Voor balletmeisjes net zo goed als voor voetballertjes

In Oranje is de Kees de jongen van deze tijd. Dat geeft niet alleen aan hoe volstrekt onorigineel deze familiefilm over voetbaldromen is, maar ook hoe geestig, lyrisch, bitterzoet ontroerend en herkenbaar voor balletmeisjes, tennisknakkers, breakdansertjes, jonge violisten, hockeytrutjes en boekenwurmen, kortom voor álle voetballers onder ons. Dat gaat heel goed samen. Voetbal kan niet zonder dromen, niet zonder F-spelertjes die tegen de wind in ploegen terwijl ze eigenlijk een WK spelen, niet zonder D-keepers die niets te doen hebben en dan ondertussen maar voor sportverslaggever oefenen, niet zonder die duizend keer met je kleine broertje geoefende schijnbeweging die bij een echte tegenstander heel anders uitpakt.

Remco droomt ook. Hij is zo'n jongen die altijd zijn kicksen mee naar een wedstrijd neemt, voor het geval ze opeens een speler te kort komen. Hij droomt van `In Oranje'. En hij droomt het zo dat wij alles wat hij droomt geloven. Dat is het knappe van deze film. Dat alles wat erin gebeurt, in alle werkelijkheden die een kinderleven kent, even eerlijk en serieus genomen wordt. Daarom is hij de Kees de jongen van onze tijd.

Het verhaalgegeven van een jongetje dat droomt dat hij de grootste voetballer ter wereld is, en het dan ook is, is ook voor regisseur Joram Lürsen geen onbekend terrein. Misschien heeft hij ooit wel eens gedroomd dat hij de beste filmmaker ter wereld was. Bijvoorbeeld toen hij in 1990 aan de Filmacademie afstudeerde met een film over het buurjongetje van Marco van Basten dat eigenlijk veel beter dan etc. De finales lag ten grondslag aan het scenario dat hij daarna ging schrijven, terwijl hij televisieseries ging regisseren en samen met Ben Sombogaart in 1996 de film Mijn Franse tante Gazeuse maakte. In Oranje is bijna vijftien jaar later zijn echte speelfilmdebuut.

Behalve de volkomen overgave die je voor zijn twaalfjarige hoofdpersoon voelt - wat nog versterkt wordt door het volstrekt overtuigende naturel van sterspeler Yannick van de Velde, wat is die jongen goed! - heeft de film nog een aantal troeven. Want trucs zijn het. Beproefde foefjes en ze werken. Deze film moet wel een hit worden! Alle volwassenen zijn bijvoorbeeld van bordkarton. Tuttige moeder Wendy van Dijk omdat ze alleen maar eendimensionaal kan acteren, de andere ook omdat hun rol voorschrijft dat ze een goedbedoelende drammerige held (vader Thomas Acda), een lompe stiefvader in spe (Peter Blok), een maffe kinderarts (Porgy Franssen) en een geheimzinnige Surinaamse oma (Chris Comvalius) moeten spelen. Het is een, ook in de veelgeprezen Scandinavische kinderfilms, veel gebruikte manier om álle aandacht op de jeugdige hoofdpersoon te richten.

Die heeft genoeg aan zijn kop. De selectiewedstrijden, een eerste kus en een enkelblessure waardoor hij misschien wel nooit meer het veld op kan. En hij heeft genoeg in zijn kop. Bijvoorbeeld de stem van zijn vader die steeds maar dramt dat hij net zo goed moet worden als Garrincha, het vogeltje, een legendarische Braziliaanse voetballer, die ondanks een linkerbeen dat 6 cm langer was dan het rechter nooit een wedstrijd verloor.

De keuze voor die voetbalheld als schutspatroon van de film is exemplarisch voor de geoliede manier waarop in In Oranje alles narratief en dramaturgisch in elkaar grijpt en glijdt. En de tranen uit je ogen rollen.

In Oranje. Regie: Joram Lürsen. Met: Yannick van de Velde, Thomas Acda, Wendy van Dijk, Dionicho Muskiet, Chris Comvalius, Peter Blok, Porgy Franssen. In: 110 bioscopen.