De tsaar straalt niet meer

Het ruiterstandbeeld van Alexander III is terug in St. Petersburg. De tsaar staat niet meer hoog boven de massa, maar laag bij de grond, op een weinig keizerlijke plek.

Arme tsaar Alexander III. Gegoten in brons, hoog gezeten op een machtig paard, keek hij ooit uit over het stationsplein aan de kop van de Nevski Prospekt in St. Petersburg. Tegenwoordig staan ruiter en paard laag bij de grond te verpieteren op de veel te kleine binnenplaats van het Marmerpaleis.

Het standbeeld uit 1909, gemaakt door Paolo Troebetskoi, is een topstuk. De hoekige tsaar straalt macht uit, het paard is één brok energie. Zou het beest nu in galop gaan, dan zou het na een paar meter struikelen over een bankje en onder het gejank van een paar zwerfhonden tot stilstand komen tegen een grijze muur.

Het ruiterstandbeeld was vanaf de inhuldiging omstreden. Was dit een eerbetoon aan een tsaar? Het straalde wel kracht uit, maar toch vooral domme kracht. En dat schonkige paard met zijn licht doorgebogen rug, stond dat misschien symbool voor het arme Rusland, gebukt onder de zware last van een bekrompen monarchie?

De weduwe van de tsaar, Marija Fjodorovna, was in elk geval tevreden. Zij vond de gelijkenis van het beeld treffend. In 1910 kreeg ze van haar zoon Nicolaas II voor Pasen een mini-uitvoering in goud, verwerkt in een van de befaamde eieren van juwelier Fabergé.

Na de revolutie van 1917 stond Alexander met zijn paard nog een aantal jaren midden op het stationsplein en begon om daarna aan een zwerftocht door de stad. Maar eerst haalden de nieuwe machthebbers nog een geintje met hem uit, dat zij zelf ongetwijfeld erg grappig vonden. In 1922 werd het standbeeld voor de tweede keer onthuld, nu met in het voetstuk een gedichtje gebeiteld over het lot van de drie laatste tsaren. Alexander II en Nicolaas II waren `terechtgesteld', Alexander III deed in brons gegoten nog goed werk als boeman. De bijnaam `boeman' zou nog lang aan het beeld blijven kleven.

In 1937 wordt het standbeeld weggehaald en overgebracht naar een opslagplaats. Dat gebeurt 's nachts. Wrang genoeg past die operatie naadloos in het tijdsbeeld. In 1937 – het hoogtepunt van de Stalin-terreur – worden vele duizenden burgers opgepakt, en ook dat gebeurt altijd 's nachts. Ruiter en paard worden van omsmelting gered door het Russisch Museum. Er zijn plannen voor een beeldentuin en Alexander III moet daarvan het middelpunt worden. Hij wordt naar de tuin vervoerd, maar dan breekt de oorlog uit. Beschermd met zandzakken overleven paard en ruiter het geweld.

Het duurt tot in de jaren vijftig voor er over hun verdere lot wordt beslist. Ze krijgen een plekje toegewezen op een binnenplaats van het Russisch Museum die niet toegankelijk is voor publiek. Volgens een apart decreet moet het voetstuk worden verkleind en moeten uit de gewonnen steen borstbeelden worden gehakt van Helden van de Sovjet-Unie. Welke helden dat waren en waar die borstbeelden zich nu bevinden, daar zou je een mooie documentaire over kunnen maken.

In de jaren tachtig wordt de vleugel van het museum grondig gerestaureerd. Alexander III blijft op zijn plaats, maar verdwijnt achter een harnas van planken om beschadiging te voorkomen. Daar komt hij pas in 1990 weer onder vandaan. Zes jaar later, het sovjetbewind is inmiddels gevallen, krijgt de zwerftocht van ruiter en paard een vervolg. Het beeld belandt op de binnenplaats van het Marmerpaleis, een filiaal van het Russisch Museum, nota bene op het voetstuk waar eerder de pantserwagen van Lenin stond.

Alexander en paard zijn weer te bezichtigen door het publiek, maar daar is ook alles mee gezegd. Zelden zal een standbeeld er zo ongelukkig hebben bijgestaan. Natuurlijk moet de schepping van Paolo Troebetskoi terug naar het stationsplein, maar daar staat tegenwoordig een obelisk. Een foeilelijk ding, maar wel een gedenkteken voor de Tweede Wereldoorlog, en dat haal je ook niet zomaar weg. Wat men in elk geval zou moeten doen is een kleine restauratie uitvoeren. De linkerknuist van Alexander is leeg. Ooit hield hij daar de leidsels mee vast, maar die zijn ergens onderweg verloren gegaan.