`Plannen over levensloop zijn veel te ingewikkeld'

De nieuwe regeling voor prepensioen en levensloop waarover kabinet en sociale partners onderhandelen, wordt volgens hoogleraar Leo Stevens onnodig ingewikkeld.

De sociale partners hebben nog een paar dagen om onderling overeenstemming te bereiken over een nieuwe regeling voor prepensioen en levensloop. Het kabinet heeft hun tot 1 mei de tijd gegeven om te reageren op het aanbod om de fiscale regeling voor het collectieve predpensioen gedeeltelijk in stand te houden. En om een gezamenlijk standpunt in te nemen over het kabinetsplan voor een levensloopregeling, waarbij mensen individueel kunnen sparen voor extra verlof.

Tot nu toe brachten vakcentrales en werkgevers niet veel meer naar buiten dan dat er sprake is van een impasse. Leo Stevens, hoogleraar fiscale economie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, verbaast dat niets. ,,Er worden hier twee verschillende dossiers met elkaar vervlochten, wat de zaak onnodig ingewikkeld maakt'', zegt hij. ,,Aan de ene kant wil het kabinet stimuleren dat ouderen langer doorwerken, door het fiscaal onaantrekkelijk te maken om vervroegd te stoppen met werken. Aan de andere kant wil het de combinatie van arbeid en zorg vergemakkelijken. Maar die doelstelling is uit de centrale belangstelling verdwenen.''

De sociale partners discussiëren nu onderling en met het kabinet vooral over de vraag of de regeling voor prepensioen collectief dan wel individueel uitgevoerd zou moeten worden. Het kabinet staat een opt-outregeling voor, waarbij werknemers ervoor kunnen kiezen om uit de collectieve regeling te stappen. Stevens is het met de vakcentrales eens dat dit de solidariteit onder de prepensioenen ondergraaft, omdat een collectief risico haaks staat op persoonlijke belangen. De opt-outregeling is volgens hem vooral een manier om geld te besparen. ,,Het kabinet wil een regeling waarbij meer ingespeeld kan worden op individuele wensen'', zegt hij, ,,maar de Wet flexibilisering pensioenen uit 1999 biedt die mogelijkheid al voldoende. Daarin is bijvoorbeeld afgesproken dat werknemers zelf de ingangsdatum van hun pensioen kunnen bepalen. Of dat ze in deeltijd met pensioen kunnen, zodat ze langer blijven doorwerken. Wie eerder wil stoppen met werken, betaalt daar een prijs voor. Dat komt overeen met wat het kabinet wil.''

Overigens vraagt Stevens zich af of het in deze tijd wel zo zinvol is om aan te sturen op een hogere arbeidsparticipatie van ouderen. ,,Het kabinet wil tegelijkertijd de jeugdwerkloosheid bestrijden. Dat botst met elkaar.'' Hij wijst erop dat veel ouderen zich tegenwoordig ook op een andere manier nuttig maken, door op hun kleinkinderen te passen. ,,Het kabinet zou eens moeten berekenen wat dat scheelt aan kosten voor kinderopvang.''

Naast gedeeltelijk behoud van het collectieve prepensioen, heeft het kabinet een levensloopregeling voorgesteld, waarbij werknemers individueel kunnen sparen voor maximaal 2,1 jaar verlof. Ze mogen daar jaarlijks maximaal 12 procent van hun loon aan besteden. Volgens Stevens wordt dit veel te ingewikkeld. De regeling belemmert volgens hem de arbeidsmobiliteit van werknemers. ,,Stel dat iemand van baan wisselt, dan wil hij dat opgebouwde verlof meenemen naar zijn nieuwe werkgever. Die zit natuurlijk niet te wachten op een werknemer met een zee aan vrije dagen, of wil daar althans financieel voor gecompenseerd worden.''

Hij oppert zelf een andere, simpelere regeling: ,,Je zou werknemers een soort levenslooprekening kunnen laten openen, waarop ze belastingvrij geld mogen sparen. Achteraf, bij het opnemen van het geld, laat je ze dan belasting betalen.'' Sparen voor geld is volgens hem veel aantrekkelijk voor werknemers dan sparen voor verlof. Het Sociaal en Cultureel Planbureau kwam vorige week met een studie die dat lijkt te bevestigen. Daaruit bleek dat van de huidige regeling voor verlofsparen maar mondjesmaat gebruik wordt gemaakt.

Stevens vreest dat het overleg dat de sociale partners en het kabinet deze week voeren, zal leiden tot een ,,typisch Nederlands, stroperig compromis'' dat vooral ,,nog meer uitvoeringslasten'' zal opleveren. ,,Het zijn niet de werknemers die van de uitkomst zullen profiteren, maar de fiscalisten en de sociale zekerheidsadviseurs.''