Een test boven de Noordzee

De patrouillevliegtuigen van de marine moeten verdwijnen. Maar de taken van deze Orions in het Caraïbisch gebied blijven bestaan, belooft het kabinet. Defensie zoekt naar alternatieven.

De vliegtuigspotters zullen verbaasd zijn geweest, afgelopen donderdag. Eerst was een donkergrijs P-3C II Orion patrouillevliegtuig opgestegen van het marininevliegkamp Valkenburg. Kort daarop verhief een groene CH-47D transporthelikopter van de luchtmacht zich. De zware heli zette koers richting Noordzee, de Orion achterna.

De Orion en de Chinook hielden een vreemde wedstrijd, die dag. Even uit de kust voer een rubberen bijboot van de mijnenjager Hr. Ms. Maassluis. Het sloepje speelde de rol van go fast, het soort speedboten waarmee drugssmokkelaars cocaïne transporteren van Venezuela naar Curaçao. Zowel de Orion als de Chinook vloog verschillende keren over de sloep. Doel: het bepalen van het `prestatieverschil' tussen de weerradar van de Chinook en de opsporingsradar van de Orion. Dat verschil was groot. ,,Uit de bevindingen blijkt'', zo schrijft een militair van de marine in een vertrouwelijke rapportage van de gebeurtenissen van die dag, ,,dat de radar van de P-3 ruim drie keer zo goed presteert als die van de CH-47.'' Als de sloep stil lag, slaagde de radar van de heli er niet in de `drugssmokkelaar' te vinden. Al met al, zo schreef de rapporteur, ,,is de weerradar'' (van de Chinook) niet in staat tot prestaties die nodig zijn voor het succesvol opereren in het Caribisch gebied.''

Wat was de logica achter deze test? Waarom zou een een relatief simpel weerradarsysteem, bedoeld om te waarschuwen voor onweersbuien, de vergelijking moeten doorstaan met de zoekradar waarmee een Orion de periscoop van een onderzeeër vanaf een afstand van 15 zeemijl kan detecteren?

Even terug naar dit najaar. Op 16 september maakt minister van Defensie Kamp bij de presentatie van zijn begroting bekend dat de tien Nederlandse Orions zullen worden verkocht en hun basis, vliegkamp Valkenburg, wordt gesloten. Defensie moet opnieuw bezuinigen. Maar door het wegvallen van de Orions heeft het ministerie van Defensie een probleem. Ze vliegen niet alleen voor Defensie, ze bewaken in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat ook de Nederlandse kust, én ze patrouilleren in opdracht van de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba (KWNA&A). De Orions zoeken naar drenkelingen. En ze speuren naar cocaïnesmokkelaars in een enorme zee, van Venezuela tot Puerto Rico. Dat werk doen de patrouillevliegtuigen niet alleen in opdracht van de Antilliaanse regering, maar ook in opdracht van de Verenigde Staten. De Orions nemen deel aan de `war on drugs'.

En dus komt er zéker geschikte vervanging voor de Orions op de Antillen, beloven Kamp en minister-president Balkenende dit najaar aan de Tweede Kamer. In een studie die in februari van dit jaar naar de Kamer wordt gestuurd, schrijft Kamp dat de taken van de Orions vanaf 1 januari 2005 – de datum waarop de Orions uit dienst moeten – zullen worden overgenomen door commerciële bedrijven met civiele vliegtuigen. ,,De continuïteit van de luchtverkenning ten behoeve van de KWNA&A boven zee'' zal daarmee kunnen worden ,,gewaarborgd'', schrijft Defensie.

Maar juist die continuïteit is een probleem. In een intern memo in april van dit jaar rapporteert de Directie Materieel van het ministerie dat de drie civiele vliegtuigtypes die in aanmerking komen (Fokker 50, Casa CN235 en de Dash 8 100 of 200) pas ,,20 à 24 maanden na contractondertekening'' leverbaar zijn. Dat betekent dat de eerste commerciële opvolgers van de Orion volledig operationeel zullen zijn in 2007 – twee jaar na het opdoeken van de P-3's. ,,Het verwervingstraject'', zo stelt de rapportage over de radartest van 22 april, ,,kan zo goed als zeker niet voorzien in een operationele LVC [luchtverkenningscapaciteit, red.] op 1 januari 2005''.

Defensie moet dus binnen de eigen organisatie alternatieven vinden voor de Orion – en snel. Op 7 april van dit jaar voert de `Werkgroep behoeftestelling luchtverkenningscapaciteit KWNA&A' vanaf vliegkamp Valkenburg een eerste test uit. Een Fokker 60 propellervliegtuig speelt boven de Noordzee de rol van een Orion boven de Caraïbische Zee. De Fokker speurt naar olieplatforms, zeilboten, boeien. Maar de resultaten vallen tegen. ,,De F60U'', zo valt te lezen, ,,is in de huidige uitvoering niet geschikt voor kustwachttaken in het Caribisch gebied.'' De weerradar van de Fokker is niet in staat ,,kleine objecten'', zoals go fasts of drenkelingen te detecteren. Bovendien, zo stelt de rapportage, is het vliegbereik van de Fokker te gering.

De werkgroep verzint daarom een nieuw plan. Voor een bedrag van 5 miljoen euro kan de Fokker voorzien worden van extra brandstoftanks. De radar van de Chinook is beter dan die van de Fokker 60. Waarom niet een Fokker uitrusten met een Chinook-radar, zo denkt de werkgroep.

Het is dit plan dat leidt tot de test van afgelopen donderdag, met een transporthelikopter die speurt naar een rubberboot. De resultaten zijn teleurstellend. Zozeer, dat de rapporteur van de marine diezelfde dag schrijft dat de ,,inzet van de Fokker 60U voor SAR (search and rescue), ook na het uitvoeren van eenmalige modificaties [..] mogelijk kan leiden tot verlies van mensenlevens.'' Inzet van de Fokker voor drugsbestrijding ,,is alleen overdag mogelijk'', stelt het rapport, en het merkt daarbij op: ,,visueel als primaire sensor''. In normaal Nederlands: een verrekijker. Daarmee zal ,,het aantal detecties dramatisch afnemen omdat de meeste drugstransporten 's nachts plaatsvinden.''

,,Zolang er nog militaire alternatieven zijn'', eindigt de rapportage, ,,moet daar alle maximale effort in gestoken worden.'' Welke alternatieven dat zouden moeten zijn, is onduidelijk. Het minsterie van Defensie zegt in een reactie dat het ,,meerdere oplossingen'' op dit moment onderzoekt. Het departement zegt ,,nog steeds vertrouwen te hebben in volwaardig en tijdig alternatief'' voor de Orions. Vanavond vergadert de Tweede Kamer over de toestellen.