Taakstraf voor belagers azc

Wegens plannen tot opzettelijke brandstichting in het asielzoekerscentrum in Dokkum en het ingooien van een ruit aldaar in oktober vorig jaar zijn drie jongens (allen 18) uit Damwoude en Wouterswoude gisteren door de Leeuwarder politierechter veroordeeld tot werkstraffen en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden. De veroordeling was conform de eis van de officier van justitie.

Het drietal was lid van een groep jongeren die geregeld bijeenkwam in Dokkum. Volgens rechter B. Kuizenga hielden ze er ,,bizarre politieke opvattingen'' op na. Hij zei de ,,mensonwaardige haatgevoelens'' van het drietal jegens buitenlanders ,,beangstigend' te vinden. ,,Wat is er misgegaan dat je deze haatgevoelens koestert'', vroeg hij zich af.

Een deel van de groep van ongeveer vijftien jongeren van tussen de 14 en 18 jaar droeg Lonsdale-kleding. De afkorting van het kledingmerk werd gebruikt voor ,,Laat ons Nederlanders samenwerken om asielzoekers legitiem te elimineren.'' Na een vechtpartij met asielzoekers bij het Dokkumer zwembad besloot een aantal van hen vorig jaar oktober wraak te nemen. Anthony van den B. uit Wouterswoude, werkzaam bij de luchtmobiele brigade van de Koninklijke Landmacht, scholier Gerjan van der M. uit Damwoude en Johnny D. uit dezelfde plaats gooiden op 18 oktober stenen naar het asielzoekerscentrum. Een ervan vernielde een ruit. Ook waren zij betrokken bij de voorbereidingen voor het maken van overigens nooit vervaardigde brandbommen, die men van plan was op het terrein van het azc te gooien. De minderjarige leden hadden bierflesjes en lappen stof waarmee ze de benzinebommen wilden maken. Van de negen aangehouden verdachten kregen vijf minderjarigen eerder door de kinderrechter, en twee anderen via een transactie, een leerproject van 40 uur opgelegd.

Hoewel het drietal ontkende, bleek volgens de rechter uit getuigenverklaringen dat Van den B. een leidende rol speelde bij de plannen. Anthony, zo verklaarde een ander groepslid, ,,had de meest extreme ideeën en was erg racistisch''. Hij ging mee om in een jerrycan benzine te halen waarmee men de molotovcocktails wilde maken. Dat dit niet is gebeurd, komt volgens Anthony, omdat het te gevaarlijk werd geacht. Tevens bestond er angst voor ontdekking.

De andere twee verdachten ontkenden dat de plannen serieus waren geweest. Van den B. kreeg een taakstraf 240 uur (218 uur werkstraf en 22 uur leerstraf). Zijn twee kameraden moeten een taakstraf van 220 uur uitvoeren, bestaande uit 180 uur werkstraf en een leerproject van 40 uur. Allen kregen tevens een voorwaardelijke celstraf van vier maanden, met een proeftijd van twee jaar.

Officier van justitie T. Wolters sprak van ,,onverhuld racisme'' van het drietal. Hij maakte de vergelijking met de bomaanslagen van terroristen.