Planbureau ziet weinig waarborgen voor groen

Door veel te bouwen in stedelijke netwerken, zoals het kabinet wil, behoudt het Hollandse landschap z'n waarde. Maar kun je dat aan gemeenten overlaten?

Het kabinet stuurt erop aan grootschalige verstedelijking te bundelen in de grote steden. ,,Dat is positief'', zeggen onderzoekers van het Milieu- en Natuurplanbureau bij het RIVM in Bilthoven.

Zij hebben de effecten op natuur en milieu berekend van het voorgestelde ruimtelijke beleid voor de komende kwarteeuw uit de gisteren gepubliceerde Nota Ruimte. Het is ,,verstandig'' van dit kabinet om nieuwbouw te willen concentreren in en om de zes aangewezen ,,nationale stedelijke netwerken'', stellen projectleider Rienk Kuiper en teamleider Marianne Kuijpers. Immers, veel mensen willen in de stad wonen of in een groen gebied in de onmiddellijke omgeving van zo'n stad. Aan die behoefte kan worden voldaan. Bovendien ontziet deze strategie het landschap buiten de steden, en zitten de bewoners van deze nieuwe woningen dichtbij hun werk en andere voorzieningen, zodat er weinig hoeft te worden gereisd en ook niet zo veel wegen hoeven te worden aangelegd. Allemaal goed om het Hollandse landschap aantrekkelijk te houden.

Maar toch, zeggen de onderzoekers, valt er ook wel het een en ander op het nieuwe beleid af te dingen. Wie in de Randstad wil bouwen en geen schade wil veroorzaken aan milieu, natuur, landschap en water, moet het Groene Hart sparen en op de ,,buitenflanken'' daarvan bouwen, zoals in Almere en in de bollenstreek. Het kabinet doet dat maar ten dele. Almere zal slechts beperkt groeien en moet concurreren met andere nieuwbouwlocaties in de Randstad, onder meer omdat verdere groei van Almere zonder nieuwe, dure verbindingen over weg en spoor tot grote verkeerscongestie zou leiden. En de Nota Ruimte laat ook het Groene Hart niet ongemoeid, zoals in de polder Rijnenburg bij Utrecht en de zone tussen Leiden en Alphen aan den Rijn. Ook kunnen er nieuwe steden ontstaan, zeggen de onderzoekers, zoals in de Gelderse Vallei.

Bovendien stelt het kabinet ook voor om gemeenten en provincies meer vrijheid te geven om ook in het platteland te bouwen, ja zelfs in de twintig nationale landschappen die door het kabinet zijn aangewezen om hun ecologische en cultuurhistorische waarde. Deze vrijheden kunnen leiden tot ,,diffuse bebouwing'' en ook dat, zeggen de onderzoekers, is wel degelijk schadelijk voor milieu, natuur en landschap. ,,De nota biedt geen garanties om ervoor te zorgen dat provincies en gemeenten milieu, natuur, landschap en water goed in hun ruimtelijk beleid laten doorwerken'', zo stelt het planbureau. Verouderde bestemmingsplannen van gemeenten bieden vaak geen goede bescherming aan de natuur. Onderzoeker Rienk Kuiper: ,,Op de Heuvelrug zijn in de bossen veel oude ziekenhuizen gevestigd die verdwijnen. Wat daarvoor in de plaats komt, kunnen enkele villa's zijn, maar ook een nieuwe woonwijk of een softwarebedrijf.''

Er zijn weinig ,,waarborgen'' dat provincies en gemeenten bij hun stadsuitbreiding ook rekening houden met de aanleg van voldoende groen. Het kabinet hoopt dat wel, stellen de onderzoekers van het planbureau, maar geeft de gemeenten daarvoor geen instrumenten in handen. Marianne Kuijpers: ,,Er is nog geen grondbeleid geformuleerd dat kostenverevening mogelijk maakt. Dat wil zeggen dat groen kan worden betaald uit de opbrengst van rood, de nieuwbouw.''

Zolang dat niet is geregeld, zeggen de onderzoekers, is een park of een bos in de buurt eerder toeval dan beleid. Marianne Kuijpers: ,,In Zoetermeer wordt voor een nieuwe wijk reclame gemaakt met de slogan dat het dicht bij het toekomstige Bentwoud ligt. Dat bos is er nog steeds niet, en er zijn ook geen pogingen om het aangelegd te krijgen uit de opbrengst van de woningen.'' Om in de toekomst zicht te houden op de ruimtelijke ontwikkelingen zullen het Ruimtelijk Planbureau in Den Haag en het Milieu- en Natuurplanbureau van RIVM en Alterra om de twee jaar hierover rapporteren.

Het Milieu- en Natuurplanbureau prijst in zijn evaluatie het voornemen van het kabinet om minder woningbouw toe te staan in de omgeving van de luchthaven Schiphol. Rienk Kuiper: ,,Dat leidt ertoe dat het geluidsbeleid voor luchtverkeer meer aansluit bij wat voor lawaai van autosnelwegen en spoorlijnen gebruikelijk is.'' Niettemin, stellend de onderzoekers, zijn de geluidsnormen voor vliegverkeer nog steeds weinig stringent. ,,Het rijk accepteert hier een permanent hoge geluidsbelasting, die fors uitstijgt boven wat bij weg- en spoorverkeer en industrie is toegestaan.''

Volgens de onderzoekers heeft 30 procent van de bewoners langs de nieuwe bebouwingsgrens last van vliegtuiglawaai, en daarbinnen is dat nog veel meer. Dat geldt ook voor bewoners van bestaande steden, zoals de westelijke tuinsteden van Amsterdam, waar de komende jaren veel nieuwe woningen in bestaande wijken komen.