Meer dan 100 doden bij geweld Thailand

In het overwegend islamitische zuiden van Thailand zijn vandaag bij aanslagen en tegenaanvallen van leger en politie zeker 112 mensen gedood, merendeels vermeende moslimextremisten.

Het is het grootste aantal slachtoffers op een dag sinds het einde van een mislukte onafhankelijkheidsstrijd in de regio in de jaren zeventig en tachtig.

Volgens de gouverneur van Yala, een van de drie Thaise provincies waar een meerderheid van de bevolking islamitisch is, kwamen leger en politie in actie nadat mannen op brommers op vijftien verschillende plaatsen in de regio op vrijwel hetzelfde moment aanvallen uitvoerden op leger- en politieposten. De mannen waren met kapmessen gewapend en in het zwart gekleed.

De Thaise premier Thaksin Shinawatra heeft de gecoördineerde aanvallen van vandaag meteen in verband gebracht met een aanslag, op 4 januari, op een militaire basis in de provincie Narathiwat. Daarbij werden vier soldaten gedood en werd een wapendepot leeggeroofd. De aanslag was het begin van een nieuwe opleving van geweld in het zuiden van Thailand, die inmiddels aan zeker 150 mensen het leven heeft gekost. ,,De manier waarop ze waren gekleed en waarop ze hun operatie hebben uitgevoerd toont aan dat zij [de daders van de aanslagen van vandaag, red.] in verband staan met de groep die eerder dit jaar een aanval heeft uitgevoerd'', zei Thaksin.

Zeker 107 van de doden zouden aanslagplegers zijn, maar het valt onmogelijk na te gaan of dat klopt. Het is bekend dat de autocratische Thaksin geweld niet uit de weg gaat, getuige zijn harde optreden in de oorlog tegen drugs. Daarbij werden 2.500 mensen gedood, volgens de regering hoofdzakelijk door een onderlinge drugsoorlog. Mensenrechtenorganisaties betwijfelen die uitleg.

Ook over de achtergrond van de mogelijke daders is weinig bekend. In de jaren zeventig en tachtig had in de regio een onafhankelijkheidsstrijd plaats waar weinig ruchtbaarheid aan werd gegeven. De regering vermoedt dat die strijd weer is opgelaaid onder invloed van moslimextremisten uit Maleisië en de Thaise deelname aan de bezetting van Irak. Maar zij heeft ook erkend dat de kern van het probleem in de achtergestelde regio de structurele armoede is.

Om die reden heeft een linkse vice-premier in opdracht van Thaksin een vredesplan opgesteld. Daarin staan economische hulp, gratie voor vermeende separatisten, opheffing van de noodtoestand en erkenning van de islamitische cultuur centraal. Ook werd erkend dat leger en politie deels verantwoordelijk waren voor het geweld en de meer dan honderd verdwijningen. Maar aanname van dat plan wordt steeds onwaarschijnlijker door de aanslagen.