Hendriks modelleert zichzelf

Rosemin Hendriks (1968) doet in een catalogus van haar werk de volgende korte mededeling: ,,Ik raad aan een bladzijde uit dit boek te scheuren, die met de foto waarop de kunstenaar zelf de ware grootte van haar tekeningen aantoont. Deze bladzijde dient men voortdurend in een ooghoek te houden bij het bekijken van de andere bladzijden.'' De foto toont de kunstenaar tot op borsthoogte vlak voor een van haar reusachtige portretten: haar hoofd is nauwelijks groter dan de getekende neus er pal naast.

De tekeningen van Hendriks, bijna allemaal zelfportretten, hebben afmetingen van soms meer dan 200 cm bij ca. 170 cm. Omdat ze zo groot zijn is ieder element van het gezicht (neusgat, wimper, ooglid) tot op de millimeter gedetailleerd. Zoals Hendriks zelf zegt: ,,Een wenkbrauw tekenen op dit formaat vraagt een andere betrokkenheid.'' Elk onderdeel van het gezicht heeft een verhevigde, zelfstandige aanwezigheid.

Vaak werkt Hendriks heel lang aan een tekening. Met potlood tekent zij eerst contouren en vlakken die vervolgens weer worden uitgeveegd. Op het papier ontstaat een waas van uitgevlakte lijnen en grijzige transparante vlekken (bijvoorbeeld voor de mond). Hieroverheen trekt Hendriks in houtskool de definitieve lijnen van het gezicht, haarscherp en zonder aarzelen. De lichtgrijze potloodvlekken functioneren in de uiteindelijke versie als modellering van licht en schaduw, of als accentuering van een detail, of ze creëren een effect van overbelichting. Zo doet iedere tekening verslag van een geschiedenis van aftasten en zoeken, en van de uiteindelijke beslissing om het beeld radicaal, als uit één vorm gegoten, neer te zetten. Waarbij Hendriks de ene keer moeizaam, de volgende keer iets sneller de tekening weet te voltooien.

Het beginpunt is het zelfportret, door Hendriks zelf met een digitale camera gemaakt. Ze projecteert de foto op het blad papier of tekent hem uit de hand na. Ze werkt altijd vanuit het linkeroog, van daar uit wordt de toon gezet. Met die ogen zijn vreemde dingen aan de hand. Ze reflecteren de flits van de camera, met een of meer asymmetrische lichtjes, heel nauwkeurig getekend in de pupil als rondjes of kleine wiggen. Deze ogen geven geen toegang tot een ziel. Ze sluiten de beschouwer buiten doordat ze niet meer blootgeven dan de reflectie van een moment. Maar dat kan wel een heel bijzonder moment zijn: in een tekening uit 1999 tekende Hendriks in haar linkeroog de zonsverduistering.

Ook de wimpers zijn vreemd. Ze hebben soms de vorm van een rij driehoekjes, of, wanneer de ogen zijn neergeslagen, van de gelobde vleugel van een vogel. Soms hebben de wimpers samen met het hele bovenlid van het oog tot aan de wenkbrauw de vorm van een politiepet.

Iedere tekening verlangt van de beschouwer lang en geconcentreerd kijken. Het oog volgt de contour van het gezicht, vanaf een hoekig jukbeen naar beneden en via de kaaklijn naar een oorschelp en tenslotte de perfecte ovalen begrenzing tussen voorhoofd en haar. Soms is er een beeldrijm tussen ronde pupillen en ronde neusgaten. Dan weer is de neus een monsterlijk gat of een aangeplakt dopje. Ieder detail van deze tekeningen is opgeladen met een intens bewustzijn. En hoewel de elementen, wanneer je ze aandachtig bekijkt, nauwelijks iets met elkaar te maken lijken te hebben, vormen ze toch steeds weer dat ene herkenbare gezicht.

Het werk van Hendriks roept associaties op met popart, bijvoorbeeld met Warhol en Lichtenstein. Maar het eigene zit hem hier in een bepaalde, duidelijk aanwezige psychologische lading. Hendriks creëert steeds nieuwe personages van zichzelf. Dankzij de toevalligheid van het fotografisch procédé, van die ene opname tijdens een fractie van een seconde, ziet zij steeds nieuwe types, nieuwe versies van zichzelf. Hendriks werkt die types uit: huisvrouw, studente, sportvrouw, moeder. Dit fictieve zelfonderzoek, dit rollenspel, gecombineerd met die eindeloze aandacht voor de handeling van het tekenen en de grote formele beheersing van de tekening, heeft een eigenzinnig en meeslepend oeuvre doen ontstaan.

Rosemin Hendriks: tekeningen 1997-2004. In het Haags Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag. T/m 27 juni. Di-zo 11-17 uur.