We moeten onze goede wil tonen

Op 1 mei wordt de Europese Unie uitgebreid tot 25 landen. Deel 6 van een serie familieportretten. Het verhaal van de familie Rehnberg. ,,Heb je vóór de euro gestemd? Maar jij was in 1994 nog tegen de Europese Unie!''

,,Echt waar?'' De verbazing is groot als Mary-Ann Rehnberg hoort dat haar kleindochter Ylva vóór de euro heeft gestemd in het referendum van afgelopen najaar. Zelf heeft de 83-jarige Mary-Ann ook voor gestemd. Want, zegt ze, het is niet goed voor Zweden om geïsoleerd te zijn. Maar ze had zoveel jonge mensen gesproken die tegen de euro waren, dat ze ervan uitging dat ook Ylva er zo over dacht.

In haar appartement in Östermalm, in het noordoosten van Stockholm, neemt Mary-Ann Rehnberg een slokje van haar 2-procents bier, de enige alcoholische drank in Zweden waarvoor je niet speciaal naar een staatsdrankwinkel hoeft.

De muren in de kleine woonkamer hangen vol met schilderijen die zijn gemaakt door haar vader, de internationaal bekende glaskunstenaar Edward Hald. Het appartement kijkt in de verte uit over het oude centrum van de stad. Daarachter prijkt de betonnen koepel van een van Zwedens kerncentrales, omstreden bij de veelal zeer milieubewuste bevolking.

Voor Ylva, 23 jaar, studente journalistiek in Gotenburg, was de euro eigenlijk vanzelfsprekend. Ze heeft een tijdje in Frankrijk gewoond en merkte hoe handig het was toen ze met de trein naar Nederland reisde en gewoon met hetzelfde geld kon betalen. Bovendien, vindt ze, moet Zweden ,,zijn goede wil tonen in Europa''.

Ylva, zeer Zweeds blond, is op haar beurt verrast dat ook haar vader voor de euro heeft gestemd. ,,Maar jij was in 1994 nog tegen de Europese Unie!'', zegt ze. Dat klopt. De 55-jarige Ola Rehnberg, graficus bij een tijdschrift over computers, staat ook nu nog sceptisch tegenover Europa. Hij vreesde destijds voor Brussels centralisme. Maar Zweden heeft toen `ja' gezegd en dan moet je verder niet zeuren en gewoon meedoen, vindt Ola, die zijn gezicht verbergt achter een volle baard en snor.

Deelname aan Europa gaat in Zweden niet van harte. Het land werd pas in 1995 lid, nadat een referendum daarover in november '94 met de hakken over de sloot door de voorstanders werd gewonnen. Dat het zolang duurde voordat Zweden er bij wilde horen, heeft te maken met de neutraliteit die het land zowel in de Eerste als in de Tweede Wereldoorlog buiten de strijd hield en die altijd zeer strikt is opgevat. Pas na de val van de Muur en het einde van de Sovjet-Unie kon niemand nog een reden bedenken om afzijdig te blijven.

Zo luidt althans de officiële lezing van de geschiedenis, die vooral in eigen land populair is. Volgens een minder officiële en vooral in het buitenland gangbare verklaring was het in de eerste plaats de arrogantie van de Zweden die hen ver verwijderd hield van Europa. Ylva bevestigt dat. ,,We zijn heel tevreden met ons systeem en daarom denken veel Zweden dat ze Europa helemaal niet nodig hebben. Er is hier minder criminaliteit en werkloosheid dan elders. En de grote landen nemen toch alle beslissingen.'' Zelf is Ylva daar niet zo bang voor. ,,We moeten gewoon voor onze mening uitkomen. Europa kan wel iets leren van onze lange traditie van openheid.''

,,Ik vertrouw Frankrijk en Duitsland niet'', zegt Ola Rehnberg. ,,Ze bedenken regels waar ze zich daarna zelf niet aan houden.'' Ola is trots op wat de wereld inging als het `Zweedse model', een tot in de kleinste details georganiseerde verzorgingsstaat. Dat systeem is weliswaar duur en wordt in stand gehouden met heel veel belastinggeld, maar net als de meeste Zweden vindt hij dat niet erg. Dat de eigen bijdrage die de Zweden steeds vaker voor al die voorzieningen moeten betalen de laatste jaren snel groeit, is volgens hem de schuld van `Brussel'. Hij overweegt daarom bij de Europese verkiezingen in juni te stemmen op de nieuwe Junilistan, een nieuw partij van zowel sociaal-democratische als liberale eurosceptici.

Mary-Ann, die in juni op de sociaal-democraten zal stemmen (,,uit gewoonte, ik heb weinig fantasie''), ziet minder reden om trots te zijn op haar land. Ze is geboren in 1921, het jaar waarin Zweden algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen kreeg. Ze herinnert zich de angst in de oorlogsjaren, na de inval van de Duitsers in Denemarken en Noorwegen. Ze herinnert zich hoe er door de regering gesjoemeld werd met de neutraliteit, uit vrees dat ook Zweden bezet zou worden. Maar ze herinnert zich ook haar leraar Latijn. ,,Van die taal heb ik nooit veel geleerd. Het grootste deel van de lessen vertelde hij over de oorlog. Hij haatte Hitler.''

Na de oorlog ging Mary-Ann aanvankelijk werken, maar toen de kinderen kwamen hield ze daarmee op. Dat is tegenwoordig wel anders. Zweden staat zich erop voor het meest feministische land ter wereld te zijn. De meeste vrouwen werken, kinderen gaan al vroeg naar de kinderopvang. Zwangerschapsverlof is ongekend royaal. ,,Het leven werd in de jaren vijftig duurder, dus moesten vrouwen wel gaan werken'', zegt Ola ter relativering. Zelf is hij naar een kleuterschool geweest, maar vooral omdat zijn ouders het belangrijk vonden dat contact had met leeftijdsgenoten.

Volgens Mary-Ann is er veel mis in Zweden. Hoe kan het anders dat je zo lang moet wachten voor je bij een arts terecht kunt. ,,Het is waar dat de wachtlijsten lang zijn'', zegt Ola. ,,Maar de gezondheidszorg is wel bijna gratis.''

Alle drie vinden ze dat met de toetreding tot de Europese Unie voor Zweden de neutraliteit tot het uiterste is opgerekt. Ylva beschouwt neutraliteit als een `natuurlijke' neiging van de Zweden. ,,We hebben een hekel aan oorlogen.'' Daarom moet Zweden buiten de NAVO blijven. Ook al wordt het land niet meer bedreigd en krijgt de NAVO steeds meer een nieuwe internationale rol. ,,We willen wel een machtige Verenigde Naties, maar geen machtige NAVO.''

Dat laatste is haar vader met haar eens. ,,De NAVO is te veel een Amerikaanse aangelegenheid.'' Maar neutraliteit betekent voor Ola Rehnberg, die in zijn jeugd militaire dienst weigerde, niet dat zijn land geen mening mag hebben bij conflicten. Betrokkenheid is juist goed. Wat dat betreft was Olof Palme, met zijn strijd voor de Derde Wereld en tegen de oorlog in Vietnam, een premier naar zijn hart.

Ola Rehnberg herinnert zich de moord op Palme, in februari 1986 na een bezoek aan de bioscoop, nog als de dag van gisteren. ,,Ik was geschokt. Palme was een briljant politicus en hij had een positieve invloed op de wereld.'' Mary-Ann is het met hem eens. ,,Het was verschrikkelijk'', zegt ze met een diepe zucht. Voor Ylva, die vijf was toen Palme stierf, is het allemaal te lang geleden. ,,Ik ken leeftijdsgenoten die zeggen dat ze nog weten dat Palme werd vermoord'', vertelt Ylva. Maar daar gelooft ze niks van.

Toen vorig najaar minister van Buitenlandse Zaken Anna Lindh op klaarlichte dag werd vermoord, vergeleken veel internationale kranten die gebeurtenis met de dood van Palme. Ten onrechte, vindt Ola. ,,Anna Lindh was een goede politicus, internationaal gewaardeerd. Maar ze was niet vergelijkbaar met Palme, niet zo'n zwaargewicht.''

De uitbreiding van de Europese Unie is volgens de Rehnbergs een goede zaak. Van een speciale band met de drie Baltische nieuwkomers lijkt nauwelijks sprake. Ylva denkt dat Estland en Letland goede herinneringen hebben aan de tijd toen Zweden er de baas was. Mary-Ann heeft daarover zo haar twijfels. ,,Wij hebben een slecht geweten'', zegt ze, met een herinnering aan de naoorlogse jaren. Toen maakte Zweden zich druk over schending van mensenrechten overal op de wereld, maar uit angst voor de Sovjet-Unie zweeg het over de Baltische buurlanden.

De komende weken verschijnen familieportretten uit alle 25 lidstaten van de EU zoals die er na 1 mei uitziet. Eerdere delen zijn terug te lezen op www.nrc.nl