Sabine en Laetitia trotseren de kooi

Rechters, jury en twee overlevenden bezochten gisteren het huis van Marc Dutroux in Marcinelle waarin hij zijn slachtoffers in een kooi gevangen hield.

Hier zou ik mijn hond nog niet opsluiten: het zijn woorden uit 1996 van Guy Dardenne, de vader van Sabine, toen hij na de bevrijding van zijn dochter de kooi van Marc Dutroux ging bekijken.

Het is ook de eerste gedachte die spontaan opkomt in de kruipkelder van Marc Dutroux. Hoe is het mogelijk dat een mens in dit hol kinderen heeft opgesloten? Geen duizend foto's en videobeelden kunnen tonen hoe klein, benauwd, beklemmend en naargeestig die kelder is. Hoe onleefbaar het er voor de slachtoffers van Dutroux geweest moet zijn. Ruimte om te leven hadden ze nauwelijks.

Van de ene kant van de kooi tot de andere konden de meisjes – Sabine Dardenne en Laetitia Delhez – twee stappen in de lengte zetten, één in de breedte. Een volwassen mens moet bijna op zijn knieën gaan zitten om niet tegen het plafond te stoten. Links en rechts zijn in de kelder nog sporen van de aanwezigheid van de meisjes.

Op de muur van de kooi krabbelde Julie Lejeune haar voornaam. De eerste drie letters ervan zijn nog duidelijk zichtbaar. Het pronkstuk van Dutroux, zijn als wandrek verborgen deur, lag voor de ingang van de kelder. Ook dat rek was kleiner dan uit de beelden blijkt. Het lijkt onmogelijk om in die kelder te overleven. En toch heeft Sabine er 81 dagen gezeten, Laetitia zes. Julie en Melissa stierven er – als we Dutroux en Michelle Martin geloven – de hongerdood.

Het bezoek aan de kooi van Marcinelle verliep zeer emotioneel. Vooral voor de twee overlevende meisjes Sabine (nu 20) en Laetitia (nu 22) was de terugkeer naar de plaats waar ze opgesloten en misbruikt werden, hard. Sabine leek in Marcinelle in niets op de sterke jonge vrouw die we kennen uit interviews en van haar optreden vorige week op het proces. Even was ze weer het bleke, bange meisje dat we kennen van de beelden van haar bevrijding van 15 augustus 1996.

Sabine weende en beefde als een riet toen ze aan de hand van haar advocaat Jean-Philippe Rivière het huis van Dutroux binnenging. Toen ze buitenkwam, huilde ze luid. Ze zocht steun bij Laetitia, net zoals in augustus 1996. Even daarvoor was Laetitia Delhez samen met Jean-Denis Lejeune, de vader van Julie, de kooi binnengegaan.

Toen ze buitenkwam, riep Laetitia alleen maar luid ,,Godverdomme''.

Seconden later gingen de twee meisjes oog in oog staan met de man die na hen het huis in moest.,,Krapuul'', beet Sabine Dutroux toe toen politieagenten hem uit de gepantserde Mercedes haalden.

Marc Dutroux bleef onverstoorbaar en wandelde op zijn beurt zijn huis binnen in het gezelschap van zijn advocaten. ,,Hij heeft ons een technische uitleg gedaan in de kooi'', vertelde zijn advocaat Ronny Baudewyn achteraf. ,Hoe zijn ventilatiesysteem werkte en hoe hij voor elektriciteit heeft gezorgd. ''

Dutroux had er zich vooraf over beklaagd dat men de kooi niet in zijn oorspronkelijke toestand had teruggebracht. Zoals bekend is Dutroux zeer trots over het comfort in zijn kelder. Ook voor de families Lambrecks en Marchal was de terugkeer naar Marcinelle hard. Hun kinderen lagen in augustus 1995 dagenlang vastgeketend op twee bedden boven elkaar in de kinderkamer van Marc Dutroux.

Mia, de zus van Jean Lambrecks, was er kapot van. ,,Hoe koud moet Eefje het hier niet gehad hebben. Ze had alleen haar zomerkleren toen ze ontvoerd werd. Ik heb ook het raam gezien waardoor ze ontsnapte. Verschrikkelijk, hoe dicht ze toen bij de vrijheid was. Maar het heeft niet mogen zijn.''

Paul Marchal zag waar Dutroux in de kelder een tweede kooi wilde bouwen om daar zijn dochter An en Eefje Lambrecks op te sluiten. Een plan dat uiteindelijk niet doorging. Bedoeling van het bezoek was de juryleden te laten zien hoe het leven in de kooi van Dutroux geweest moet zijn. Aan de gezichten van de juryleden te zien, hebben ze dat gisteren heel goed begrepen.

© De Standaard