...en de politiek

De plannen van het kabinet voor de inrichting van Nederland zijn in het parlement koel ontvangen. Alleen de aan minister Dekker verwante VVD-fractie is onverkort positief en spreekt van ,,een helder stuk met een eenduidige visie''. Dat de nota vooral vanuit economisch oogpunt kijkt naar toekomstige planologische ontwikkelingen juichen de liberalen toe. Op dit punt ontvangt het werkstuk van Dekker ook lof van CDA en LPF. De christen-democraten onderschrijven ,,de versterking van de concurrentiepositie van Nederland door de bevordering van krachtige steden en een vitaal platteland''. En Kamerlid Van As (LPF) is ,,blij met de expliciete aandacht voor de economie''. Maar afgezien van de VVD vindt de hele Tweede Kamer dat het kabinet de toekomstige inrichting van Nederland te veel overlaat aan lagere overheden. Die zorg is terecht. De tijd van centraal vastgestelde blauwdrukken heeft Den Haag achter zich gelaten en dat valt op zich te prijzen. Maar het kabinet neigt er nu toe door te slaan naar het andere uiterste.

Het CDA waarschuwt voor verdere `verrommeling' van het platteland, waarbij elk dorp een eigen bedrijventerrein sticht. Ironisch is wel dat deze partij met de verkiezingsleuze `Het platteland moet van het slot' zelf de beweging naar meer decentralisatie in gang heeft gezet. De christen-democraten bedoelden dat er meer mogelijkheden moesten komen om betaalbare huizen te bouwen in landelijke gemeenten om zo ruimte te bieden voor een jonge generatie die noodgedwongen moest verkassen naar vinex-wijken.

PvdA en GroenLinks komen tot eenzelfde conclusie dat de rijksoverheid in feite ophoudt zich te bemoeien met ruimtelijke ordening. De PvdA ontwaart in de plannen van het kabinet nog een koerswending ten opzichte van de oudere visies op de ruimtelijke ordening. Steden definieert dit kabinet vooral als problematisch, als de ,,arme, multiculturele tegenhanger van een rijk en autochtoon ommeland''. Dat verschilt inderdaad van de opvatting die vooral de PvdA het afgelopen decennium uitdroeg, waarbij de steden werden gezien als broedplaatsen van creativiteit, als laboratoria voor de samenleving. Een plek meer voor kansen dan voor problemen. Daaraan kan worden toegevoegd dat in die visie het platteland vooral functioneerde als park voor de stedeling.

Dit kabinet, en dan vooral het CDA waarvan de achterban grotendeels niet in de stad woont, kijkt vooral naar de rentabiliteit van het platteland. En mocht de landbouw niet rendabel blijken, zo blijkt uit de woorden van Kamerlid Schreijer-Pierik, dan moet het kabinet zich maar meer inspannen om Europese subsidies binnen te slepen om de bewoners van het platteland ,,een redelijke inkomenspositie'' te geven.

Dat is een wel heel opportunistische Europese gedachte. VVD en LPF willen al voor de zomer beginnen met het uitvoeren van alle plannen. Maar daarop lijkt weinig kans: het wachten is op een kabinetsstandpunt over de mobiliteit dat integraal onderdeel moet zijn van alle plannenmakerij. Ruimtelijke ordening blijft een zaak van lange adem.