Scholen klem door regels en fusies

Scholen besteden steeds meer geld aan bureaucratie, zegt de Onderwijsraad. We kunnen niet anders, vinden scholen. Van deregulering komt weinig terecht.

Rector Fred de Zoete van het Da Vinci College in Leiden pakt de laatste jaarrekening van zijn school er even bij. Twee van de zestien miljoen euro die de school heeft uitgegeven, ging op aan onderhoud van de gebouwen, de sportvelden en tuinen. Aan nascholing van leraren besteedde de school 141.000 euro, de post bedrijfsgezondheidszorg was goed voor 40.000 euro.

Dat is nog niet alles. De school moet per vijftig leerlingen een bedrijfshulpverlener opleiden. Na de legionellauitbraak in Bovenkarspel moest de rector op formulieren gaan bijhouden hoe vaak hij de kranen doorspoelde. De Onderwijsinspectie controleert of iedere leerling wel het voorgeschreven aantal minuten per week les krijgt. De Zoete: ,,Dit is de spagaat waarin de scholen zitten. We krijgen steeds meer financiële vrijheid van de overheid om zelf beleid te maken, maar blijven aan alle kanten klem zitten door nieuwe regels en extra verantwoording.''

Hoewel de rijksoverheid sinds 1980 miljarden euro's extra in het onderwijs heeft gestoken, komt maar een marginaal deel daarvan terecht bij de lessen aan leerlingen of studenten. Volgens de Onderwijsraad, het hoogste adviesorgaan van minister Van der Hoeven (CDA, Onderwijs), nam het bedrag dat scholen aan dit zogeheten `primaire proces' besteden, vanaf 1980 toe met 5 procent, tot gemiddeld 4.000 euro per leerling.

De kosten aan secundaire zaken, zoals managers, rapporten, gebouwen, telefonisten of overlegorganen, steeg in dezelfde tijd met liefst 82 procent. In het middelbaar beroepsonderwijs gaat inmiddels al 39 procent van het geld hieraan op.

Dit komt, schrijft de raad in een deze week verschenen rapport, door een verregaande bureaucratisering van het onderwijs. Scholen, is de teneur van het advies, waren vroeger klein en overzichtelijk. Leraren gaven les, de directeur zorgde dat ze dat zo goed mogelijk konden doen. Nu zijn de scholen gefuseerd tot grote instellingen, met een College van Bestuur, een financiële afdeling, vertrouwenspersonen en persvoorlichters.

Natuurlijk heeft de schaalvergroting in het onderwijs de afgelopen jaren geleid tot meer bureaucratie, zegt bestuursvoorzitter Jos Elbers van hogeschool Inholland 40.000 studenten, 20 locaties. Maar, vindt hij, voor een groot deel is de overheid hier zelf ook schuldig aan. ,,Onder het motto van meer autonomie hebben wij zogenaamd minder regels gekregen, maar in de praktijk moeten wij ons aan evenveel regels houden.'' In het onderwijs, vindt Elbers, is een woud aan ,,zijdelingse wetgeving'' ontstaan. Arbo-regels bijvoorbeeld, of veiligheidsvoorschriften. ,,Er heerst veel angst bij het ministerie dat scholen met vrijheid op de loop gaan, dus moeten wij ons overal over verantwoorden.''

Het ministerie van Onderwijs zegt al een paar jaar dat het aantal regels in het onderwijs vermindert. Toch merken de scholen daar maar weinig van, zeggen zij unaniem. De Onderwijsinspectie krijgt steeds meer bevoegdheden om scholen te controleren. Berucht is het zogeheten Gele Katern, het blad met nieuwe regels dat het ministerie iedere maand naar de scholen stuurt.

Bovendien, de tijd dat scholen alleen zorgden dat er een meester voor de klas stond, is definitief voorbij, zegt directeur Leo Lenssen van ROC ASA, de organisatie van christelijke mbo-opleidingen in Amsterdam, Utrecht en Amersfoort. ,,Achterlijk om te stellen dat al het geld dat wij daar niet aan besteden, meteen bureaucratie is. Ik vind juist dat er zo min mogelijk leraren voor de klas moeten staan, dan ontwikkelen scholen tenminste vernieuwend onderwijs.''

Lenssen neemt zijn eigen instelling als voorbeeld. Hij wil dat zijn studenten computers gebruiken tijdens hun studie. Daarom heeft hij er 2.500 aangeschaft. Bovendien heeft de school systeembeheerders aangesteld, netwerken aangelegd, een helpdesk ingericht. Kosten: drie tot vier miljoen euro per jaar. ,,Volgens de Onderwijsraad allemaal overhead, terwijl de studenten hier direct beter van worden.''

Zijn collega Piet Boekhoud van het Albeda College in Rotterdam is het daarmee eens. Van de ruim 2.000 fulltime arbeidsplaatsen zijn er 680 bestemd voor management of beheer van de school. De rest geeft onderwijs. ,,Maar studenten hebben ook baat bij een maatschappelijk werker en een psycholoog, die wij nu op school hebben. Vroeger had Rotterdam bovendien 24 scholen, die allemaal eigen beleid hadden. Het hoeft niet negatief te zijn dat we meer zijn gaan samenwerken.''

Toch heeft minister Van der Hoeven haar bedenkingen bij de, zoals zij dat noemt, ,,verschuiving van primaire naar secundaire bestedingsposten''. Onderwijsgeld is bedoeld om les mee te geven. Dat dat minder gebeurt, is ,,een zorgelijke ontwikkeling, schreef ze gisteren aan de Tweede Kamer. Daarom stelt zij voor een `bureaucratietoets' in te voeren. Een speciaal projectteam gaat de administratieve lasten die regels van het ministerie scholen bezorgen, in kaart brengen. Bovendien wil zij dat scholen zich meer gaan verantwoorden over bureaucratie.