Ruimte in Nederland...

De bewoner van de grootste stad van Nederland, Amsterdam, kan via een ingenieus groen fietspad tussen autowegen en kantoorterreinen door binnen een kwartiertje een rivier- en slotenlandschap met weilanden, watervogels en koeien bereiken. Dat is een unieke prestatie van de Nederlandse ruimtelijke ordening. De meeste wereldsteden worden niet omgeven door een dergelijke groene leegte, maar kondigen zich al van verre aan door bedrijventerreinen, asfaltvlakten, tankstations en onafzienbare buitenwijken met hun toegangswegen.

Toch is in Nederland al jarenlang sprake van `verrommeling' van het landschap, ook rondom de steden. De druk van economische activiteiten en de wooneisen die de bevolking stelt, zijn moeilijk te weerstaan. De strakke rode lijnen van de vorige nota ruimtelijke ordening van toenmalig minister Pronk worden al lang niet meer geëerbiedigd. Overal duiken nieuwe bedrijventerreinen en woningen op. In die zin is de lossere koers van de nieuwe nota ruimtelijke ordening van het kabinet een ratificatie van de bestaande praktijk. Terecht stelt de nota dat vooral binnen stedelijke gebieden meer moet worden gebouwd.

Het accent ligt meer dan voorheen op economische ontplooiing. De aanvliegroutes voor Schiphol worden strenger bewaakt dan de landingsgebieden voor trekvogels. Schiphol, de haven van Rotterdam, de glastuinbouw en de hoogtechnologische industrie rondom Eindhoven blijven belangrijke economische trekpaarden. Het is merkwaardig dat het kabinet nog steeds nadenkt over een geldverslindende zweeftrein naar Groningen in plaats van te investeren in betere verbindingen binnen de Randstad zelf. Dan dreigt de Randstad een Los Angeles te worden, maar zonder omspannend wegennet dat de te geringe capaciteit van het openbaar vervoer compenseert. Met congestie als gevolg.

Het is de vraag of een sterker economisch accent op de ruimtelijke ordening te verenigen is met een ,,betere kwaliteit'' van het landschap. In de praktijk kan dat meestal niet. Vandaar dat de rijksoverheid zijn sturende rol niet kan opgeven en de beoordeling van bebouwing van de open ruimte niet alleen aan vooral op eigen belang gerichte gemeenten kan overlaten. ,,Lokale bedrijvigheid'' voor groene dorpen kan op vele manieren worden geïnterpreteerd. De prijzen van vrijkomende grond mogen ook niet te veel worden opgedreven door projectontwikkelaars. Daar moeten Rijk en provincies meer greep op houden dan in deze nota wordt bepleit.

Het is onvermijdelijk dat delen van het Groene Hart bij de Randstad onder de bevolkingsdruk bezwijken. Het zal het Rijk nog veel moeite kosten om delen van het Groene Hart te sparen. Dit complex van weilanden is jammergenoeg grotendeels ontoegankelijk voor het publiek en dat moeten natuurorganisaties zich aanrekenen. Toch is het Groene Hart niet alleen bedoeld als uitzicht voor treinreizigers en automobilisten maar bergt het ook veel water. De veenbodem klinkt in en sommige nieuwe wijken kampen met wateroverlast. De nota wijst op de grenzen die de waterhuishouding stelt aan de bebouwing, ook bij de grote rivieren. Hoeveel asfalt en steen kan dit land aan? Dat is geen kwestie voor de gemeenten of provincies maar voor het Rijk. Nederland wordt nog voller en dat beperkt de vrijheid van de inwoners.