Nieuw kabinet moet verder denken dan vergelding

Niets wat de fantasie zo stimuleert als een nieuw kabinet aan de horizon. Tabula rasa! Een nieuw begin, oké, vermoedelijk pas over een maandje of wat. Maar toch. Zullen we als eerste het ministerie van Justitie weer zo gaan noemen? Dat er een minister ‘van Veiligheid’ bestaat die ons allemaal warm en droog houdt, was

Niets wat de fantasie zo stimuleert als een nieuw kabinet aan de horizon. Tabula rasa! Een nieuw begin, oké, vermoedelijk pas over een maandje of wat. Maar toch. Zullen we als eerste het ministerie van Justitie weer zo gaan noemen? Dat er een minister ‘van Veiligheid’ bestaat die ons allemaal warm en droog houdt, was vanaf dag één een illusie. Verzonnen om er de bange burger mee te vleien, maar geen realistische belofte. En voor zover veiligheid voor iedereen al een overheidstaak is, dan niet alleen van Justitie. Of zelfs maar van de overheid. Preventie, eigen verantwoordelijkheid, burgerschap, het is tenminste even belangrijk als het opvoeren van het vergeldingstempo namens de slachtofferpopulisten.

Veiligheid beloven als gevolg van repressie is een totale illusie

De Raad voor de Rechtspraak stuurde voor de zomer nog een open brief aan de Tweede Kamer met het opvallende verzoek om rondom de verkiezingen „de verwachtingen te temperen over de effectiviteit van het strafrecht”. Eerder had de voorzitter van de Raad al eens betoogd dat strafrechtspraak veel kost, maar weinig oplevert. Criminaliteit kun je beter bestrijden door de pakkans te verhogen dan eindeloos op ‘harder aanpakken’ te hameren. Rechters doen dat al jaren, geheel op eigen kompas, maar wel met benul van de beperkte effecten. Dus die nieuwe plicht om ‘minimumstraffen’ op te leggen is, behalve zinloos, politieke inmenging in de rechtspraak. Principieel is dat ver over de schreef. Een nieuw kabinet zou zich enorm onderscheiden door die stoerejongensretoriek los te laten. En het vertrouwen in rechters te bevestigen, zonder van hen ook de oplossing te verwachten. En trouwens ook door de advocatuur te steunen, als essentieel bewaker van de burgerrechten. Dat hoor je ook nooit.

Zo heb ik wel meer illusies. Een nieuwe minister die het begrip ‘justitie’ opnieuw invult, maar nu op een rechtstatelijke manier, dienstbaar aan de burger. Wie weet nog hoe in 2010 in Londen de conservatieve regering-Cameron aantrad en onmiddellijk de biometrische identiteitsbewijzen afschafte? Daarmee werd een politieke belofte ingelost – over het herstellen van burgerrechten en het inperken van de overheidsmacht. Daar zijn we hier ook aan toe. Hier wachten we nog altijd op de invoering van de beloofde vingerafdrukvrije ID-kaart. Er zijn hier veel burgers die de overheid hun vingerafdrukken niet toevertrouwen en ons biometrische paspoort nooit zagen zitten. Die mensen zijn echt niet gek. Databases stapelen bij de overheid en daarna aan elkaar koppelen, is een serieus probleem. Vraag het maar aan de WRR. De vingerafdrukregistratie in ons paspoort is bovendien feitelijk mislukt. Vingerafdrukken bleken niet op een betrouwbare manier te kunnen worden uitgelezen en worden dus bij de pascontroles niet meer gebruikt.

Maar de registratie en het afdrukken gaan intussen wel vrolijk door. Altijd handig toch, zo’n extra database met vingerafdrukken? Baat het niet, dan schaadt het niet. Dat is onze overheid ten voeten uit. Er kan altijd nog wel een bewakingscamera, fouilleringsplicht of telefoontap bij. Het wantrouwen is dus wederzijds. Zie ook het verkrampte wetsvoorstel over openbaarheid van bestuur. Burgers inzage geven in overheidsinformatie is duur en er wordt bovendien ‘misbruik’ van gemaakt. „Kennelijk onredelijke” verzoeken hoeven niet te worden gehonoreerd. Openbaarheid van overheidsinformatie is hier een gunst, geen democratisch recht.

Er zijn talloze kansen voor een nieuw kabinet om klare wijn te schenken. En iedere zweem van willekeur en machtsmisbruik weg te blazen – in het vreemdelingenrecht bijvoorbeeld. Nooit meer een boerkaverbod ook maar overwegen, dubbele nationaliteiten principieel en ruimhartig accepteren, schriktarieven voor verblijfsvergunningen afschaffen, vreemdelingenbewaring humaniseren, nooit meer kinderen van vreemdelingen opsluiten et cetera. Maar bovenal de illusie laten varen dat Nederland een monocultureel land is, dat krampachtig verdedigd moet worden. Met afstand het beste pleidooi voor het laten varen van de Nederlandse Leitkultur-ideologie was de oratie van oud-minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) als hoogleraar mensenrechten in Amsterdam, een jaar geleden. Een nieuw kabinet zou dat stuk eerst eens goed onderling moeten bepraten. Hoe kijken wij aan tegen het Nederlanderschap? Hoe gedragen we ons als onvermijdelijk migratieland, jegens al die vreemdelingen die we hier in eindeloze quarantaine houden? Het vasthouden aan cultureel ‘inburgeren’ als voorwaarde voor het staatsburgerschap miskent de realiteit, waar identiteiten meervoudig zijn. Het toekennen van het staatsburgerschap kan na verloop van tijd echt niet geweigerd worden. Zolang Nederland een open Europees land is, zullen incidentele pardonregelingen nodig blijven.

Het hele vreemdelingenbeleid moet opnieuw doordacht worden. En vooral ook worden uitgelegd, aan de burger die achter de dijken is weggekropen. Er is zó veel te doen.