In Libië zitten alleen misdadigers vast

Brussel heeft Gaddafi met open armen ontvangen. Maar de Libische leider blijft een schender van mensenrechten en zijn land is nog steeds een dictatuur.

De Libische leider Moammar Gaddafi heeft zijn terroristische praktijken en zijn massavernietigingswapens afgezworen en daarvoor de warme erkentelijkheid van het westen geoogst dat daarvan het mikpunt was. Libische dissidenten en internationale mensenrechtenorganisaties wijzen erop dat de directe volksdemocratie Libië intussen een dictatuur blijft, en Gaddafi een schender van mensenrechten. ,,Een klimaat van angst'' heerst in het land, aldus een rapport dat Amnesty International deze week uitbracht ter gelegenheid van Gaddafi's bezoek aan Brussel.

Neem de zaak van Fathi al-Jahmi. Jahmi (63) was vroeger gouverneur van de Libische provincie Al-Khaleej, maar viel in 1973 al in ongenade omdat hij kritiek had op Gaddafi's weigering verkiezingen te organiseren. In de daaropvolgende jaren ging hij de gevangenis in en uit en werd hij bedreigd en gemolesteerd.

Zijn laatste veroordeling dateert van december 2002, toen hij vijf jaar gevangenisstraf kreeg tijdens een proces dat hijzelf volgens mensenrechtengroepen niet mocht bijwonen. Reden: twee maanden eerder had hij in het Volkscongres van Tripoli – via de volkscongressen drukken de Libiërs volgens Moammar Gaddafi's leer hun wil uit – opgeroepen tot vrije verkiezingen, een vrije pers en vrijlating van alle politieke gevangenen.

Jahmi kwam op 12 maart vrij onder druk van de Amerikaanse senator Biden die toen een bezoek aan Libië bracht. In een bedankbrief aan Biden schreef hij: ,,Zolang ik adem zal ik vechten voor de vrijheid van mijn volk'', en dat deed hij. Hij gaf een serie telefonische vraaggesprekken aan westerse en Arabische televisiezenders waarin hij geen blad voor de mond nam. Tegenover de nieuwe Amerikaanse Arabischtalige zender Al-Hurra (De Vrije) bijvoorbeeld zei hij op 17 maart: ,,Gaddafi is de absolute heerser [..] Hij is een dictator die niet beter weet. Hij heeft het Libische volk beschadigd door zijn beste mensen naar de Bu-Sleem gevangenis te sturen [..] Het land heeft die mensen nodig en de andere honderden die verkommeren in Bu-Sleem en andere gevangenissen. Hij heeft de macht van het volk gekaapt. Op dit moment daag ik hem uit van binnen Libië en ik ben bereid mijn leven te offeren.''

In de daaropvolgende dagen werd hij in zijn huis belegerd door een woedende menigte, volgens mensenrechtengroepen georganiseerd door de veiligheidsdiensten, die claimde te protesteren tegen zijn uitspraken. Zijn vaste telefoon en zijn elektriciteit werden afgesloten. Op 26 maart, de dag na het eerste bezoek van de Britse premier Blair aan Libië, gaf hij via zijn mobiele telefoon nog een interview aan Al-Hurra waarin hij zei: ,,Ik vraag de internationale gemeenschap dit regime te berechten om wat het heeft gedaan met het Libische volk, de Lockerbiezaak, de UTA en alle immorele dingen tegen de menselijkheid en het Libische volk''. Lockerbie en UTA staan voor de aanslagen door Gaddafi's geheime dienst op passagiersvliegtuigen in respectievelijk 1988 en 1989. Later op de dag verdween Jahmi en sindsdien is hij spoorloos.

Gaddafi zegt dat er in Libië geen politieke gevangenen worden vastgehouden, alleen gewone misdadigers en mensen met banden met Al-Qaeda en de Talibaan. En die, zo zei hij in een toespraak tot de natie in 2002, behandelt Libië ,,zoals Amerika dat doet. Amerika heeft gezegd dat die mensen niet het recht hebben zich te verdedigen, en dat het hun noch advocaten zal verschaffen noch hun mensenrechten respecteren''.