Het gevecht om pottenkijkers

Het Amerikaanse Hooggerechtshof buigt zich over de vraag of de president verplicht is te vertellen door wie zijn regering zich laat adviseren. Zijn de Verenigde Staten een gekozen dictatuur?

Het leek bijna weer december 2000. Toen verdedigde Theodore Olson ook George W. Bush en Richard Cheney voor het Supreme Court. Hij won; zij werden president en vice-president en zij maakten hem solicitor general. Gisteren kwam hij opnieuw voor hen op in de belangrijkste Amerikaanse rechtszaal.

Opnieuw stond hun macht centraal. Heeft de president van de Verenigde Staten de absolute vrijheid wel of niet bekend te maken door wie zijn regering zich laat adviseren? Die schijnbaar theoretische vraag speelde gisteren voor het Hooggerechtshof. In werkelijkheid is de zaak `Cheney vs. US District Court' met politiek dynamiet omwikkeld. De zaak is het voorlopig hoogtepunt in een taai gevecht tussen het Bush-Witte Huis en actiegroepen van linkse én rechtse signatuur over de Energienota van de regering-Bush. Die nota werd voorjaar 2001 opgesteld door een commissie onder voorzitterschap van Cheney. Er zijn aanwijzingen dat de commissie veelvuldig overlegde met energiebedrijven en amper oor had voor milieugroepen als de nu openheid eisende Sierra Club.

Vice-president Cheney heeft toegegeven dat hij of zijn commissiestaf minstens zes keer overleg voerden met Kenneth Lay, topman van het nu failliete energieconcern Enron, een belangrijke contribuant van de vorige Bush-campagne. De eisers in de zaak willen alle notulen van de commissie zien, of althans openheid over wie wanneer met wie vergaderde. Daarmee hopen zij te kunnen aantonen dat de totstandkoming van de energiepolitiek eenzijdig was.

De zaak-`Cheney' is extra controversieel door de rol van rechter Antonin Scalia. Deze rechter, die tot het conservatieve smaldeel binnen het negenkoppige Hof behoort, nam in januari mét Cheney deel aan een particuliere eendenjacht in Louisiana, drie weken nadat het Hof had besloten de zaak te behandelen. Ondanks oproepen zich terug te trekken uit de zaak, legde Scalia in een 21 pagina's lang besluit uit dat zijn objectiviteit niet leed onder vriendschapsbanden.

Hoe hij over de zaak dacht maakte Scalia gistermorgen glashelder. ,,U denkt dat dit Hof kan uitmaken wat wel en wat niet onder het presidentiële recht op vertrouwelijkheid valt?'', voegde hij de advocaat van een der eisers toe. ,,Dat is niet mijn visie. De president maakt uit wat hij aan het publiek overdraagt en wat niet. Dat is het executive privilege.''

Het klonk solicitor general Olson als muziek in de oren. Hij heeft de zaak ook voor de lagere rechtbank breed opgezet. In plaats van een compromis te zoeken over welke stukken openbaar konden worden, hield hij de deur steeds ferm op de knip. In de meest vergelijkbare eerdere zaak dwong het Hof het Witte Huis overigens om de geheime banden van president Nixon wel prijs te geven. Gisteren begon Olson zijn pleidooi met een brede uitspraak: ,,Dit gaat over de scheiding der machten.'' Daarmee trok hij een vette streep tussen de uitvoerende macht (de president) en de rechterlijke macht.

Verschillende rechters wezen er in het flitsende vraag- en antwoordspel dat bij dit soort sessies gebruik is op dat nog de vraag is of het Hooggerechtshof wel een rol heeft in dit stadium van de strijd. Olson vindt van wel. Als het Hof hem in zijn brede aanval op openbaarheid gelijk geeft, is het Witte Huis verlost van de pottenkijkers.

Mocht het Hof zich in dit stadium onbevoegd verklaren dan gaat de zaak terug naar de lagere rechter, die de regering maar halverwege tegemoet kwam en al de nodige stukken heeft losgepingeld voor de actiegroepen. De zaak-Cheney is niet de enige die op het ogenblik speelt over geheimhouding versus openheid in regeringszaken. Vorige week behandelde het Hooggerechtshof de vraag of de buitenlandse krijgsgevangenen, die in Guantánamo vastzitten, het recht hebben een Amerikaanse rechter om een oordeel te vragen. Vandaag zouden zij twee zaken behandelen van Amerikanen (Hamdi en Padilla) die worden verdacht van betrokkenheid bij terrorisme. Ook hun wil de regering niet de gebruikelijke juridische medewerking verlenen.

De inzet van al deze zaken raakt de kern van de Amerikaanse democratie. Volgens het Witte Huis kan de regering zich niet optimaal inzetten voor de verdediging van die democratie als al haar werkzaamheden transparant zijn. De econoom Paul Krugman, verklaard wantrouwer van de regering-Bush en haar energiepolitiek, schreef gisteren in The New York Times: ,,Cheney verdedigt een doctrine die van de Verenigde Staten een gekozen dictatuur maakt. Een systeem waarin de president, eenmaal gekozen en ingezworen, de vrijheid heeft te doen wat hij wil, zonder verplichting het Congres of het publiek te raadplegen of te informeren.''