Welles nietes rond oliegelden

Is het goed voor de armoedebestrijding als de Wereldbank blijft investeren in olie- en gaswinning en mijnbouw? Een debat over deze vraag mondde gisteren uit in een welles-nietesdiscussie tussen Wereldbank en Milieudefensie. Ongeveer 2 procent van het Wereldbank-budget gaat jaarlijks naar olie- en gaswinningsprojecten in bijvoorbeeld Azerbajdzjan en Tsjaad. In januari verscheen in opdracht van de bank een rapport van een onafhankelijke commissie, waarin onder meer wordt geadviseerd om in 2008 hiermee te stoppen. De projecten zouden de armoede juist vergroten, de mensenrechten onder druk zetten en slecht zijn voor het milieu.

Milieu- en ontwikkelingsorganisaties juichen het rapport toe. Ook minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) riep afgelopen zondag de Wereldbank op minder geld in olie te steken. Maar Wereldbank-bewindvoerder Ad Melkert, die gisteren telefonisch meedebatteerde, denkt dat de bank wel een positieve rol kan spelen in de olie- en gasindustrie. Volgens hem wordt de olie toch wel uit de grond gepompt, en door haar betrokkenheid kan de Wereldbank zorgen dat de opbrengsten deels ten goede komen aan de lokale bevolking.

Volgens Paul de Clerck van Milieudefensie is het probleem dat dat niet gebeurt. Hij haalde het voorbeeld aan van Tsjaad, waar de Wereldbank een `oliefonds' heeft ingesteld dat moet waarborgen dat de regering de olieopbrengsten gebruikt voor duurzame projecten voor de bevolking. De Clerck: ,,Het laatste nieuws is dat de broer van de Tsjaadse president directeur van het oliefonds wil worden.''

De Wereldbank besluit eind mei over het advies.