkele kleinere foto's van haar, het boek Groen en Bloemen met een leeslint waarop de naam Lies staat.

De tekst op het bijbehorende kaartje luidt: ,,Elisabeth was ondergedoken in Noordwijkerhout. We waren min of meer verloofd. Tijdens haar onderduik heb ik haar twee keer kunnen bezoeken. De tweede keer met Pinksteren in juni 1943. Op die maandag vond 's morgens een overval plaats. Zij lieten mij gaan, omdat mijn papieren in orde waren. Elisabeth werd opgepakt. Ze stapte als laatste de overvalwagen in. En huilend zei ze: ,,Ik zal flink zijn.'' Ik kon niet anders doen dan haar uitzwaaien. Al haar boeken had ze aan mij gegeven. Tijdens het bombardement in Bezuidenhout in Den Haag is bijna alles verloren gegaan.''

Onderaan elk kaartje staan de geboorte- en sterfdatum en de laatste verblijfplaats van elk slachtoffer vermeld, in het geval van Elisabeth: 22-01-1924 en 02-07-1943, Sobibor.

Elk leven teruggebracht tot zijn barre essentie.

Zeer bijzonder is het verhaal van Ruth Michaelis. Zij leeft nog, ze was gisteren zelfs aanwezig bij de opening van de tentoonstelling. Ruth werd in 1943 als joodse baby uit de crèche bij de Hollandsche Schouwburg gered en in veiligheid gebracht. Na de oorlog leefde ze onder de naam Marijke Brown bij een oom in New York verder.

De NCRV-tv zond vorig jaar een korte documentaire over Ruth Michaelis uit. Een zekere Anneke Oostindië, die thuis zat te kijken, kreeg een schok van herkenning. Ze besefte dat deze Ruth het jongere zusje moest zijn van Kurth Michaelis, haar vermoorde vriendje uit de oorlog. Kurth had haar voor zijn deportatie een aantal toverlantaarnplaatjes in bewaring gegeven. Die plaatjes bezat ze nog altijd. Ze belde de NCRV en legde contact met Ruth.

Zo kon Ruth, overgekomen uit de Verenigde Staten, op deze tentoonstelling naar de plaatjes kijken die haar broertje zestig jaar geleden had afgegeven. Ruth, een kleine, rustige vrouw, zal Anneke er altijd dankbaar voor blijven. ,,Ze gaf me niet alleen die plaatjes en vijf foto's'', vertelde ze, ,,maar ook een aantal kostbare herinneringen. Dat was minstens zo belangrijk voor me.''